< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebieden:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Mobiel elektronisch apparaat vasthouden. De verklaring van de ambtenaar dat hij de betrokkene zag bellen met een Samsung-telefoon sluit niet uit dat dit handsfree gebeurde. De gedraging staat niet vast. Volgt vernietiging van de sanctiebeschikking.

Uitspraak



GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.278.607/01

CJIB-nummer

: 227071946

Uitspraak d.d.

: 7 oktober 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 3 maart 2020, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. De betrokkene heeft verder verzocht om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “als bestuurder (van een fiets) tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 11 juli 2019 om 11:25 uur op de Melis Stokelaan in Den Haag.

2. De betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht. Hij voert daartoe aan dat hij een reep chocola kreeg van zijn dochter die bij hem achterop de fiets zat en dat hij die op ging eten. De betrokkene wil bewijs hebben van de agent dat hij, de betrokkene, mobiel aan het bellen was of een telefoon in zijn hand had. Voorts voert de betrokkene aan dat hij genoeg handsfree-sets heeft die hij kan gebruiken en dat hij geen risico zou nemen, zeker niet met zijn dochter achterop. De betrokkene heeft dit ook tegen de agent gezegd, zodat het niet klopt dat hij geen verklaring heeft gegeven.

3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Gedragingsgegevens: Tijdens het fietsen bellen met een Samsung mobiel.”

5. Op basis van deze verklaring van de ambtenaar kan niet worden vastgesteld dat de betrokkene tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthield. De verklaring van de ambtenaar dat hij zag dat de betrokkene met een mobiel aan het bellen was, geeft daaromtrent onvoldoende uitsluitsel, nu bellen ook mogelijk is zonder de telefoon, althans een elektronisch apparaat, vast te houden. Derhalve kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.

6. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom vernietigen en doen wat de kantonrechter had behoren te doen, namelijk het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking vernietigen. Het tot zekerheid gestelde bedrag moet worden gerestitueerd.

7. Het verzoek om proceskostenvergoeding moet worden afgewezen nu niet kan worden vastgesteld dat de betrokkene kosten heeft gemaakt die op de voet van artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen. Daarbij merkt het hof op dat de reiskosten van de betrokkene met het oog op de zitting van de kantonrechter niet worden vergoed nu de betrokkene woonachtig is in dezelfde plaats als waar de zitting is gehouden.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature