< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebieden:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Artikel 61a RVV 1990 (nieuw). Mobiel elektronisch apparaat vasthouden tijdens het rijden. Een apparaat dat is bestemd voor communicatie of informatieverwerking, mag niet worden vastgehouden. Niet relevant is of het apparaat daar ook feitelijk voor werd gebruikt of kon worden gebruikt.

Uitspraak



GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.286.936/01

CJIB-nummer

: 227669172

Uitspraak d.d.

: 27 juli 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 17 november 2020, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht, waarbij is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld op de zitting van 13 juli 2021. De gemachtigde van de betrokkene is verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [naam1] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 6 augustus 2019 om 8.10 uur op de Burenpolderweg in Yerseke met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat met de invoering van het nieuwe artikel 61a Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Hierna: RVV 1990) niet alleen meer relevant is welk type apparaat is vastgehouden. Ook dient gekeken te worden naar de functionele mogelijkheden van het apparaat. Volgens de gemachtigde is het onder het huidige artikel 61a RVV 1990 op zichzelf niet verboden om tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden. Bepalend is of deze

mobiele telefoon ook gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking. Nu in de onderhavige zaak niet kan worden vastgesteld dat is voldaan aan dit functionele vereiste, kan ook de gedraging niet worden vastgesteld. Voorts stelt de gemachtigde dat de ambtenaren hebben verklaard dat zij zagen dat de betrokkene een telefoon aan zijn rechteroor hield. Volgens de gemachtigde beweren zij dus in feite dat de betrokkene getelefoneerd zou hebben. Het is vanuit die gedachte onbegrijpelijk dat de ambtenaren bij de staandehouding niet zijn ingegaan op het aanbod van de betrokkene om zijn telefoon te controleren. De ambtenaren waren er kennelijk niet op uit om de waarheid boven tafel te krijgen, maar om de betrokkene een sanctie op te leggen. Deze insteek valt te betreuren en doet volgens de gemachtigde afbreuk aan de geloofwaardigheid van de verklaring van de ambtenaren. Tot slot stelt de gemachtigde dat het onmogelijk is om van een afstand vast te stellen dat het daadwerkelijk om een mobiele telefoon ging. De ambtenaren hebben dit bij de staandehouding ook niet geverifieerd, terwijl een dergelijke controle bij staandehouding noodzakelijk is om vast te stellen dat het daadwerkelijk om een mobiele telefoon ging. De gemachtigde verwijst hierbij naar het arrest van het hof van 24 november 2020 gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2020:9719.

3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Dit artikel luidde ten tijde van de gedraging als volgt:

“Het is degene die een voertuig bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vast te houden. Onder een mobiel elektronisch apparaat wordt in elk geval verstaan een mobiele telefoon, een tabletcomputer of een mediaspeler.”

4. De Nota van toelichting bij het Besluit van 24 juni 2019 tot wijziging van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (uitbereiding verbod vasthouden mobiele telefoon in het verweer), Stb. 2019, 237, luidt - voor zover hier van belang - als volgt:

“De afgelopen jaren is het gebruik van mobiele telefoons in het verkeer enorm toegenomen. (…) Naast mobiele telefoons worden er tegenwoordig bovendien veel soortgelijke apparaten gebruikt in het verkeer, zoals mobiele navigatieapparaten, tabletcomputers en laptops. Omdat dergelijke apparaten net zozeer afleidend zijn, is het noodzakelijk de verbodsbepaling zodanig te wijzigen dat voortaan alle ‘mobiele elektronische apparaten’ onder het verbod vallen. Met het oog op de toekomstbestendigheid is voor deze algemene term gekozen.

Met de term ‘mobiel elektronisch apparaat’ wordt een deelverzameling aangeduid van wat in het strafrecht “geautomatiseerd werk” wordt genoemd (artikel 80sexies Wetboek van Strafrecht ): een inrichting die bestemd is om langs elektronische weg gegevens op te slaan, te verwerken en over te dragen. Met de term ‘mobiel elektronisch apparaat´ wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de tekst van het huidige verbod. Daarnaast past deze omschrijving beter dan de term ‘mobiel geautomatiseerd werk’ bij het uitgangspunt dat het RVV 1990 zo toegankelijk en eenvoudig mogelijk is geschreven.

De term ‘mobiel elektronisch apparaat’ is dus ruimer dan de huidige term ‘mobiele telefoon’. Onder de nieuwe term vallen in ieder geval alle mobiele telefoons. (…)”

5. Uit de Nota van Toelichting volgt dat de regelgever met de wijziging van artikel 61a RVV 1990 heeft beoogd de werkingssfeer van het verbod te verruimen, zodat voortaan alle ‘mobiele elektronische apparaten’ onder het verbod vallen. Hierbij wordt opgemerkt dat onder een ‘mobiel elektronisch apparaat’ in ieder geval een mobiele telefoon wordt verstaan. Het hof is van oordeel dat

uit de Nota van Toelichting niets anders kan worden afgeleid dan dat de regelgever heeft bepaald

dat in ieder geval een mobiele telefoon een mobiel elektronisch apparaat is dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking. Met de zinsnede ‘gebruikt kan worden’ wordt verwezen naar de bestemming van het apparaat. Of er ten tijde van de gedraging feitelijk gebruik kon worden dan wel werd gemaakt van de mobiele telefoon is, ook onder de nieuwe tekst van artikel 61a RVV 1990, niet relevan t.

6. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

7. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Ik zag dat de bestuurder een mobiele telefoon in zijn rechterhand hield, terwijl hij als bestuurder van de bestelauto, kenteken: [kenteken] over de Burenpolderweg te Yerseke reed, richting camping zon en zee. (…)Wij, verbalisanten reden ten tijde van de gepleegde overtreding over de Bakenweg te Yerseke. Dit betreft een hoger gelegen weg als de Burenpolderweg, en zodoende konden wij van “bovenaf” zien dat bestuurder een mobiele telefoon in zijn rechterhand vasthad. (…)

Verklaring betrokkene: ik zeg dat ik 100 % geen mobiele telefoon in mijn hand hield, terwijl ik als bestuurder van mijn bestelauto, [kenteken] , reed over de Burenpolderweg. Hoe kom je daarbij? Jullie willen zeker op die manier mensen “pakken”. Je mag mijn mobiele telefoon zien, en dan kan je vaststellen of ik heb gebeld. Ik ben het niet eens met deze bekeuring.”

8. Het dossier bevat voorts een aanvullend proces-verbaal van 21 oktober 2019, waarin de ambtenaren het volgende hebben verklaard:

“Wij, verbalisanten [naam2] en [naam3] reden 6 augustus 2019, om 8.10 uur over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Bakenweg te Yerseke, binnen de bebouwde kom van de gemeente Reimerswaal. Wij reden in de richting van het lager gelegen Wagtopplein/ Burenpolderweg. Wij hebben een foto bijgevoegd, waarop te zien is dat heel goed mogelijk is om vast te stellen of een bestuurder in zijn auto zit te bellen. Wij zagen dat betrokkene [betrokkene] een mobiele telefoon in zijn hand hield, en tevens zagen wij dat hij deze mobiele telefoon aan zijn rechteroor hield. Wij hebben geen merk, of type/kleur vastgesteld. Wij zagen behalve betrokkene niemand in de bestelauto, en zagen dat betrokkene [betrokkene] totaal niet in onze richting keek, maar rechtdoor reed in zijn bestelauto, kenteken: [kenteken] in de richting van camping Zon en Zee. Betrokkene hield het mobiel elektronisch apparaat ter hoogte van zijn rechteroor. Precieze pleeglocatie is gelegen tussen Wagtopplein 14 en Burenpolderweg 19, hoewel daar juist geen aangrenzende woningen zijn, en het uitzicht vrij, zoals op bijgevoegde fotokopie te zien is. (…)”

9. De fotokopie waar de ambtenaren naar verwijzen bevindt zich in het dossier. Het betreft een uitdraai van Google Maps van de situatie ter plaatse. Op de uitdraai is de positie van het voertuig van de betrokkene en het dienstvoertuig gemarkeerd. Verder is aangegeven dat de voertuigen in tegengestelde richting reden.

10. Het hof ziet in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding te twijfelen aan de waarneming van de ambtenaren dat de betrokkene tijdens het rijden met zijn rechterhand een mobiele telefoon heeft vastgehouden. De ambtenaren hebben uitvoerig verklaard hoe zij dit hebben waargenomen en daarbij aangegeven dat ze vanuit hun positie (een hoger gelegen weg dan de weg waarop de betrokkene reed) goed zicht hadden op de bestuurder van het voertuig. Deze verklaring wordt ondersteund door de uitdraai van Google Maps die door de ambtenaren is ingebracht. De stelling van de gemachtigde dat het onmogelijk is dat de ambtenaren van een afstand hebben kunnen vaststellen dat het een mobiele telefoon betrof, deelt het hof dan ook niet. Het overige aangevoerde komt in feite slechts neer op de enkele ontkenning van de gedraging en dat maakt niet dat aan de verklaring moet worden getwijfeld. Het hof merkt daarbij op dat de stelling van de betrokkene dat hij niet al bellend aan het rijden was hem niet kan baten, ook niet als zou blijken dat deze stelling juist is. De regelgever heeft namelijk het vasthouden van een mobiele telefoon strafbaar gesteld, zodat niet relevant is of de betrokkene heeft getelefoneerd. Om die reden waren de ambtenaren niet gehouden om in te gaan op het aanbod om de historische gegevens van de mobiele telefoon te controleren. Tot slot schrijft geen rechtsregel voor dat de vaststelling dat een gedraging als deze is verricht noodzakelijk is om bij de staandehouding vast te stellen dat het daadwerkelijk om een mobiele telefoon ging. Aldus kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.

11. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.

12. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature