< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebieden:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Mobiele telefoon vasthouden. Het tussen de handen op het stuur laten staan van een telefoon valt onder ‘vasthouden’.

Uitspraak



GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.256.595/01

CJIB-nummer

: 217807206

Uitspraak d.d.

: 21 december 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 14 februari 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 19 juni 2018 om 16:27 uur op de Rijksweg A2 in Born met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De gemachtigde voert aan dat de gedraging niet is verricht. De betrokkene hield met beide handen zijn stuur vast. Daartussen stond zijn telefoon op het stuur. In administratief beroep is een foto overgelegd, waarop dit is te zien. Deze wijze van “vasthouden” kan niet worden aangemerkt als vasthouden in de zin van artikel 61a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV1990).

3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een op een telefoon gelijkend voorwerp met zijn rechterhand vasthield. Bij de staandehouding zag ik dat het een mobiele telefoon betrof.”

4. In administratief beroep is namens de betrokkene de volgende foto overgelegd:

5. Het hof stelt vast dat op deze foto is te zien dat de handen van de betrokkene zich aan de bovenkant van het stuur bevinden en dat zijn telefoon tussen de handen van de betrokkene op het middengedeelte van het stuur staat.

6. De betrokkene heeft de gehele procedure consistent en vasthoudend aangevoerd dat dit de wijze is waarop hij zijn telefoon heeft “vastgehouden”. Uit de verklaring van de ambtenaar zoals opgenomen in het zaakoverzicht blijkt niet hoe hij de betrokkene zijn telefoon precies heeft zien vasthouden. Een nadere toelichting van de ambtenaar hierover zou gelet op het verweer van de betrokkene op zijn plaats zijn geweest. Nu deze ontbreekt gaat het hof ervan uit dat de betrokkene zijn telefoon heeft “vastgehouden” zoals door hem is beschreven. Het hof dient te beoordelen of dit als vasthouden in de zin van artikel 61a van het RVV1990 kan worden aangemerkt. Het hof overweegt hierover het volgende.

7. De Nota van Toelichting bij het Besluit van 4 februari 2002 tot wijziging van het RVV 1990 (verbod handmatig telefoneren), Stb. 2002, 67, houdt onder meer in:

“Het handmatige telefoneren en het gelijktijdig besturen van een motorvoertuig, invalidenvoertuig of bromfiets vormt een gevaar voor de verkeersveiligheid. De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid schat dat per jaar in het verkeer enkele tientallen doden en bijna driehonderd gewonden vallen door het gebruik van de mobiele telefoon. De oorzaak hiervan is gelegen in een tweetal factoren. Ten eerste is bij het handmatig telefoneren - vaak gedurende enige tijd - slechts één hand beschikbaar voor het verrichten van de noodzakelijke verkeershandelingen. Ten tweede wordt de aandacht van de bestuurder door het voeren van een telefoongesprek afgeleid van de verkeerssituatie. Door de combinatie van deze twee factoren ontstaat een niet te veronachtzamen risico voor de verkeersveiligheid. (...)

In artikel 61a RVV 1990 wordt gesproken van het vasthouden van een mobiele telefoon en niet van telefoneren. Hiervoor zijn verschillende redenen te geven. Ten eerste wordt hiermee de afwijzing van het fysieke aspect van het handmatig telefoneren beter tot uitdrukking gebracht. Onder vasthouden wordt verstaan het in de hand houden, het tussen oor en schouder geklemd houden etc. (...).”

8. Uit de inhoud van de Nota van Toelichting volgt dat het begrip vasthouden in de zin van artikel 61a RVV 1990 , met het oog op de verkeersveiligheid en de mogelijkheid tot handhaving, ruim moet worden uitgelegd. In eerdere jurisprudentie van dit hof met betrekking tot het begrip vasthouden als bedoeld in voornoemde zin zijn verschillende vormen van het gebruik van een mobiele telefoon onder het begrip vasthouden gebracht, zoals het aan de pols bevestigen van een mobiele telefoon, het achter een hoofddoek plaatsen van een mobiele telefoon en het tussen oor en schouder klemmen van een mobiele telefoon.

9. Het hof is van oordeel dat het tussen de handen op het stuur laten staan van een telefoon, zoals de betrokkene heeft gedaan, moet worden aangemerkt als vasthouden in de zin van artikel 61a van het RVV 1990 . Het hof acht daarbij met name van belang dat de telefoon tijdens het rijden (bijvoorbeeld bij het nemen van een bocht) niet uit zichzelf in deze positie blijft staan, maar slechts als deze door de handen wordt tegen gehouden. Niet gesteld of gebleken is immers dat de telefoon van de betrokkene (door middel van een houder) aan het stuur was bevestigd. Aldus is sprake van een situatie waarin de bestuurder zodanig fysiek betrokken is bij zijn telefoon dat hij daardoor minder goed in staat is de noodzakelijke verkeershandelingen te verrichten. Dit brengt mee dat kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.

10. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

11. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature