< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Snelheid. De snelheid werd verhoogd om een vrachtwagen die mest vervoerde in te halen. De zoon van de betrokkene reed in de auto en was onderweg naar school. De wagen stonk zo dat hij vreesde op school naar gier te ruiken.

Uitspraak



WAHV 200.227.838

14 augustus 2019

CJIB 204413065

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel

van 21 september 2017

betreffende

[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Op 6 november 2017 is een herstelbeschikking gegeven.

Het procesverloop

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter, aangevuld bij schrijven van 10 december 2017.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 178,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 20 km/h.” Deze gedraging zou zijn verricht op

9 januari 2017 om 13:40 uur op de Provinciale weg N332 te Nieuw Heeten met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .

2. De betrokkene maakt er allereerst bezwaar tegen dat de kantonrechter, die in zijn beslissing een foute pleeglocatie en pleegplaats heeft opgenomen, dit bij herstelbeschikking van 6 november 2017 heeft gewijzigd. Er is sprake van een procedurefout die moet leiden tot vernietiging van de inleidende beschikking, aldus de betrokkene.

3. In de beslissing van de kantonrechter van 21 september 2017 staat dat te hard zou zijn gereden op de Zwartewaterallee te Zwolle. De stelling van de betrokkene dat hier sprake is van een procedurefout die moet leiden tot vernietiging van de inleidende beschikking, is niet juist. De onjuiste vermelding van de pleeglocatie en - plaats in de beslissing van de kantonrechter is in dit geval te beschouwen als een kennelijke verschrijving. De betrokkene wist op grond van de inleidende beschikking om welke pleeglokatie het ging. Dat betekent dat aan deze fout geen gevolgen hoeven te worden verbonden. De betrokken is door deze fout ook niet in enig rechtens te respecteren belang geschaad. Dat wordt niet anders doordat de kantonrechter een herstelbeschikking heeft gegeven waarin hij heeft vastgelegd in hoeverre het proces-verbaal van 21 september 2017 verbeterd gelezen moet worden.

4. De betrokkene voert ook aan dat hij het er niet mee eens is dat de kantonrechter het beroep ongegrond heeft verklaard. Gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht dient de inleidende beschikking te worden vernietigd. Zijn zoon werkt en gaat elke maandag na het werk naar school in Zwolle waar hij dan van 14 uur tot 21 uur een opleiding volgt. Hij reed na een drukke werkdag al geruime tijd achter een vrachtwagen die mest transporteerde en die zo enorm stonk dat hij bang was dat hij op school nog naar gier zou stinken. Hij had wat haast om op tijd op school te komen en toen er bij Nieuw Heeten eindelijk een mogelijkheid was de combinatie veilig in te halen, heeft hij die benut om zo min mogelijk stank in zijn kleding te krijgen. Toen hij nog op inhaalsnelheid was bij het terugrijden naar de rechter rijstrook, is hij geflitst. De betrokkene en zijn zoon worden hard in hun portemonnee geraakt door de opgelegde sanctie. De zoon moet er drie dagen voor werken.

5. Noch daargelaten dat wel gesteld, maar niet onderbouwd is dat de bestuurder van de auto achter een stinkende mesttransportwagen reed, op de foto is daarvan niets te zien, en dat hij deze wilde inhalen, leidt dit niet tot het aannemen van een noodtoestand waarin de bestuurder niet anders kon handelen dan hij heeft gedaan. Indien hij de geur van de mesttransportwagen onaangenaam vond, had hij meer afstand tot dit voertuig kunnen houden, in plaats van het te gaan inhalen. Ook tijdens een inhaalmanoeuvre mag de toegestane maximumsnelheid niet worden overschreden. Kan alleen met overschrijding van die snelheid worden ingehaald, dan moet van de inhaalmanoeuvre worden afgezien.

6. Dat een sanctiebedrag van € 178,- de betrokkene en zijn zoon hard in de portemonnee treft is geen bijzondere omstandigheid die aanleiding geeft om de sanctie te matigen of daarvan geheel af te zien. De betrokkene is als kentekenhouder aansprakelijk voor de betaling van het verschuldigde bedrag. Het is niet aannemelijk gemaakt dat de betrokkene door de hoogte van de opgelegde sanctie onevenredig wordt getroffen.

7. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature