< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Jeugdstrafrecht: bevestiging vonnis muv en met dien verstande. Op 18 september 2019 te Zaandam plegen van een overval met geweld in vereniging op het Kruidvat, een poging tot doodslag, verboden wapenbezit en medeplegen van schuldheling van een scooter.

Uitspraak



afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002397-20

datum uitspraak: 18 maart 2021

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland (locatie Alkmaar) van 20 oktober 2020 in de strafzaak onder de parketnummers 15-147418-20 en 15-252947-18 (TUL) tegen

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] ) op [geboortedag] 2003,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 maart 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met dien verstande dat er twee bijzondere voorwaarden zullen worden geschrapt, te weten de voorwaarde dat de verdachte zich dient te houden aan de avondklok en de voorwaarde dat de verdachte enkel in de aanwezigheid van bepaalde personen buiten mag zijn.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met uitzondering van twee aan de opgelegde voorwaardelijke straf verbonden bijzondere voorwaarden, en met dien verstande dat het hof de gronden voor de bewezenverklaring als volgt verbetert en aanvult.

Verbetering en aanvulling van bewijsgronden

1) Het hof schrapt de op pagina 3 van het vonnis weergegeven overweging ten aanzien van feit 4, die als volgt luidt: “Daarnaast is verdachte door meerdere personen aangewezen als degene die de gestolen scooter in zijn bezit heeft gehad in de periode na de overval, terwijl [medeverdachte 1] heeft bekend dat dit de scooter betreft die bij gelegenheid van de overval is gebruikt. Ook daarvoor heeft verdachte geen verklaring kunnen geven”;

2) Het hof schrapt de op pagina 4 van het vonnis weergegeven overweging ten aanzien van feit 4, die als volgt luidt: “Daarnaast wordt verdachte door meerdere personen aangewezen als degene die deze scooter in zijn bezit heeft gehad”. In de zin daarna schrapt het hof als gevolg daarvan ook het woord “namelijk”;

3) Het hof begrijpt dat in het voor het bewijs gebezigde proces-verbaal van 29 mei 2020, inhoudende de bevindingen van verbalisant P.A.M. Vriend in bijlage 1 van het vonnis, op pagina 18, het jaartal “2020” is bedoeld als “2019”;

4) Het hof schrapt het laatste bewijsmiddel op pagina 21 van bijlage 1 van het vonnis, te weten het proces-verbaal van verhoor van 8 juli 2020, inhoudende de verklaring van verdachte [medeverdachte 1] , omdat dit bewijsmiddel op pagina 16-17 al is uitgewerkt.

5) Het hof overweegt in aanvulling op de bewijsoverweging ten aanzien van feit 4 op pagina 4 van het vonnis (meer specifiek voor de slotzin):

Bij gebreke van een (geloofwaardige) uitleg over de wijze van het verkrijgen van de scooter neemt het hof als vaststaand aan dat de verdachte ook ten tijde van het voorhanden krijgen van de scooter moet hebben gezien dat het contactslot verbroken was en redelijkerwijs moest vermoeden dat dit een door misdrijf verkregen goed betrof.

6) Het hof bezigt een aanvullend bewijsmiddel in bijlage 1 van het vonnis, te weten de eigen waarneming van het hof:

De eigen waarneming van het hof gedaan ter terechtzitting in hoger beroep van 4 maart 2020.

Deze eigen waarneming houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Het hof stelt vast dat op screenshot 73 van het proces-verbaal van bevindingen op pagina 156 van het dossier te zien is dat één van de twee daders, te weten de dader die met de hamer heeft geslagen en tevens kan worden aangemerkt als de bestuurder van de scooter, onder zijn helm een blanke of lichte huidskleur heeft.

Het hof heeft ter terechtzitting in hoger beroep waargenomen dat de verdachte een lichte huidskleur heeft.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis voor zover het ziet op de aan de opgelegde straf verbonden bijzondere voorwaarden:

- dat de verdachte zich moet houden aan de avondklok die wordt gesteld op 20.00 uur tot 07.00 uur, zeven dagen per week, waarbij het voor de jeugdreclasseerder mogelijk is om de tijden aan te passen;

- dat de verdachte enkel in aanwezigheid van het gezin, de IFA-coach, de jeugdreclasseerder, vriend [vriend], collega’s (de vrienden van vader) buiten mag zijn, voor zolang de jeugdreclasseerder dit noodzakelijk acht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Kengen, mr. C.J. van der Wilt en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. E.C. Damo, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 maart 2021.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature