E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:GHAMS:2021:4277
Gerechtshof Amsterdam, 200.280.897/01

Inhoudsindicatie:

Vordering tot afgifte van bouwmaterialen van een bedrijf dat materialen ter beschikking had gesteld aan een onderaannemer, jegens de hoofdaannemer, nadat de onderaannemer is gefailleerd. Kantonrechter had de vorderingen van het verhuurbedrijf afgewezen, samengevat omdat deze de eigendom van de materialen waarvan zij afgifte vorderde, onvoldoende kon aantonen. Hof wijst de vordering toe op basis van een tussen (een vertegenwoordiger van) de onderaannemer en/of het verhuurbedrijf enerzijds en (een vertegenwoordiger van) de hoofdaannemer anderzijds op de bouwplaats gemaakte afspraak dat de achter gebleven materialen opgehaald mochten worden zodra zij niet meer nodig waren. Het feit dat eerder al materialen van het verhuurbedrijf met wederzijdse instemming waren afgevoerd van de bouwplaats speelt daarbij een rol.

Wetsartikelen: artikel 6: 74 BW

Zie ECLI:NL:GHAMS:2020:2193.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie