< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Bevestiging behalve ten aanzien van de opgelegde ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen.

Uitspraak



afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003561-18

datum uitspraak: 20 mei 2021

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 9 oktober 2018 in de strafzaak onder parketnummer

96-138236-18 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1982,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 mei 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het nummer van het proces-verbaal bij bewijsmiddel 2 wordt vervangen door nummer 150720182145123667.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden met aftrek, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren en ten aanzien van het onder 1 en 2 tenlastegelegde een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 9 maanden.

De raadsman heeft bepleit dat een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid niet meer opportuun is omdat inmiddels veel tijd is verstreken sinds het begaan van de feiten. De verdachte heeft in de tussentijd in Panama gedetineerd gezeten waar de omstandigheden zeer slecht waren. Hij zit op dit moment gedetineerd in verband met een eerdere herroeping van een voorwaardelijke invrijheidsstelling. Indien hem nu een onvoorwaardelijke straf wordt opgelegd zal hij hiermee pas nadat hij is vrijgekomen worden geconfronteerd, aldus de raadsman.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vier strafbare feiten. Hij heeft tot tweemaal toe de ademanalyse geweigerd, gereden tijdens een invordering van het rijbewijs en gereden tijdens een rijverbod van 24 uren. Weigeren mee te werken aan een dergelijk onderzoek is een ernstig feit en levert een verkeersmisdrijf op. Door zijn handelen heeft de verdachte blijk gegeven de regels voor de verkeersveiligheid te negeren en heeft hij de veiligheid van de aan het verkeer deelnemende personen in gevaar gebracht. Bovendien heeft hij – door vrijwel direct na de invordering van zijn rijbewijs weer te gaan rijden – zich niets aangetrokken van de hem betreffende invorderingsmaatregel en het rijverbod.

Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft het hof gelet op straffen die in soortgelijke gevallen plegen te worden uitgesproken en die hun weerslag hebben gevonden in de Oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Daarin wordt voor het weigeren mee te werken aan een ademanalyse een geldboete en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 9 maanden genoemd. De verdachte heeft tot tweemaal toe geweigerd mee te werken aan de ademanalyse en daarnaast nog gereden tijdens een invordering van het rijbewijs en gedurende een rijverbod.

Het hof ziet gelet op het voorgaande en in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte geen redenen om te volstaan met het opleggen van een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen. Gelet op het feit dat de verdachte al geruime tijd in detentie verblijft ziet het hof echter aanleiding om niet tevens een gevangenisstraf of andere hoofdstraf aan de verdachte op te leggen.

Het hof acht, alles afwegende, een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9, 162, 163, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994 .

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen en doet in zoverre opnieuw recht.

Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 v óór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. A.R.O. Mooy en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. B. van Vliet, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 mei 2021.

Mrs. A.P.M. van Rijn en A. Dantuma-Hieronymus zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature