< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Vrijspraak heling snorfiets. De verdachte is aangehouden terwijl hij reed op een gestolen snorfiets. Daarbij zat de sleutel in het slot van de snorfiets. Het slot was intact en er waren geen beschadigingen zichtbaar. De verdachte heeft verklaard dat de

Uitspraak



afdeling strafrecht

parketnummer: 23-004554-19

datum uitspraak: 30 juli 2020

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Amsterdam van 5 december 2019 in de strafzaak onder de parketnummers 13-099567-19 en 15-169757-18 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Algerije) op [geboortedag] 2001,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 juli 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1.hij op of omstreeks 27 maart 2019, te Haarlem, in elk geval in Nederland, een voorwerp, te weten een snorfiets (kenteken: [kenteken]), heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van voornoemde snorfiets gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat voornoemde snorfiets geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

2.hij op of omstreeks 28 maart 2019 te Haarlem, in elk geval in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een of meerdere wand(en) van een politiecel (Eenheid Noord-Holland), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan Politie Eenheid Noord-Holland toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de kinderrechter.

Geldigheid van de dagvaarding

De raadsman heeft bepleit dat de dagvaarding ten aanzien van feit 1 nietig is, omdat er kennelijk is beoogd om impliciet primair opzetwitwassen en impliciet subsidiair schuldwitwassen ten laste te leggen. Dit is echter niet goed op papier gekomen, omdat onder de tekst van de tenlastelegging niet is opgenomen dat het om artikel 420quater van het Wetboek van Strafrecht gaat, zo begrijpt het hof de raadsman.

Het hof acht de dagvaarding geldig. De inhoud van de dagvaarding is begrijpelijk en voldoende duidelijk is tegen welke beschuldiging de verdachte zich moet verdedigen, te weten primair witwassen en subsidiair schuldwitwassen, zoals ook door de raadsman naar voren gebracht. Dat van dit laatste misdrijf het wettelijk voorschrift niet is opgenomen in de dagvaarding, maakt niet dat de dagvaarding daarmee nietig is.

Vrijspraak van feit 1

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld voor feit 1, omdat hij wisselend en onaannemelijk heeft verklaard over hoe de snorfiets in zijn bezit is gekomen.

De raadsman heeft vrijspraak van feit 1 bepleit, omdat de verdachte op basis van de ongeschonden staat van de snorfiets niet kon vermoeden dat deze van misdrijf afkomstig was. De verdachte heeft over het verkrijgen van de snorfiets een aannemelijke verklaring afgelegd, waar de politie onvoldoende onderzoek naar heeft gedaan, aldus de raadsman.

De verdachte is aangehouden terwijl hij reed op een gestolen snorfiets. Daarbij zat de sleutel in het slot van de snorfiets. Het slot was intact en er waren geen beschadigingen zichtbaar. De verdachte heeft verklaard dat de snorfiets van een vriend van hem was. Deze vriend had de scooter naar de verdachte gebracht, zodat de verdachte deze kon repareren, aldus de verdachte.

De politie heeft onderzoek verricht naar de verklaring van de verdachte en dat onderzoek heeft niet aangetoond dat de verklaring onjuist is. Het hof is van oordeel dat uit het verhandelde ter terechtzitting en ook overigens op basis van de inhoud van het dossier niet met de voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid is vast te stellen dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de snorfiets van misdrijf afkomstig was. Het hof acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat de verdachte van feit 1 moet worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2.hij op 28 maart 2019 te Haarlem opzettelijk en wederrechtelijk wanden van een politiecel (Eenheid Noord-Holland) die aan Politie Eenheid Noord-Holland toebehoorde, heeft beschadigd.

Hetgeen onder 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in het bewijsmiddel zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

Oordeel van de kinderrechter en standpunten van partijen

De kinderrechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een onvoorwaardelijke werkstraf van 50 uur subsidiair 25 dagen jeugddetentie.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke werkstraf van 50 uur, subsidiair 25 dagen jeugddetentie met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de GGZ reclassering Fivoor, dagbesteding in de vorm van werk en/of opleiding en meewerken aan hulp van een ambulante coach.

De raadsman heeft bepleit dat indien de verdachte alleen voor feit 2 wordt veroordeeld aan de verdachte, een straf gelijk aan het voorarrest, te weten een dag, wordt opgelegd.

Oordeel van het hof

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft opzettelijk de wanden van een politiecel beschadigd. Daarmee heeft hij de politie schade berokkend.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 16 juli 2020 is hij eerder ter zake van strafbare feiten onherroepelijk veroordeeld. Hoewel dit andersoortige feiten betreft, baren de eerdere veroordelingen mede gelet op zijn jeugdige leeftijd het hof zorgen. Dit geldt temeer nu de verdachte onderhavig feit in een proeftijd heeft gepleegd.

Uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 23 september 2019 blijkt dat de verdachte hulpvermijdend is en dat de jeugdreclassering niet tot nauwelijks in gesprek komt met de verdachte. De Raad adviseert een voorwaardelijke jeugddetentie met als bijzondere voorwaarden een behandelverplichting van een organisatie zoals de Waag of de Bascule, medewerking aan voortzetting van de plaatsing bij MultiPlusZorg en het volgen van onderwijs. Vanwege de grote kans dat de verdachte zich onttrekt aan voorwaarden, adviseert de Raad de voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

In het aanvullende rapport van 13 juli 2020 heeft de Raad voor de Kinderbescherming geadviseerd een deels voorwaardelijke werkstraf op te leggen, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij GGZ Reclassering Fivoor (hierna: Fivoor), dagbesteding en medewerking aan de hulp van een ambulant coach.

Uit de rapportages en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen blijkt dat de verdachte moeilijk begeleidbaar is, zich vaak aan voorwaarden onttrekt en doorgaans niet in gesprek wil met hulpverleners. Er is niet met Fivoor besproken of deze organisatie mogelijkheden ziet de verdachte succesvol te begeleiden. Het hof acht het daarom niet wenselijk een voorwaardelijke straf met reclasseringscontact bij Fivoor op te leggen. Bovendien acht het hof een relatief korte onvoorwaardelijke werkstraf beter passend bij de aard en ernst van het delict (beschadiging) dan een voorwaardelijke straf met langdurig begeleidingstraject.

Het hof acht, alles afwegende, een geheel onvoorwaardelijke werkstraf van 20 uur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 77a, 77g, 77h, 77m, 77n en 350 van het Wetboek van Strafrecht .

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.

Vordering tenuitvoerlegging (15-169757-18)

Het Openbaar Ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 december 2018 opgelegde voorwaardelijke werkstraf van 40 uur, subsidiair 20 dagen vervangende jeugddetentie met een proeftijd van 2 jaar. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

De advocaat-generaal heeft ter zitting gevorderd dat de vordering zal worden afgewezen. De raadsman heeft eveneens bepleit dat de vordering zal worden afgewezen.

De verdachte heeft zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig gemaakt. Het hof acht het mede uit pedagogisch oogpunt onwenselijk dat aan het overtreden van de algemene voorwaarden van de voorwaardelijke straf niet de consequentie van tenuitvoerlegging van die straf wordt verbonden. Het hof zal daarom de tenuitvoerlegging van die straf gelasten.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen jeugddetentie.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 december 2018, parketnummer 15-169757-18, te weten van een:

taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 20 (twintig) dagen jeugddetentie.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L. Leenaers, mr. M.J.A. Duker en mr. M.K. Durdu-Agema, in tegenwoordigheid van

mr. A.N. Biersteker en S. Abelsma, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 juli 2020.

Mr. M.L. Leenaers en mr. M.K. Durdu-Agema zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature