< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Wet waardering onroerende zaken; compromis ter zitting

Uitspraak



GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerk 19/01774

2 december 2020

uitspraak van de achtste enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] , te [Y] , belanghebbende,

tegen de uitspraak van 20 november 2019 in de zaak met kenmerk HAA 19/595 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de Gemeenschappelijke Regeling Cocensus, de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft bij beschikking krachtens artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken met dagtekening 28 februari 2018 de waarde van de onroerende zaak [onroerende zaak] te [Y] (hierna: de onroerende zaak) voor het kalenderjaar 2018 vastgesteld op € 293.000. Tegelijk (op één aanslagbiljet verenigd) zijn de aanslagen onroerendezaakbelastingen en afvalstoffenheffing voor het jaar 2018 bekendgemaakt.

1.2.

De heffingsambtenaar heeft – na daartegen gemaakt bezwaar – bij uitspraak van

20 december 2018 de voor de onroerende zaak vastgestelde waarde alsook de onder 1.1. vermelde belastingaanslagen gehandhaafd. Belanghebbende heeft daartegen beroep bij de rechtbank ingesteld.

1.3.

De rechtbank heeft bij de uitspraak van 20 november 2019 het tegen de uitspraak op bezwaar gerichte beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de rechtbank op 31 december 2019 hoger beroep bij het Hof ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 november 2020. Aldaar is verschenen de belanghebbende, voornoemd, tezamen met zijn echtgenote, [echtgenote] . Namens de heffingsambtenaar is verschenen [A] .

2 Overwegingen

2.1.

In geschil is de waarde van de onroerende zaak voor het kalenderjaar 2018.

2.2.

Partijen hebben ter zitting bij wijze van compromis ter beëindiging van het geschil overeenstemming bereikt, en wel in die zin dat:

2.2.1.

De waarde van de onroerende zaak voor het onderhavige jaar wordt verlaagd met een aanvullende korting van € 15.000 vanwege hinder veroorzaakt door de kippenboerderij gelegen aan de [nabij gelegen onroerende zaak] te [Y] . Deze korting is tussen partijen overeengekomen in verband met het door belanghebbende in hoger beroep overgelegde nader stuk van de Omgevingsdienst NHN, welk stuk berichtgeving betreft aan [nabij gelegen onroerende zaak] inzake een op dat adres uitgevoerde milieucontrole en de daarbij geconstateerde overtredingen. Ter zitting is tevens overeengekomen dat deze aanvullende korting alleen ziet op het jaar 2018 en als zodanig geen invloed uitoefent op komende belastingjaren, dit conform de methodiek van de Wet WOZ waarbij slechts per kalenderjaar de waarde kan worden bezien en vastgesteld.

2.2.2.

Op grond van het voorgaande komt de waarde van de onroerende zaak voor 2018 uit op € 293.000 minus de aanvullende korting van € 15.000 = € 278.000. Hierbij merkt het Hof op dat de door de heffingsambtenaar reeds toegepaste korting ad € 55.000 is verdisconteerd in de waarde van € 293.000 zoals vastgesteld bij beschikking van 28 februari 2018 (zie 1.1.).

2.3.

Hieruit volgt dat de waarde van de onroerende zaak dient te worden verminderd tot een bedrag van € 278.000. De aanslag onroerendezaakbelastingen 2018 dient dienovereenkomstig te worden verminderd.

2.4.

Het Hof zal dienovereenkomstig beslissen. Het hoger beroep van belanghebbende is gegrond.

3 (Proces)kosten

Het Hof ziet geen aanleiding voor een veroordeling van de heffingsambtenaar in de (proces)kosten.

3 Beslissing

Het Hof:

- vernietigt de uitspraak van de rechtbank;

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de waarde van de onroerende zaak [onroerende zaak] tot € 278.000;

- vermindert de aanslag onroerendezaakbelastingen 2018 dienovereenkomstig, en

- gelast dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van in totaal € 175 (Hof € 128 + € 47 rechtbank) vergoedt.

De uitspraak is gedaan door mr. N. Djebali, in tegenwoordigheid van mr. C. Lambeck als griffier. De beslissing is op 2 december 2020 uitgesproken en wordt openbaar gemaakt door publicatie op www.rechtspraak.nl.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;

2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

Toelichting rechtsmiddelverwijzing

Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.

Digitaal procederen

Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op www.hogeraad.nl.

Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.

Per post procederen

Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature