< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Medeplegen van kraken (art. 47 jo. 138a Sr). Voorwaardelijke gevangenisstraf i.v.m. verschrijding redelijke termijn in eerste aanleg en hoger beroep. Vordering BP: o.a. afwijzing gevorderde BTW, nu de benadeelde partij een besloten vennootschap betreft.

Uitspraak



afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001304-18

datum uitspraak: 17 september 2020

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 28 maart 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-706720-15 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1983,

adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 september 2020.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 28 februari 2015 tot en met 21 mei 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning/gebouw/bedrijfspand gelegen aan de [adres 2], waarvan het gebruik door de rechthebbende was beëindigd wederrechtelijk aldaar heeft/hebben vertoefd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof ten aanzien van de strafoplegging en de vordering van de benadeelde partij tot andere beslissingen dan de rechtbank, en het gedeeltelijk bevestigen van het vonnis een te weinig overzichtelijk samenstel aan beslissingen en motiveringen zou opleveren.

Bewijsoverweging

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Daartoe heeft hij, kort gezegd, aangevoerd dat de verklaring die de verdachte ten overstaan van de politie heeft afgelegd niet voor het bewijs kan worden gebruikt wegens een schending van het recht op rechtsbijstand zoals bedoeld in artikel 6 EVRM , en dat de overige bewijsmiddelen niet tot een bewezenverklaring kunnen leiden.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof zal de verklaring van de verdachte bij de politie niet gebruiken voor het bewijs, zodat het verweer van de verdediging op dat punt geen nadere bespreking behoeft.

Anders dan de raadsman acht het hof de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 1] betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs. Het hof stelt vast dat de verdachte op 21 mei 2015 door de politie is aangehouden in het gekraakte pand aan de [adres 2], evenals, onder meer, de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. De verbalisanten hebben ter plaatse geconstateerd dat alle aangehouden personen tassen met persoonlijke bezittingen bij zich hadden, zoals kleding en toiletartikelen. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat de mensen met wie hij is aangehouden zijn medebewoners waren, met wie hij samen maaltijden nuttigde. Gelet op de bevindingen van de politie en de verklaringen van [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] acht het hof het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Het enkele feit dat [medeverdachte 1] heeft verklaard dat er acht personen zijn aangehouden, terwijl het daadwerkelijk negen personen betreft, is van ondergeschikt belang in het licht van het gehele samenstel van bewijsmiddelen. De door de raadsman gemaakte tekstuele kanttekeningen met betrekking tot de verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3], maken het voorgaande evenmin anders en brengen niet met zich dat het hof deze verklaringen niet redengevend acht voor het bewijs. Het verweer vindt in zoverre aldus weerlegging in de bewijsmiddelen, die in het geval van een eventueel beroep in cassatie aan dit arrest zullen worden toegevoegd.

Gelet op het voorgaande wordt het tot vrijspraak strekkende verweer in alle onderdelen verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 28 februari 2015 tot en met 21 mei 2015 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, in een bedrijfspand gelegen aan de [adres 2], waarvan het gebruik door de rechthebbende was beëindigd, wederrechtelijk heeft vertoefd.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van kraken.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 dagen.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 dagen, met een proeftijd van 2 jaren.

De raadsman heeft het hof, in geval van een bewezenverklaring, verzocht een geheel voorwaardelijke straf op te leggen met een proeftijd van één jaar. Daartoe heeft hij onder meer aangevoerd dat de verdachte sinds 21 mei 2015 niet meer met politie en justitie (in Nederland) in aanraking is gekomen en dat sprake is van een forse overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM .

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Daarbij is in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het kraken van een leegstand bedrijfspand in Amsterdam. Kraken is een hinderlijk en overlast veroorzakend feit. Door het handelen van de verdachte en zijn mededaders is fikse schade veroorzaakt aan het betreffende perceel en is inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de rechthebbende.

Gelet op de aard van het feit acht het hof in beginsel de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie weken, evenals aan de mededaders is opgelegd, passend en geboden. Voor een andere strafmodaliteit dan een vrijheidsbenemende straf is in deze zaak, onder meer gelet op de enorme inbreuk op de mogelijkheden voor gebruik van het pand als door hem gewenst van de eigenaar en de schade die is ontstaan door het onrechtmatig verblijf van de verdachte en zijn mededaders in het pand, geen plaats.

Het hof stelt echter vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM in de onderhavige zaak in eerste aanleg en in hoger beroep is overschreden. Immers, de in de onderhavige zaak op zijn redelijkheid te beoordelen termijn van berechting is aangevangen op 21 mei 2015, terwijl de rechtbank op 28 maart 2018 vonnis heeft gewezen en het hof thans (eind)arrest wijst. In deze omstandigheid ziet het hof aanleiding om de gevangenisstraf geheel voorwaardelijk op te leggen. Anders dan de raadsman acht het hof geen termen aanwezig om de proeftijd te verkorten.

Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie weken passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 29.652,31 (incl. BTW) als vergoeding voor materiële schade, bestaande uit de navolgende schadeposten:

a. Advocaatkosten € 771,98 incl. BTW (zijnde € 638,00 excl. BTW)

Advocaatkosten € 775,48 incl. BTW (zijnde € 641,50 excl. BTW)

Advocaatkosten € 239,58 incl. BTW (zijnde € 198,00 excl. BTW)

Aannemer [aannemer] € 5.524,86 incl. BTW (zijnde € 4.566,00 excl. BTW)

Loodgieter [loodgieter] € 1.671,62 incl. BTW (zijnde € 1.464,36 excl. BTW)

Aannemer [aannemer] € 6.097,19 incl. BTW (zijnde € 5.039,00 excl. BTW)

[bedrijf 1] € 1.374,12 incl. BTW (zijnde € 1.135,63 excl. BTW)

[bedrijf 2] € 3.316,51 incl. BTW (zijnde € 2.740,92 excl. BTW)

[bedrijf 3] € 804,65 incl. BTW (zijnde € 665,00 excl. BTW)

[bedrijf 4] € 165,88 incl. BTW (zijnde € 137,09 excl. BTW)

Advocatenkosten € 53,24 incl. BTW (zijnde € 44,00 excl. BTW)

Huurderving € 8.857,20 incl. BTW (zijnde € 7.320,00 excl. BTW)

De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 17.133,87.

De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de vordering tot schadevergoeding hoofdelijk zal worden toegewezen tot een bedrag van € 23.425,32, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, gelet op de bepleite vrijspraak van het tenlastegelegde. Subsidiair heeft hij de vordering met betrekking tot de energiekosten, de beveiligingskosten, de kosten van aannemersbedrijf [aannemer] en de gevorderde huurderving betwist en verzocht de vordering ten aanzien van de gevorderde BTW af te wijzen.

Het hof overweegt als volgt.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van

€ 5.135,89. Dit bedrag is opgebouwd als volgt:

a. a) Advocaatkosten € 638,00

b) Advocaatkosten € 641,50

c) Advocaatkosten € 198,00

g) [bedrijf 1] (28-02-2015 t/m 21-05-2015) € 736,38

h) [bedrijf 2] € 2.740,92

j) [bedrijf 4] € 137,09

k) Advocatenkosten € 44,00

Totaal € 5.135,89

De energiekosten (post g) hebben betrekking op de periode van 27 januari 2015 tot en met 3 juni 2015

(= 128 dagen). Deze zijn, gelet op de betwisting van dit gedeelte van de vordering door de raadsman, slechts toegewezen naar evenredigheid. Nu de bewezenverklaarde periode 83 dagen in totaal betreft, komt dit uit op een totaalbedrag van (83 /128 x € 1.135,63 kosten [bedrijf 1] exclusief BTW =) € 736,38.

De verdachte is tot vergoeding van de hierboven weergegeven schade ter hoogte van € 5.135,89 gehouden zodat de vordering tot dat bedrag hoofdelijk zal worden toegewezen.

Nu de benadeelde partij een besloten vennootschap betreft en deze de BTW kan verrekenen, komt de gevorderde BTW niet voor vergoeding in aanmerking. De BTW met betrekking tot de kostenposten

a. a) (€133,98), b) (€133,98), c) (€41,58), g) (voor zover deze ziet op de t bewezenverklaarde periode van 28 februari 2015 tot en met 21 mei 2015, derhalve tot een bedrag van 83/128 x € 238,49 = € 154,64),

h) ( € 575,59), j) (€ 28,79) en k) (€ 9,24) wordt derhalve telkens afgewezen tot een totaalbedrag van

€ 1.077,80.

Ten aanzien van de schadeposten d) aannemer [aannemer], e) loodgieter [loodgieter], f) aannemer [aannemer] is thans onvoldoende gebleken dat de gestelde schade door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte is veroorzaakt. De facturen zoals genoemd onder d) en e) hebben namelijk betrekking op een ander huisnummer dan het bewezenverklaarde en op de factuur onder f) is in het geheel geen adres vermeld. Nu de vordering op die onderdelen is betwist, is nadere bewijslevering nodig waarvoor in deze fase van de procedure geen plaats is, omdat het strafgeding daardoor onevenredig zou worden belast. De benadeelde partij kan daarom in zoverre in de vordering niet worden ontvangen.

Dit geldt ook voor kostenpost g) voor zover die ziet op de periode van 27 januari 2015 tot en met 27 februari 2015 onderscheidenlijk 22 mei 2015 tot en met 3 juni 2015, nu deze periodes buiten de bewezenverklaarde periode liggen. De benadeelde partij kan daarom in zoverre in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de schadeposten i) beveiligingskosten en l) huurderving, is het hof van oordeel dat de vordering, gelet op de betwisting van de zijde van de verdachte, in het licht van de stellingen van de benadeelde partij, (nog) niet voor toewijzing gereed ligt. Daarvoor is nader partijdebat en nadere bewijslevering vereist. In deze fase van de procedure vindt het hof het echter een onevenredige belasting van het strafgeding om daarvoor alsnog gelegenheid te bieden. In zoverre kan de benadeelde partij dus niet in de vordering worden ontvangen en kan zij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 47 en 138a van het Wetboek van Strafrecht .

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het bewezenverklaarde tot het bedrag van € 5.135,89, (vijfduizend honderdvijfendertig euro en negenentachtig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Wijst af de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor een bedrag van € 1.077,80 (duizend en zevenenzeventig euro en tachtig cent) ter zake van materiële schade.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde], ter zake van het bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 5.135,89 (vijfduizend honderdvijfendertig euro en negenentachtig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 60 (zestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op;

7 april 2015 over een bedrag van € 638,00;

15 mei 2015 over een bedrag van € 641,50;

26 mei 2015 over een bedrag van € 137,09;

2 juni 2015 over een bedrag van € 198,00;

10 juni 2015 over een bedrag van € 2.740,92;

16 juni 2015 over een bedrag van € 736,38;

25 augustus 2015 over een bedrag van € 44,00.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. S. Clement en mr. C.N. Dalebout, in tegenwoordigheid van mr. A.S.E. Evelo, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 september 2020.

mr. F.M.D. Aardema, mr. S. Clement en mr. A.S.E. Evelo zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

Factuur d.d. 7 april 2015 (urendeclaratie t/m: 31-03-2015).

Factuur d.d. 15 mei 2015 (urendeclaratie t/m: 30-04-2015).

Factuur d.d. 2 juni 2015 (urendeclaratie t/m: 31-05-2015).

Factuur d.d. 27 juli 2015 met betrekking tot (herstel)werkzaamheden aan de [adres 3] te Amsterdam.

Factuur d.d. 15 juli 2015. Datum uitvoering: 16 juni 2015. Werkadres: [adres 3] Amsterdam.

Factuur d.d. 24 juni 2015 met betrekking tot (herstel)werkzaamheden aan de [adres 3] te Amsterdam.

Factuur d.d. 16 juni 2015. Periode van 27 januari 2015 - 3 juni 2015.

Factuur d.d. 10 juni 2015 met betrekking tot schoonmaakwerkzaamheden aan de [adres 2] te Amsterdam verricht op 26, 27 en 28 mei 2015.

Factuur d.d. 11 juni 2015 met betrekking tot beveiligingsdiensten verleend op 22-05-2015 t/m 23-05-2015 t.b.v. [adres 2] Amsterdam.

Factuur d.d. 26 mei 2015 met betrekking tot noodherstelwerk aan de [adres 2] te Amsterdam.

Factuur d.d. 25 augustus 2015 (urendeclaratie t/m: 31-07-2015).

Duur: drie maanden.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature