< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Vonnis wordt vernietigd. Verdachte veroordeeld voor meerdere winkeldiefstallen en art. 2 onder C Opiumwet. Verdachte maakt - voorzichtig - positieve ontwikkelingen door, om die reden taakstraf in combinatie met geheel voorwaardelijke gevangenisstraf.

Uitspraak



afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003210-19

datum uitspraak: 15 oktober 2020

TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 7 augustus 2019 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-053327-19 (zaak A) en 13-122722-19 (zaak B) en 13-137434-19 (zaak C) en

13-142576-19 (zaak D) en 13-165434-19 (zaak E) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Somalië) op [geboortedag] 1987,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

1 oktober 2020.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is in eerste aanleg in de ter terechtzitting gevoegde zaken met de hiervoor genoemde parketnummers gedagvaard om op 7 augustus 2019 te verschijnen ter terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Amsterdam. De dagvaarding in de zaak met parketnummer 13-165434-19 (zaak E) is aan de verdachte op woensdag 10 juli 2019 in persoon betekend.

De verdachte is op 7 augustus 2019 in de gevoegde zaken bij verstek veroordeeld.

Tegen dit vonnis heeft de verdachte niet binnen veertien dagen nadien hoger beroep ingesteld, maar eerst op 27 augustus 2019.

Nu het hoger beroep in zaak E niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld zal de verdachte in die zaak niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn hoger beroep.

Op grond van het bepaalde in artikel 423, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering zal het hof de door de politierechter te Amsterdam voor zaak E opgelegde straf bepalen op één week gevangenisstraf voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is, voor zover thans nog van belang, tenlastegelegd dat:

Zaak A (13-053327-19):

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks 4 maart 2019 tot en met 5 maart 2019 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, 2 paar schoenen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [winkel 1], vestiging [vestiging], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Zaak B (13-122722-19):

hij op of omstreeks 21 mei 2019 te Amsterdam, in elk geval in Nederland een lamp en/of een kabel, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [winkel 2], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Zaak C (13-137434-19):

hij op of omstreeks 6 april 2019 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1,08 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Zaak D (13-142576-19):

hij op of omstreeks 14 juni 2019 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, 5, althans een of meer (babymelk)producten (van het merk: Nutrilon) (met een totale waarde van circa € 69,65), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan winkelbedrijf [winkel 3], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Voor zover in de tenlasteleggingen taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep – voor zover in hoger beroep aan de orde – zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde – voor zover in hoger beroep aan de orde – heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak A (13-053327-19):hij op tijdstippen in de periode van 4 maart 2019 tot en met 5 maart 2019 te Amsterdam 2 paar schoenen, toebehorend aan [winkel 1], vestiging [vestiging], heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Zaak B (13-122722-19):hij op 21 mei 2019 te Amsterdam een lamp en een kabel, toebehorende aan [winkel 2], heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen;Zaak C (13-137434-19):hij op 6 april 2019 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad 1,08 gram van een materiaal bevattende cocaïne;

Zaak D (13-142576-19):hij op 14 juni 2019 te Amsterdam 5 babymelkproducten van het merk Nutrilon met een totale waarde van € 69,65, toebehorende aan winkelbedrijf [winkel 3], heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Hetgeen in de zaken A (13-053327-19), B (13-122722-19), C (13-137434-19) en D (13-142576-19) meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in de zaken A, B en D bewezenverklaarde levert op:

telkens: diefstal.

Het in zaak C bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde – daaronder begrepen het bewezenverklaarde in zaak E – veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken, waarvan twee weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het in de zaken A, B, C en D tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier weken, met een proeftijd van twee jaren en tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, bij niet-uitvoering te vervangen door 30 dagen hechtenis.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere winkeldiefstallen, te weten diefstal van schoenen, een kabel en lamp en babymelk. Diefstal is een hinderlijk feit, dat in het algemeen naast financiële schade ook hinder en overlast voor de gedupeerde veroorzaakt.

Daarnaast heeft de verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van een hoeveelheid cocaïne. Dit is een harddrug. Harddrugs vormen een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en het gebruik ervan is bezwarend voor de samenleving, niet in de laatste plaats vanwege de daarmee gepaard gaande criminaliteit.

Het hof rekent dit de verdachte aan. Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 23 september 2020 is hij bovendien herhaaldelijk eerder ter zake van diefstal onherroepelijk veroordeeld. Het hof heeft daarnaast echter acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan uit het dossier en ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken, en de omstandigheid dat aan hem op 26 augustus van dit jaar de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders in voorwaardelijke vorm is opgelegd.

Uit de reclasseringsrapportages van 21 september 2020 en uit hetgeen de gemachtigd raadsman ter terechtzitting in hoger beroep naar voren heeft gebracht blijkt dat er inmiddels sprake is van maatschappelijke opvang en begeleid wonen. Tevens ontvangt de verdachte leefgeld.

Een vrijheidsbenemende straf zou ervoor kunnen zorgen dat de − voorzichtig − positieve

ontwikkelingen in het leven van de verdachte doorkruist worden, aldus de raadsman.

Het hof acht in beginsel een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf zoals door de politierechter opgelegd, passend. In het voorgaande ziet het hof echter aanleiding om de gevangenisstraf in geheel voorwaardelijke vorm op te leggen. Daarnaast zal het hof een taakstraf aan de verdachte opleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14 b, 14c, 22c, 22d, 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte in zaak E niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Bepaalt de door de politierechter in de rechtbank Amsterdam opgelegde straf voor het door de politierechter onder E bewezen verklaarde op een gevangenisstraf voor de duur van een week voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover in hoger beroep aan de orde en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in zaak A, B, C en D tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.L. Bruinsma, mr. A.P.M. van Rijn en mr. A.R.O. Mooy, in tegenwoordigheid van

mr. B.K.M. Pouw, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

15 oktober 2020.

mr. A.R.O. Mooy en mr. J.L. Bruinsma zijn buiten staat het arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature