< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Ontneming. De verdachte heeft samen met zijn mededaders een overval gepleegd in een woning.

Uitspraak



Afdeling strafrecht

Parketnummer: 23-003277-15

Datum uitspraak: 19 november 2019

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 23 juli 2015 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 15-740378-11 tegen de veroordeelde

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,

adres: [adres].

Procesgang

Het Openbaar Ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 42.321.

De veroordeelde is bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 23 juli 2015 veroordeeld ter zake van – kort gezegd – diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Voorts heeft de rechtbank Noord-Holland bij vonnis van 23 juli 2015 de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 14.457,17 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

De veroordeelde heeft hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen.

De veroordeelde is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 19 november 2019 veroordeeld terzake van – kort gezegd – diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

5 november 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel

Standpunt van het Openbaar Ministerie De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat het vonnis zal worden bevestigd en aan de veroordeelde aldus de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van

€ 14.457,17 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Dit bedrag bestaat uit de gehele schade van aangeefster [aangeefster] en ten aanzien van aangever [aangever] de spaarpotten van de (klein)kinderen en een contant geldbedrag ter hoogte van € 25.000. De schade betreft dan € 16.571,51 + € 1.800 + € 25.000 = € 43.371,51.Nu het aannemelijk is dat de veroordeelde met twee mededaders de overval heeft gepleegd, zal dit bedrag door drie worden gedeeld en komt het wederrechtelijk verkregen voordeel uit op

€ 43.371,51 / 3 = € 14.457,17.

Standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de schade van aangeefster [aangeefster].

De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep primair op het standpunt gesteld dat de veroordeelde moet worden vrijgesproken en dan moet het openbaar ministerie in de ontnemingsvordering niet-ontvankelijk verklaard worden. Subsidiair heeft zij aangevoerd dat er geen begin van aannemelijkheid is dat in de kluis € 12.3000 spaargeld lag, toebehorende aan aangeefster [aangeefster], en dat dit bedrag is weggenomen bij de woningoverval. Voorts heeft aangeefster [aangeefster] de door haar genoemde weggenomen sieraden op een waarde geschat, maar waar deze waarde op gebaseerd is blijkt niet uit de stukken. Het is daarom onvoldoende aannemelijk dat de bedragen waarop [aangeefster] de sieraden heeft geschat ook de werkelijke waarden betreffen. Als het hof aannemelijk acht dat er sieraden zijn weggenomen en dat die een waarde hadden zoals door aangeefster [aangeefster] is verklaard, dan dient het hof er rekening mee te houden dat de sieraden in het helingscircuit slechts 20% van de legale consumentenwaarde opbrengen.

Ten aanzien van de schade van aangever [aangever]

De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep primair op het standpunt gesteld dat de veroordeelde moet worden vrijgesproken en dan moet het openbaar ministerie in de ontnemingsvordering niet-ontvankelijk verklaard worden. Subsidiair heeft zij aangevoerd dat er verschillend is verklaard door [aangever] en [aangeefster] over de precieze bedragen van de gestolen gelden. Blijkens een kopie van het kasboek is het ontvreemde bedrag begroot op € 25.000, welk bedrag als kostenpost is meegenomen in de belastingaangifte en door de Belastingdienst als aannemelijk is aangemerkt. Er zijn echter geen stukken overgelegd die zien op de beslissing van de Belastingdienst dat dat bedrag aannemelijk is.

Zelfs al zou [aangever] ten tijde van de overval hebben beschikt over € 25.000 dan is nog niet aannemelijk gemaakt dat precies dit geldbedrag ook daadwerkelijk is weggenomen tijdens de woningoverval. De verdediging meent dat dit geldbedrag slechts kan worden begroot op een bedrag van € 5.000.

Ten aanzien van de spaarpotten voor de (klein)kinderen refereert de verdediging zich aan het oordeel van het hof.

Tenslotte heeft de raadsvrouw nog opgemerkt dat het wederrechtelijk verkregen voordeel door minstens drie daders gedeeld moet worden, nu er meerdere personen bij de overval betrokken waren.

Oordeel van het hof Aannemelijk is geworden dat de veroordeelde door middel van of uit baten van het hiervoor genoemde feit, waarvoor hij bij voornoemd arrest is veroordeeld, wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. De veroordeelde heeft op 15 januari 2011 met twee anderen een overval gepleegd op de woning van aangeefster [aangeefster]. Uit het strafdossier blijkt dat bij de overval door de drie daders nauw werd samengewerkt. Naar de uiterlijke verschijningsvorm van hun handelen en bij gebreke van een andere verklaring door de daders afgelegd, kan geconcludeerd worden dat deze overval bedoeld was om hen drieën uit de opbrengst ervan te bevoordelen. Vervolgens zijn de daders er gezamenlijk met een aantal sieraden en geldbedragen vandoor gegaan. De buit betreft het wederrechtelijk voordeel dat de drie daders gezamenlijk hebben verkregen.

Aangeefster [aangeefster]De aangeefster [aangeefster] heeft haar schadebedrag begroot op € 16.571,51, bestaande uit:

Een contant geldbedrag ad € 12.300

Een gouden ring met diamant ad € 2.000

Een zilveren schakelarmband ad € 90

Een gouden trouwring ad € 181,51

Een paar ringen ad € 500

Een gouden armband en gouden munten ad € 1.500

Ten aanzien van het contante spaargeld ad € 12.300 overweegt het hof dat de hoogte van dit bedrag niet is onderbouwd. Daarmee is niet met voldoende zekerheid komen vast te staan dat dit geldbedrag is weggenomen bij de overval.

Het is een feit van algemene bekendheid dat mensen sieraden thuis bewaren en dat dit een gewilde buit is voor overvallers. De waarde van de sieraden die de aangeefster heeft genoemd is niet onaannemelijk, zodat het hof daarvan zal uitgaan. Hierbij moet wel worden aangetekend dat de aangeefster met betrekking tot de gouden ring met diamant heeft verklaard dat het geen echte diamant was. De waarde van € 2.000 voor een gouden ring met een ‘nepdiamant’ moet daarom worden bijgesteld tot € 500.

De waarde van de weggenomen sieraden is dan € 500 + € 90 + € 181,50 + € 500 + € 1.500 = € 2.771,50.

Indien het, zoals hier, gaat om voorwerpen, gestolen met het oog op de opbrengst bij vervreemding en de veroordeelde voor de afzet is aangewezen op het illegale helingcircuit, dient de tegenwaarde van het verkregene in dat circuit en niet die in het legale verkeer in aanmerking te worden genomen bij de waardering van het daadwerkelijk verkregen voordeel.

Of de verkrijger de tegenwaarde uiteindelijk realiseert is daarbij niet van belang. De aard van de gestolen goederen, namelijk sieraden, brengt in dit geval mee dat ervan moet worden uitgegaan dat deze via een heler plegen te worden afgezet. Het hof schat deze waarde met de raadsvrouw op 20% van de legale inkoopwaarde.

Het wederrechtelijk verkregen voordeel van de sieraden komt hiermee op € 554,30 (0,2 x € 2.771,50).

Aangever [aangever]

Aangever [aangever] heeft zijn schadebedrag begroot op € 37.500, bestaande uit:

Kasgeld ad € 35.700

Spaargeld (klein)kinderen ad € 1.800

Ten aanzien van het kasgeld is onvoldoende onderbouwd dat dit een bedrag van € 35.700 zou betreffen. In het dossier bevindt zich een kopie van het kasboek van januari 2011 waar het ontvreemde bedrag is begroot op € 25.000. Dit bedrag is ook als kostenpost meegenomen in de belastingaangifte. Stukken van de schikking met de Belastingdienst die dit bevestigen zitten niet in het dossier. Het is echter aannemelijk dat er kasgeld aanwezig was in het huis en dat dit aanwezige geld is meegenomen bij de overval, gelet op de bedrijfsvoering van de aangever. Het hof schat dit kasgeld op een bedrag van € 10.000.

Voorts is het aannemelijk dat bij de aangeefster [aangeefster] spaarpotten voor haar kleinkinderen, de kinderen van aangever [aangever], aanwezig waren met een gezamenlijk geldbedrag van € 1.800.

Het totale wederrechtelijk verkregen voordeel komt hier mee op € 554,30 + € 10.000 + € 1.800 =

€ 12.354,30.

Toerekening voordeel pondspondsgewijs

De veroordeelde heeft met twee anderen van dit strafbare feit geprofiteerd. Aan het dossier en het verhandelde ter terechtzitting valt echter geen indicatie te ontlenen voor de verdeling van de opbrengst. De veroordeelde heeft geen inzicht gegeven in de onderlinge verdeling van het behaalde voordeel en ook overigens zijn er geen concrete aanknopingspunten voorhanden voor een afwijkende verdeelsleutel tussen de veroordeelde en zijn mededaders dan op basis van gelijke verdeling. Dit zou slechts anders zijn indien de veroordeelde aannemelijk zou hebben gemaakt dat feitelijk van een andere verdeling moet worden uitgegaan. Het hof zal daarom het totale wederrechtelijk verkregen voordeel pondspondsgewijs toerekenen.

Gelet op het voorgaande, schat het hof het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel op een bedrag van € 12.354,30 : 3 = € 4.118,10.

Verplichting tot betaling aan de Staat

Aan de veroordeelde dient, ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel, de verplichting te worden opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 4.118,10.

Toepasselijk wettelijk voorschrift

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 4.118,10 (vierduizend honderdachttien euro en tien cent).

Legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 4.118,10 (vierduizend honderdachttien euro en tien cent).

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. A.D.R.M. Boumans en mr. E. van Die, in tegenwoordigheid van

mr. J.M. van Riel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

19 november 2019.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature