< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Bedreiging en belediging ambtenaar in functie. De door de politierechter opgelegde taakstraf wordt in voorwaardelijke vorm opgelegd, omdat de verdachte op authentieke wijze berouw heeft getoond voor zijn laakbare handelen en vanwege het tijdsverloop.

Uitspraak



afdeling strafrecht

parketnummer: 23-004404-18

datum uitspraak: 17 december 2019

TEGENSPRAAK (verdachte)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 26 november 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-036993-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 december 2019.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.hij op of omstreeks 6 januari 2017 te Amsterdam [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend:

- met zijn vinger een snijdende beweging langs zijn keel heeft gemaakt en/of,

- voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd :"ik kom jullie opzoeken, ik kom erachter wie jullie zijn en als ik uit het politiebureau kom, weet ik jullie te vinden, dan zal je zien wat je te wachten staat", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.hij op of omstreeks 6 januari 2017 te Amsterdam opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer], handhaver openbare ruimte en buitengewoon opsporingsambtenaar te Amsterdam, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: lelijke zwarte aap en/of slaaf van de blanken en/of zwarte racist, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.hij op 6 januari 2017 te Amsterdam [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend:

- met zijn vinger een snijdende beweging langs zijn keel gemaakt en

- [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: “Ik kom jullie opzoeken, ik kom erachter wie jullie zijn en als ik uit het politiebureau kom, weet ik jullie te vinden, dan zal je zien wat je te wachten staat”.

2.hij op 6 januari 2017 te Amsterdam opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer], handhaver openbare ruimte en buitengewoon opsporingsambtenaar te Amsterdam, gedurende de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in haar tegenwoordigheid mondeling heeft beledigd, door haar de woorden toe te voegen “lelijke zwarte aap” en “slaaf van de blanken” en “zwarte racist”.

Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 30 uur, subsidiair 15 dagen vervangende hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 30 uur.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belediging van een handhaver van de gemeente Amsterdam door haar woorden toe te voegen met een krenkend en sterk discriminerend karakter. Aldus heeft hij het gezag en de integriteit van de handhaver aangetast, haar ten overstaan van haar collega zeer disrespectvol behandeld en de in de samenleving geldende omgangsvormen veronachtzaamd. Dit gedrag van de verdachte, die een Molukse achtergrond heeft, baart temeer opzien nu hij te kennen heeft gegeven dat hij het zelf ook heel vervelend vindt wanneer hij op discriminerende wijze wordt behandeld. Hij heeft zich ook nog eens schuldig gemaakt aan bedreiging van dezelfde ambtenaar en haar op die manier angst ingeboezemd.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 2 december 2019 is hij eerder ten aanzien van belediging van een ambtenaar onherroepelijk bestraft en wel met een geldboete. Gelet op de straffen die in soortgelijke zaken in geval van recidive plegen te worden opgelegd ligt oplegging van een onvoorwaardelijke taakstraf in de rede.

De verdachte heeft er ter terechtzitting in hoger beroep blijk van gegeven inmiddels inzicht te hebben in het laakbare van zijn handelen en daarvoor op authentiek overkomende wijze berouw getoond. Nu er voorts ruim drie jaren sinds het bewezenverklaarde zijn verstreken en de verdachte voor zover bekend sindsdien geen nieuwe misdrijven heeft begaan, zal het hof de passend geachte taakstraf in dit geval in voorwaardelijke vorm opleggen.

Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke taakstraf van 30 uur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14 b, 14c, 22c, 22d, 57, 63, 266, 267 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.J.I. de Jong, mr. P.F.E. Geerlings en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van mr. S.H.M. van Gennip, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 december 2019.

Mr. B.A.A. Postma is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature