< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Vrijspraak wederspannigheid: onvoldoende bewijs. Dat de verdachte bewust heeft geslagen kan uitsluitend worden gebaseerd op de subjectieve indrukken van de getuige. Deze subjectieve indrukken of de gevolgtrekkingen daarvan dragen niet bij aan het bewijs.

Uitspraak



afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000191-19

datum uitspraak: 20 december 2019

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 9 januari 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-097678-18 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1975,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 6 december 2019.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 19 mei 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een ambtenaar, [verbalisant 1], werkzaam in de rechtmatige oefening van haar bediening, te weten toezicht en handhaving van Amsterdam Centraal station (als buitengewoon opsporingsambtenaar aangesteld in domein openbaar vervoer) door hevig met de armen te maaien en/of slaande bewegingen te maken in de richting van voornoemde ambtenaar en/of voornoemde ambtenaar op/tegen het oog te slaan.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte wordt vrijgesproken, omdat niet is bewezen dat de maaiende beweging van de verdachte in de richting van [verbalisant 1] erop was gericht om haar te raken of daarmee zich tegen haar te verzetten.

Vrijspraak

De raadsman heeft overeenkomstig zijn pleitnota betoogd dat het feit niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.

Het hof gaat op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Op 19 mei 2018 omstreeks 02.00 uur troffen de buitengewoon opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] de verdachte aan in het Centraal Station binnen het gebied waarvoor een vervoersbewijs nodig is. De verdachte was niet in het bezit van een vervoersbewijs, waarna [verbalisant 1] en [verbalisant 2] de verdachte een aanwijzing gaven het station te verlaten. De verdachte voldeed niet aan deze aanwijzing waarna [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hem naar de uitgang begeleidden. Toen de verdachte onvoldoende afstand hield tot [verbalisant 1] heeft zij hem geduwd. Daarbij heeft zij de verdachte onbedoeld bij de keel geraakt. De verdachte raakte uit balans en maakte in reactie zwaaiende bewegingen waarbij [verbalisant 1] in het gezicht werd geraakt.

De verdachte betwist dat hij [verbalisant 1] opzettelijk heeft geslagen. Door haar duw is hij met deels gestrekte armen achterover gevallen. Mogelijk heeft hij haar toen geraakt.

[verbalisant 2] heeft verklaard dat de verdachte in zijn halve val uithaalde, met zijn hand maaide en toen tegen de wang van [verbalisant 1] aankwam. In de optiek van [verbalisant 2] haalde de verdachte bewust uit naar het gezicht van [verbalisant 1].

Het bewijs dat de verdachte met een maaiende beweging in de richting van [verbalisant 1] het opzet had op het toepassen van geweld en daarmee het plegen van verzet, kan uitsluitend op de verklaring van [verbalisant 2] worden gebaseerd. Een getuige dient te verklaren wat hij of zij heeft waargenomen: de subjectieve indrukken van de getuige of de gevolgtrekkingen die hij of zij daaraan verbindt, dragen niet bij aan het bewijs.

Voor een bewezenverklaring van wederspannigheid is daarom onvoldoende bewijs, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. van Eijk, mr. W.M.C. Tilleman en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van mr. S.H.M. van Gennip, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 20 december 2019.

Mr. W.M.C. Tilleman is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature