< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

bekrachtiging verlenging ondertoezichtstelling

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

zaaknummer: 200.259.580/01

zaaknummer rechtbank: C/15/280613 / JU RK 18-1968

beschikking van de meervoudige kamer van 22 oktober 2019 inzake

[Y] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster in hoger beroep,

verder te noemen: de moeder,

advocaat: mr. A. Leibbrand te Heerhugowaard,

en

de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering,

gevestigd te Alkmaar,

verweerster in hoger beroep,

verder te noemen: de GI.

Als belanghebbenden zijn aangemerkt:

- [A] (hierna te noemen: [kind A] );

- [B] (hierna te noemen: [kind B] );

- [C] (hierna te noemen: [kind C] ).

In zijn adviserende taak is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

locatie: Haarlem,

hierna te noemen: de raad.

1 Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, van 21 februari 2019, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

De moeder is op 17 mei 2019 in hoger beroep gekomen van voornoemde beschikking van 21 februari 2019.

2.2

Bij het hof is voorts ingekomen:

- een brief van de zijde van GI van 12 augustus 2019, ingekomen op 16 augustus 2019.

2.3

De voorzitter heeft voorafgaand aan de zitting met [kind B] en [kind C] gesproken.

2.4

De mondelinge behandeling heeft op 22 augustus 2019 plaatsgevonden. Verschenen zijn:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- [kind A] , de meerderjarige dochter;

- de GI, vertegenwoordigd door de gezinsmanager;

- de raad, vertegenwoordigd door de heer W. Daalderop.

3 De feiten

3.1

Uit het inmiddels door echtscheiding ontbonden huwelijk van de moeder en [X] (hierna te noemen: de vader) zijn geboren:

- [kind A] op [datum] 2001;

- [kind B] [in] 2004;

- [kind C] [in] 2005 (hierna gezamenlijk te noemen: de kinderen).

De moeder oefent alleen het gezag uit over de kinderen.

3.2

Bij beschikking van de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 22 december 2017, zijn de kinderen voorlopig onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling vervolgens definitief is uitgesproken en sindsdien steeds is verlengd.

3.3

Bij beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, van 18 april 2019 is een machtiging uithuisplaatsing voor de duur van vijf maanden verleend voor [kind B] .

4 De omvang van het geschil

4.1

Bij de bestreden beschikking is, op (het destijds nog te beoordelen deel van het) verzoek van de GI, de ondertoezichtstelling van [kind A] verlengd tot [datum] 2019 en van [kind B] en [kind C] tot 1 december 2019.

4.2

De moeder verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking, het inleidend verzoek van de GI alsnog af te wijzen.

4.3

De GI verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen.

5 De motivering van de beslissing

5.1

Ter beoordeling aan het hof ligt voor of ten tijde van de bestreden beschikking gronden aanwezig waren voor het verlengen van de ondertoezichtstelling van de kinderen, of deze gronden ten aanzien van [kind A] tot [datum] 2019 aanwezig waren en of deze ten aanzien van [kind C] en [kind B] thans (nog) aanwezig zijn.

5.2

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:260, eerste lid, in verband met artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter de ondertoezichtstelling van een minderjarige verlengen met ten hoogste een jaar indien een minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:

a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en

b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid, BW , in staat zijn te dragen.

5.3

De ondertoezichtstelling van [kind A] is op [datum] 2019 geëindigd vanwege het bereiken van de achttienjarige leeftijd. Desondanks heeft de moeder gelet op het door artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) gewaarborgde recht op eerbiediging van het gezinsleven, een rechtens relevant belang om de rechtmatigheid van de ondertoezichtstelling over de periode van 1 maart 2019 tot [datum] 2019, te laten toetsen en behoort aan haar niet haar procesbelang te worden ontzegd op de enkele grond dat de periode waarvoor de maatregel gold, inmiddels is verstreken.

5.4

De moeder heeft ter zitting in hoger beroep erkend dat de ondertoezichtstelling eind 2017 terecht is opgelegd, nu er sprake was van een tumultueuze relatie met de stiefvader en de verhuizing van het gezin naar [plaats] en in verband met de keuzes die de moeder heeft gemaakt. Volgens de moeder zijn de gronden voor verlenging van de ondertoezichtstelling echter niet langer aanwezig, althans niet in die mate dat een verlenging noodzakelijk is. Zij is van mening dat alternatieve en lichtere maatregelen toereikend en meer passend zijn dan een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden.

De moeder ziet bovendien de meerwaarde niet van het opleggen van onderhavige jeugdbeschermingsmaatregel en ervaart hiervan stress, hetgeen niet in het belang van de kinderen is.

De genoemde zorgen omtrent de thuissituatie zijn volgens de moeder niet terecht en zij betwist dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Sinds de terugkeer in hun vertrouwde omgeving gaat het goed met het gezin. De moeder ontkent dat zij een ambivalente houding zou hebben jegens de hulpverlening.

5.5

De GI stelt dat de moeder en het gezin grote stappen vooruit hebben gemaakt en de moeder veel tijd en energie heeft gestoken in het traject bij Triversum voor [kind C] . Tegelijkertijd is er in korte tijd ook veel gebeurd. Zo is het traject bij Triversum nog maar net afgerond en is het advies dat er veel hulpverlening ingezet zal moeten worden, waaronder relationele gezinstherapie vanuit Parlan. Bovendien woont [kind B] sinds kort weer thuis, nadat zij op haar eigen verzoek uit huis is geplaatst. De ondertoezichtstelling loopt 1 december 2019 af en tot die tijd is het belangrijk dat de hulpverlening wordt opgestart en door de gezinsvoogd wordt gewaarborgd dat de hulpverlening blijft doorlopen. Het is belangrijk dat de moeder laat zien dat zij daadwerkelijk meewerkt, ook als de hulpverlening minder prettig is dan zij nu ervaart. In het verleden is immers gebleken dat de moeder de hulpverlening stopzet, zodra er geen gedwongen kader meer is, aldus de GI.

5.6

De raad heeft ter zitting in hoger beroep geadviseerd de bestreden beschikking te bekrachtigen, nu het van belang is dat de hulpverlening de komende periode goed wordt geborgd. Gelet op de recente ontwikkelingen en de kwetsbare positie van het gezin en de kwetsbare positie van de moeder, is het de komende tijd nog noodzakelijk dat er toezicht blijft.

5.7

Het hof overweegt als volgt.

Uit de stukken en uit het verhandelde ter zitting in hoger beroep is het volgende gebleken. De kinderen zijn onder toezicht gesteld, omdat zij opgroeiden in een onveilige opvoedsituatie met voortdurende zorgen op meerdere leefgebieden (huishouden, huiselijk geweld door stiefvader en zorg voor moeder). De moeder doet haar best maar heeft haar eigen problematiek waardoor zij niet altijd goed kan aansluiten bij de kinderen. De kinderen worden structureel belast met volwassenenproblematiek en verantwoordelijkheden waardoor zij onvoldoende toekomen aan de ontwikkelingstaken die bij hun leeftijd en levensfases passen. Hun ontwikkeling wordt hierdoor geremd. [kind B] laat in haar gedrag signalen van parentificatie zien en bij [kind C] is sprake van agressieregulatieproblematiek. [kind A] maakt een depressieve indruk.

In september 2018 is gezinsbegeleiding en individuele therapie ingezet van de Praktijk Irene Heim. Vooral [kind B] heeft baat gehad bij deze hulpverlening. [kind B] heeft aan de hulpverlening geuit waar zij tegen aanloopt, thuis en in het contact met haar moeder. Sinds dit omslagpunt bij [kind B] krijgt de betrokken hulpverlening bijna geen ingang meer bij de rest van het gezin. Omdat [kind B] thuis werd genegeerd, uitgescholden en soms geen eten kreeg als ze niet luisterde, heeft [kind B] aangegeven niet meer thuis te willen blijven wonen. Op 18 april 2019 is een machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van vijf maanden uitgesproken. In juni gaf [kind B] aan dat zij een goed gesprek heeft gehad met haar moeder en weer thuis wil komen wonen. In juli 2019 is zij vervolgens definitief terug naar huis gegaan.

In de periode van april tot en met juni 2019 is [kind C] opgenomen bij Triversum voor diagnostiek en behandeling. De moeder is erg betrokken geweest bij deze opname. Er zijn diverse systemische gesprekken geweest met alle personen uit het gezin. [kind C] krijgt medicatie en psycho-educatie. Moeder krijgt psycho-educatie en ondersteuning van stichting MEE. [kind A] en [kind B] zullen ook gedeeltelijk psycho-educatie krijgen voor het omgaan met een broertje met een autisme spectrumstoornis, met ADHD-kenmerken. Vanuit Parlan zal er in het gezin relationele gezinstherapie worden ingezet.

Op 7 juli 2019 heeft er een incident plaatsgevonden, waarbij de Ambulancedienst ter plaatse is geweest, omdat de moeder collabeerde en door de kinderen opgevangen en verzorgd werd. De Ambulancedienst heeft zorgen geuit over de gezondheidstoestand van de moeder en de kinderen. Veilig Thuis heeft op 22 juli 2019 hiervan een zorgmelding gemaakt.

Naar het oordeel van het hof hebben de moeder en het gezin stappen in de goede richting gezet met het intensieve traject bij Triversum. Nadien is er veel gebeurd, waaronder de uithuisplaatsing en terugplaatsing van [kind B] en voornoemd incident in juli 2019. Dit incident illustreert hoe de kinderen belast worden met volwassenenproblematiek en -verantwoordelijkheden. Triversum adviseert veel hulpverlening voor het gezin, zonder welke hulpverlening de kinderen ernstig in hun ontwikkeling bedreigd blijven. Deze hulpverlening dient naar het oordeel van het hof in een gedwongen kader gestart te worden in de resterende termijn van de ondertoezichtstelling. Andere hulpverlening is immers eerder niet van de grond gekomen omdat de moeder onvoldoende bereid en in staat was hieraan mee te werken. Het hof begrijpt het voornemen van de GI de ondertoezichtstelling te laten aflopen per 1 december 2019 als de moeder de komende periode laat zien dat zij goed meewerkt met de hulpverlening.

De moeder heeft aangegeven dat zijzelf degene is geweest die heeft aangestuurd op de hulpverlening vanuit het Triversum en Stichting Mee en dat zij geen toegevoegde waarde van de betrokkenheid van de gezinsvoogd ziet. Zoals het hof uiteen heeft gezet, acht het hof het desondanks van belang dat de gezinsvoogd de regie blijft voeren om de hulpverlening goed te kunnen borgen.

Gelet op het voorgaande is het hof, met de GI, van oordeel dat de gronden voor verlenging van de ondertoezichtstelling van de kinderen ten tijde van de bestreden beschikking aanwezig waren en voor [kind A] tot [datum] 2019 aanwezig waren en thans nog zijn voor [kind C] en [kind B] . Het hof zal de bestreden beschikking bekrachtigen.

5.8

Dit leidt tot de volgende beslissing.

6 De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking waarvan beroep.

draagt de griffier op krachtens het bepaalde in het Besluit gezagsregisters een afschrift van deze uitspraak toe te zenden aan de griffier van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, afdeling civiel recht, team familie- en jeugdrecht ter attentie van het openbaar register.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.V.T. de Bie, mr. J. Kok en mr. M. Perfors, in tegenwoordigheid van mr. A. Blijleven als griffier en is op 22 oktober 2019 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature