< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving, medeplegen poging doodslag en medeplegen zware mishandeling door het afknippen/afsnijden van een pink. Bewijsoverwegingen. Verwerping alternatief scenario. Hogere straf dan in eerste aanleg en dan in hoger beroep geëist.

Uitspraak



afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001877-18

datum uitspraak: 7 juni 2019

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 15 mei 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-730015-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te Curaçao op [geboortedag] 1987,

thans gedetineerd in P.I. Lelystad te Lelystad.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

24 mei 2019 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen naar voren is gebracht door de verdachte en zijn raadsvrouw en door de benadeelde partij en zijn advocaat.

Omvang van het hoger beroep

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting meegedeeld dat het hoger beroep enkel is gericht tegen de feiten waarvoor de verdachte is veroordeeld, te weten het onder 1 subsidiair, 2 en 3 tenlastegelegde. Dat neemt niet weg dat in hoger beroep ook het onder 1 primair en meer subsidiair tenlastegelegde aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1.

primair hij op of omstreeks 9 maart 2017 te Amstelveen en/of te Leiden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk (een) ander(en), te weten een of meer familieleden en/of vrienden en/of kennissen en/of collega's van die [slachtoffer], te dwingen tot het betalen van een geldbedrag, althans te dwingen iets te doen of niet te doen, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), toen die [slachtoffer] als bijrijder in een auto zat waarvan de portier(en) waren/was afgesloten en/of de portier(en) niet opende(n), nadat hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) hadden gezegd en/of geschreeuwd dat zij/hij de portier(en) moest openmaken,

- een pistool, althans een vuurwapen, op die [slachtoffer] gericht en/of gericht gehouden en/of (vervolgens)

- een of meermalen (met dat vuurwapen) op de ruit van het portierruit (aan de kant van die [slachtoffer]) geslagen en/of het portierruit (aan de kant van die [slachtoffer]) stukgeslagen en/of (met dat vuurwapen) stuk geschoten en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] (onder bedreiging van dat pistool, althans dat vuurwapen, uit de auto getrokken en/of

- ( dreigend) tegen die [slachtoffer] gezegd en/of geschreeuwd "uitstappen, uitstappen", althans in woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- die [slachtoffer] met dat pistool, althans dat vuurwapen, tegen en/of op zijn hoofd gestompt en/of geslagen en/of die [slachtoffer] zijn ogen afgeschermd met zijn, verdachtes hand en/of (vervolgens) met een geblindeerde skibril, althans een zogenaamde blinddoek en/of (vervolgens) een zak over zijn hoofd gedaan en/of

- die [slachtoffer] laten plaatsnemen in een andere auto en/of die [slachtoffer] naar een andere locatie gereden en/of

- die [slachtoffer] in een kamer gebracht en/of die [slachtoffer] (tot aan zijn onderbroek) ontkleed en/of die [slachtoffer], terwijl zijn handen (op zijn rug) waren vastgemaakt met tie-raps, die [slachtoffer] op zijn buik laten liggen op een zeil en/of

- die [slachtoffer] (vervolgens) toegevoegd de woorden: "he luister, het is aan jou hoe dit gaat aflopen, we weten alles van jou, je vrouw en kinderen. Je zoon die zit op [naam 1] toch, ik volg je al een tijdje. Het is aan jou hoe dit gaat aflopen. Als je straks je kind naast je ziet liggen... het is aan jou hoe dit gaat aflopen" en/of "Je gaat binnen een uur een miljoen regelen", althans (telkens) in woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- de mond van die [slachtoffer] met piepschuim, althans een bepaalde stof, volgestopt en/of die [slachtoffer] zijn voeten vastgetaped en/of toen en/of nadat die [slachtoffer] had gezegd dat hij niet wist hoe hij het miljoen moest regelen, die [slachtoffer] gestompt en/of geslagen en/of met een vuurwapen geslagen en/of

- ( vervolgens) de (linker) pink, althans een deel van de pink van die [slachtoffer] afgeknipt en/of die [slachtoffer] toegevoegd dat zij (het deel van) de pink zouden opsturen naar zijn vrouw en dat hij nog een half uur had om een miljoen te regelen, althans in woorden van gelijke aard en/of strekking;

subsidiair hij op of omstreeks 9 maart 2017 te Amstelveen en/of te Leiden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden en welk feit zwaar lichamelijk letsel (te weten een afgesneden of afgeknipte (linker) pink) ten gevolge heeft gehad voor die [slachtoffer], immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), toen die [slachtoffer] als bijrijder in een auto zat waarvan de portier(en) waren/was afgesloten en/of de portier(en) niet opende(n), nadat hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) hadden gezegd en/of geschreeuwd dat zij/hij de portier(en) moest openmaken,

- een pistool, althans een vuurwapen, op die [slachtoffer] gericht en/of gericht gehouden en/of (vervolgens)

- een of meermalen (met dat vuurwapen) op de ruit van het portierruit (aan de kant van die [slachtoffer]) geslagen en/of het portierruit (aan de kant van die [slachtoffer]) stukgeslagen en/of (met dat vuurwapen) stuk geschoten en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] (onder bedreiging van dat pistool, althans dat vuurwapen, uit de auto getrokken en/of

- ( dreigend) tegen die [slachtoffer] gezegd en/of geschreeuwd "uitstappen, uitstappen", althans in woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- die [slachtoffer] met dat pistool, althans dat vuurwapen, tegen en/of op zijn hoofd gestompt en/of geslagen en/of die [slachtoffer] zijn ogen afgeschermd met zijn, verdachtes hand en/of (vervolgens) met een geblindeerde skibril, althans een zogenaamde blinddoek en/of (vervolgens) een zak over zijn hoofd gedaan en/of - die [slachtoffer] laten plaatsnemen in een andere auto en/of die [slachtoffer] naar een andere locatie gereden en/of

- die [slachtoffer] in een kamer gebracht en/of die [slachtoffer] (tot aan zijn onderbroek) ontkleed en/of die [slachtoffer], terwijl zijn handen (op zijn rug) waren vastgemaakt met tie-raps, die [slachtoffer] op zijn buik laten liggen op een zeil en/of

- die [slachtoffer] (vervolgens) toegevoegd de woorden: "he luister, het is aan jou hoe dit gaat aflopen, we weten alles van jou, je vrouw en kinderen. Je zoon die zit op [naam 1] toch, ik volg je al een tijdje. Het is aan jou hoe dit gaat aflopen. Als je straks je kind naast je ziet liggen... het is aan jou hoe dit gaat aflopen" en/of "Je gaat binnen een uur een miljoen regelen", althans (telkens) in woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- de mond van die [slachtoffer] met piepschuim, althans een bepaalde stof, volgestopt en/of die [slachtoffer] zijn voeten vastgetaped en/of toen en/of nadat die [slachtoffer] had gezegd dat hij niet wist hoe hij het miljoen moest regelen, die [slachtoffer] gestompt en/of geslagen en/of met een vuurwapen geslagen en/of

- ( vervolgens) de (linker) pink, althans een deel van de pink van die [slachtoffer] afgeknipt en/of die [slachtoffer] toegevoegd dat zij (het deel van) de pink zouden opsturen naar zijn vrouw en dat hij nog een half uur had om een miljoen te regelen, althans in woorden van gelijke aard en/of strekking;

meer subsidiair (een) andere verdachte(n) op of omstreeks 9 maart 2017 te Amstelveen en/of te Leiden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, met het oogmerk (een) ander(en), te weten een of meer familieleden en/of vrienden en/of kennissen en/of collega's van die [slachtoffer], te dwingen tot het betalen van een geldbedrag, althans te dwingen iets te doen of niet te doen, immers heeft die andere verdachte en/of zijn mededader(s),toen die [slachtoffer] als bijrijder in een auto zat waarvan de portier(en) waren/was afgesloten en/of de portier(en) niet opende(n), nadat die andere verdachte en/of zijn medeverdachte(n) hadden gezegd en/of geschreeuwd dat zij/hij de portier(en) moest openmaken,

- een pistool, althans een vuurwapen, op die [slachtoffer] gericht en/of gericht gehouden en/of (vervolgens) een of meermalen (met dat vuurwapen) op de ruit van het portierruit (aan de kant van die [slachtoffer]) geslagen en/of het portierruit (aan de kant van die [slachtoffer]) stukgeslagen en/of (met dat vuurwapen) stuk geschoten en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] (onder bedreiging van dat pistool, althans dat vuurwapen, uit de auto getrokken en/of

- ( dreigend) tegen die [slachtoffer] gezegd en/of geschreeuwd "uitstappen, uitstappen", althans in woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- die [slachtoffer] met dat pistool, althans dat vuurwapen, tegen en/of op zijn hoofd gestompt en/of geslagen en/of die [slachtoffer] zijn ogen afgeschermd met zijn, verdachtes hand en/of (vervolgens) met een geblindeerde skibril, althans een zogenaamde blinddoek en/of (vervolgens) een zak over zijn hoofd gedaan en/of

- die [slachtoffer] laten plaatsnemen in een andere auto en/of die [slachtoffer] naar een andere locatie gereden en/of

- die [slachtoffer] in een kamer gebracht en/of die [slachtoffer] (tot aan zijn onderbroek) ontkleed en/of die [slachtoffer], terwijl zijn handen (op zijn rug) waren vastgemaakt met tie-raps, die [slachtoffer] op zijn buik laten liggen op een zeil en/of

- die [slachtoffer] (vervolgens) toegevoegd de woorden: "he luister, het is aan jou hoe dit gaat aflopen, we weten alles van jou, je vrouw en kinderen. Je zoon die zit op [naam 1] toch, ik volg je al een tijdje. Het is aan jou hoe dit gaat aflopen. Als je straks je kind naast je ziet liggen... het is aan jou hoe dit gaat aflopen" en/of "Je gaat binnen een uur een miljoen regelen", althans (telkens) in woorden van gelijke aard en/of strekking,

bij en/of tot het plegen van welk bovenomschreven misdrijf hij, verdachte, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, in of omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 9 maart 2017 te Amstelveen en/of Rotterdam en/of te Leiden en/of te Leiderdorp en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door het afleggen van de dagelijkse gang van zaken van het slachtoffer [slachtoffer] en/of zijn familieleden, en/of

door het plaatsen van een baken onder of aan de auto van die [slachtoffer], en/of

door het (middels een of meer telefoons) uitlezen van informatie van/uit dat baken en/of het doorgeven van de verkregen informatie van het afleggen van de dagelijkse gang van zaken van het slachtoffer [slachtoffer] en/of zijn familieleden en/of van/uit dat baken aan een of meer van bovengenoemde andere verdachte en/of zijn mededaders, en/of

door het ter beschikking stellen van een door hem gehuurde auto aan bovengenoemde mededaders, en/of door het regelen en/of het ter beschikking stellen van een woning (van [medeverdachte 1]) ten behoeve van de gijzeling waar die [slachtoffer] werd vastgehouden en/of zwaar mishandeld en/of door deze woning te voorzien van plastic waarop die [slachtoffer] kon worden vastgehouden en/of mishandeld ter voorkoming van het achterlaten van sporen;

en/of

(een) andere(n) verdachte op of omstreeks 9 maart 2017 te Amstelveen en/of te Leiden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden en welk feit zwaar lichamelijk letsel (te weten een afgesneden of afgeknipte (linker) pink) ten gevolgen heeft gehad voor die [slachtoffer],

immers heeft die andere verdachte, en/of zijn mededader(s), toen die [slachtoffer] als bijrijder in een auto zat waarvan de portier(en) waren/was afgesloten en/of de portier(en) niet opende(n), nadat die andere verdachte en/of zijn medeverdachte(n) hadden gezegd en/of geschreeuwd dat zij/hij de portier(en) moest openmaken,

- een pistool, althans een vuurwapen, op die [slachtoffer] gericht en/of gericht gehouden en/of (vervolgens)

- een of meermalen (met dat vuurwapen) op de ruit van het portierruit (aan de kant van die [slachtoffer]) geslagen en/of het portierruit (aan de kant van die [slachtoffer]) stukgeslagen en/of (met dat vuurwapen) stuk geschoten en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] (onder bedreiging van dat pistool, althans dat vuurwapen, uit de auto getrokken en/of

- ( dreigend) tegen die [slachtoffer] gezegd en/of geschreeuwd "uitstappen, uitstappen", althans in woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- die [slachtoffer] met dat pistool, althans dat vuurwapen, tegen en/of op zijn hoofd gestompt en/of geslagen en/of die [slachtoffer] zijn ogen afgeschermd met zijn, verdachtes hand en/of (vervolgens) met een geblindeerde skibril, althans een zogenaamde blinddoek en/of (vervolgens) een zak over zijn hoofd gedaan en/of

- die [slachtoffer] laten plaatsnemen in een andere auto en/of die [slachtoffer] naar een andere locatie gereden en/of

- die [slachtoffer] in een kamer gebracht en/of die [slachtoffer] (tot aan zijn onderbroek) ontkleed en/of die [slachtoffer], terwijl zijn handen (op zijn rug) waren vastgemaakt met tie-raps, die [slachtoffer] op zijn buik laten liggen op een zeil en/of

- die [slachtoffer] (vervolgens) toegevoegd de woorden: "he luister, het is aan jou hoe dit gaat aflopen, we weten alles van jou, je vrouw en kinderen. Je zoon die zit op [naam 1] toch, ik volg je al een tijdje. Het is aan jou hoe dit gaat aflopen. Als je straks je kind naast je ziet liggen... het is aan jou hoe dit gaat aflopen" en/of "Je gaat binnen een uur een miljoen regelen", althans (telkens) in woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- de mond van die [slachtoffer] met piepschuim, althans een bepaalde stof, volgestopt en/of die [slachtoffer] zijn voeten vastgetaped en/of toen en/of nadat die [slachtoffer] had gezegd dat hij niet wist hoe hij het miljoen moest regelen, die [slachtoffer] gestompt en/of geslagen en/of met een vuurwapen geslagen en/of

- ( vervolgens) de (linker) pink, althans een deel van de pink van die [slachtoffer] afgeknipt en/of die [slachtoffer] toegevoegd dat zij (het deel van) de pink zouden opsturen naar zijn vrouw en dat hij nog een half uur had om een miljoen te regelen, althans in woorden van gelijke aard en/of strekking,

bij en/of tot het plegen van welk bovenomschreven misdrijf hij verdachte, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, in of omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 9 maart 2017 te Amstelveen en/of te Rotterdam en/of te Leiden en/of te Leiderdorp en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door het afleggen van de dagelijkse gang van zaken van het slachtoffer [slachtoffer] en/of zijn familieleden en/of door het plaatsen van een baken onder of aan de auto van die [slachtoffer] en/of door het (middels een of meer telefoons) uitlezen van informatie van/uit dat baken en/of het doorgeven van de verkregen informatie van het afleggen van de dagelijkse gang van zaken van het slachtoffer [slachtoffer] en/of zijn familieleden en/of van/uit dat baken aan een of meer van bovengenoemde verdachte en/of zijn mededaders en/of door het ter beschikking stellen van een door hem gehuurde auto aan bovengenoemde verdachte en/of zijn mededaders en/of door het regelen en/of het ter beschikking stellen van een woning (van [medeverdachte 1]) ten behoeve van de gijzeling waar die [slachtoffer] werd vastgehouden en/of zwaar mishandeld en/of door deze woning te voorzien van plastic waarop die [slachtoffer] kon worden vastgehouden en/of mishandeld ter voorkoming van het achterlaten van sporen;

2.

hij op of omstreeks 9 maart 2017 te Amstelveen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, terwijl die [slachtoffer] en/of [broer verdachte], in een afgesloten auto ( VW golf) zaten, met een pistool, althans met een vuurwapen, een of meermalen door een portierruit van die auto heeft geschoten;

3.

hij op of omstreeks 9 maart 2017 te Leiden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een afgesneden of afgeknipte (linker)pink, heeft toegebracht, door met een mes en/of een knipschaar, althans een scherp en/of puntig voorwerp de (linker) pink van die [slachtoffer] af te snijden en/of te knippen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het hof volgt wat de bewijsvraag betreft in de kern het oordeel van de rechtbank en komt niet tot een wezenlijk andere bewezenverklaring. Desalniettemin vernietigt het hof om praktische redenen het vonnis waarvan beroep, omdat het hof heeft te responderen op in hoger beroep gevoerde verweren en omdat het hof tot andere beslissingen komt ten aanzien van de strafoplegging en de vordering van de benadeelde partij.

Vrijspraak

Met de verdediging en de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat hetgeen de verdachte onder 1 primair is tenlastegelegd niet kan worden bewezen, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Hetgeen door de raadsvrouw met betrekking tot dat feit is aangevoerd behoeft daarom verder geen bespreking.

Beoordeling van de bewijsvraag in het licht van de gevoerde verweren

1. De in hoger beroep gevoerde verweren

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw betoogd dat (i) de verdachte op geen van de beide plaatsen delict (Amstelveen en Leiden) kan worden geplaatst en (ii) het dossier onvoldoende bewijs-middelen inhoudt om het handelen van de verdachte als medeplegen te kwalificeren, zodat hij van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken.

Met betrekking tot het onder (i) genoemde verweer heeft de raadsvrouw op het volgende gewezen.

De verdachte heeft verklaard hoe het kan dat a) een door hem gehuurde auto gebruikt is bij de ontvoering van [slachtoffer] in Amstelveen, namelijk doordat hij – als een soort katvanger – vaker auto’s huurde en uitleende, en b) zijn telefoon ten tijde van dat delict uitpeilde in Amstelveen zonder dat hij daar zelf was, namelijk doordat hij zijn telefoon die middag per ongeluk in de auto had laten liggen. Het dossier bevat ook bewijsmiddelen die steun bieden aan de verklaring van de verdachte dat de bewuste auto door anderen werd gebruikt. Het is bovendien volstrekt onaannemelijk dat de verdachte twee auto’s zou hebben gehuurd op eigen naam en met achterlating van zijn eigen telefoonnummer, om deze auto’s vervolgens te gebruiken bij een op klaarlichte dag uitgevoerde ontvoering en een voorverkenning enkele dagen eerder.

De verklaring van de verdachte, inhoudende dat hij zijn telefoon in de middag en avond van 9 maart 2017 niet bij zich heeft gehad, kan niet worden weerlegd met een stemherkenning door een verbalisant en [medeverdachte 2]. Immers, de spoedtap is pas aangesloten op 9 maart 2017 om 19:53 uur, zodat geen stemherkenning heeft plaatsgevonden met betrekking tot gesprekken die zijn gevoerd vóór dat tijdstip. En aan de verklaring van [medeverdachte 2] kan geen waarde worden gehecht, omdat hij als medeverdachte mogelijk zichzelf wil ontlasten. Daar komt bij dat uit een door een ander op 9 maart 2017 om 19:55 uur met de telefoon van de verdachte gevoerd gesprek kan worden afgeleid dat de verdachte op 9 maart 2017 niet de gehele dag samen is geweest met zijn telefoon.

Er zijn daarnaast contra-indicaties voor de aanwezigheid van de verdachte op de plaatsen delict, nu bewijsmateriaal ontbreekt dat verwacht mag worden bij aanwezigheid van de verdachte op een van die plaatsen, zoals DNA-materiaal, camerabeelden, een overeenkomend signalement, getuigenverklaringen, schotresten of glasscherven. Daarbij komt nog dat de verdachte nooit zou toestaan dat zijn broer bijna zou worden doodgeschoten.

Vast staat dat de telefoon van de verdachte op 9 maart 2017 een zendmast in de [straat 1] te Leiden heeft aangestraald. Deze locatie ligt (echter) ongeveer tussen de plaats delict aan de [straat 2] te Leiden en de woning van de ex-vriendin van de verdachte aan de [adres 1] te Leiderdorp in, hetgeen een straal is van ongeveer drie kilometer. Zelfs als de verdachte zijn telefoon toen bij zich heeft gehad, bewijzen de zendmastgegevens dus niet de aanwezigheid van de verdachte op de plaats delict; hij kan even goed in de woning van zijn ex-vriendin zijn geweest. Tot slot moet het ervoor worden gehouden dat de verdachte zijn telefoon die dag al vóór 20:00 uur heeft teruggekregen, nu het complex met daarin de woning aan de [adres 1] vanaf 20:10 uur onder observatie van opsporingsambtenaren is geweest en enkel om 23:26 uur is gezien dat de verdachte het portiek van dit complex met twee andere mannen verliet, waarna de verdachte om 23:41 uur dit portiek weer binnen is gegaan. Daarmee heeft de verdachte vanaf 20:10 uur een alibi.

Het verweer onder (ii) bouwt in belangrijke mate voort op stellingen die aan het onder (i) genoemde verweer ten grondslag zijn gelegd. Van medeplegen van de onder 1 subsidiair ten laste gelegde wederrechtelijke vrijheidsberoving is volgens de raadsvrouw geen sprake, nu de verdachte niet op een van de plaatsen delict kan worden geplaatst, hij niet kan worden herkend als een van de mannen die drie dagen voordien bij de woning van [medeverdachte 1] in de [straat 2] te Leiden zijn geweest, de getapte gesprekken met [medeverdachte 2] niet kunnen worden geïnterpreteerd als het aansturen of begeleiden van een ontvoering en de auto’s op naam van de verdachte gebruikt werden door anderen. Wat betreft de aanwezigheid van de verdachte in de [straat 2] drie dagen voor de wederrechtelijke vrijheids-beroving, heeft de raadsvrouw subsidiair aangevoerd dat zelfs als de verdachte daar toen wel in het gezelschap van [medeverdachte 2] is gefotografeerd nadat zij uit een door hem gehuurde auto waren gestapt, dit niet vreemd is en ook niets zegt over zijn betrokkenheid bij de ontvoering; de eigenaar van de woning, [medeverdachte 1], kent [medeverdachte 2] immers uit de drugswereld en de verdachte heeft erkend zich soms met drugsgerelateerde feiten bezig te houden.

Wat betreft de aantekeningen in het schrift en de agenda van de verdachte heeft de raadsvrouw gewezen op de verklaring daarover van de verdachte. Verder heeft zij betoogd dat de inhoud van de getapte gesprekken tussen de telefoon van [medeverdachte 2] en die van de verdachte net zo goed passen bij een drugsdeal als bij een ontvoering. De verklaring van [medeverdachte 3] dat hij van [medeverdachte 2] die avond hoorde dat hij met een ontvoering bezig was, is onvoldoende betrouwbaar om tot het bewijs te gebruiken.

Ten aanzien van de onder 2 tenlastegelegde poging tot doodslag heeft de raadsvrouw betoogd dat, ook als de verdachte op de plaats delict zou zijn geweest, medeplegen niet bewezen kan worden. Zij heeft daartoe aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat het schieten met het vuurwapen onderdeel was van een vooraf bedacht plan. Het schieten lijkt zelfs helemaal niet de bedoeling te zijn geweest, nu eerst is geprobeerd het slachtoffer uit zijn auto te krijgen door hem daartoe te sommeren en vervolgens is geprobeerd de autoruit in te slaan. Pas toen dat niet lukte besloot de schutter, ogenschijnlijk op eigen initiatief, door de autoruit te schieten, daarmee niet alleen het slachtoffer bijna doodschietend, maar ook de naast hem zittende broer van de verdachte.

Ten aanzien van de onder 3 tenlastegelegde zware mishandeling heeft de raadsvrouw eveneens betoogd dat medeplegen niet bewezen kan worden. Haar betoog is hoofdzakelijk erop gestoeld dat de verdachte niet in de woning aanwezig is geweest toen het zwaar lichamelijk letsel aan het slachtoffer is toegebracht.

2. Feiten en omstandigheden waarvan het hof uitgaat bij zijn beoordeling

Het hof neemt de volgende feiten en omstandigheden als vaststaand aan.

2.1.

Gepleegde strafbare feiten

Op 9 maart 2017 omstreeks 17:00 uur is de aangever [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]) samen met [broer verdachte] (broer van de verdachte) bij sportschool [sportschool] aan de [straat 3] te Amstelveen in zijn auto gestapt, een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 1]. Op het moment dat zij wilden wegrijden, werd de auto geblokkeerd door een andere auto, een donkerblauwe Peugeot met kenteken [kenteken 2], waaruit een aantal gemaskerde mannen stapte. Een van deze mannen richtte een pistool op [slachtoffer], schreeuwde dat de autoportieren geopend moesten worden en probeerde met het pistool de autoruit in te slaan aan de passagierskant waar [slachtoffer] zat. Toen dit niet lukte, heeft de man met het pistool die autoruit kapot geschoten. Gelet op de plaats in de bestuurdersstoel waar de kogel terecht is gekomen, is deze rakelings langs het lichaam van [slachtoffer] gegaan en heeft deze kogel net niet het rechter been geraakt van [broer verdachte] die op de bestuurdersstoel zat. [slachtoffer] is vervolgens uit de auto getrokken, geslagen en in de Peugeot meegenomen, geblinddoekt en in de woning van [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]) aan de [adres 2] in Leiden vastgehouden. In de woning moest [slachtoffer] op zijn buik op de grond gaan liggen op een plastic zeil en is hij tot op zijn onderbroek uitgekleed. Door één van de mannen is gezegd dat hij binnen een uur een miljoen euro moest regelen en dat zij alles wisten van zijn vrouw en kinderen, omdat zij hem al een tijdje volgden. Ten bewijze daarvan werd de school van de zoon van [slachtoffer] genoemd. Toen [slachtoffer] zei dat hij niet wist waar hij een miljoen vandaan moest halen, is hij opnieuw geslagen, ook met het vuurwapen, en is vervolgens (een deel van) zijn linker pink afgesneden/afgeknipt. Daarna is [slachtoffer] naar buiten gebracht en achtergelaten op straat. Omstreeks 21:21 uur kreeg de politie een melding om te gaan naar de [straat 4] te Leiden, waar agenten [slachtoffer] aantroffen. De [straat 4] staat haaks op de [straat 2].

2.2.

Verbanden tussen de gepleegde strafbare feiten en de verdachte

Huurauto en telecomgegevens

De verdachte was sinds 7 maart 2017 de huurder van de voormelde Peugeot met kenteken [kenteken 2].

Bij het autoverhuurbedrijf heeft de verdachte als zijn telefoonnummer opgegeven [telefoonnummer 1]. De telefoon die is gekoppeld aan dit telefoonnummer heeft op 9 maart 2017 tot 14:42 uur gebruik gemaakt van verschillende zendmasten in Rotterdam en vervolgens om 15:19 uur en 16:07 uur van zendmasten in Leiden. Om 16:56 uur heeft de telefoon gebruik gemaakt van een zendmast aan de [straat 5] te Amstelveen. Deze zendmast staat in de directe omgeving van de [straat 3] te Amstelveen. Daarna heeft de telefoon zich naar Leiden verplaatst en vanaf 17:49 uur tot 20:30 uur gebruik gemaakt van een zendmast aan de [straat 1] te Leiden. Deze zendmast staat in de directe omgeving van de [straat 4] en de [straat 2] te Leiden (de [straat 1] staat haaks op de [straat 2]). Tussen 9 maart 2017 om 21:23 uur en 10 maart 2017 om 01:10 uur (het tijdstip waarop de verdachte is aangehouden in de woning aan de [adres 1] te Leiderdorp), zijn enkel nog zendmasten geregistreerd die zich in de directe nabijheid bevinden van het laatstgenoemde adres. De telefoon is die nacht bij de doorzoeking van de woning aan de [adres 1] aangetroffen in de slaapkamer waar de verdachte sliep.

Met genoemd telefoonnummer zijn op 9 maart 2017 om 18:38 uur, 21:45 uur en 23:27 uur op verschillende nieuwssites (AT5 en nu.nl) artikelen over een ontvoering in Amstelveen bekeken. Verder heeft dit telefoonnummer op 9 maart 2017 veelvuldig contact gehad met het telefoonnummer [telefoonnummer 2], dat bij de medeverdachte [medeverdachte 2] in gebruik was. Dit telefoonnummer van [medeverdachte 2] had op 9 maart 2017, rond het tijdstip van de wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer], meermalen contact met het telefoonnummer [telefoonnummer 3]. Dit laatste telefoonnummer komt in de politiesystemen voor gekoppeld aan [medeverdachte 1], wonende aan de [adres 2] te Leiden. [medeverdachte 1] heeft tegen betaling zijn woning op 9 maart 2017 aan [medeverdachte 2] beschikbaar gesteld. Medeverdachte [medeverdachte 3] wist, omdat hij dat van hem had gehoord, dat [medeverdachte 2] bezig was met de ontvoering, de zaak van Amstelveen, en dat de verdachte daarbij betrokken was; [medeverdachte 2] heeft [medeverdachte 3] om 17:00 uur gebeld en gezegd dat ‘het bezig was’, dat ze ‘hem hebben gepakt’.

Tussenoverweging

Anders dan de raadsvrouw acht het hof de verklaring van [medeverdachte 3] betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs omdat deze steun vindt in diverse andere bewijsmiddelen.

Onder meer om 19:53 uur, 20:30 uur en om 21:49 uur hebben gesprekken plaatsgevonden waarbij het telefoonnummer van de verdachte ([telefoonnummer 1]) contact maakte met het telefoonnummer van [medeverdachte 2] ([telefoonnummer 2]) en waarover [medeverdachte 2] als getuige heeft verklaard dat hij ‘99% zeker is dat hij met de verdachte heeft gesproken’.

Het gesprek van 19:53 uur hield onder meer in:

[telefoonnummer 2]: Aha

[telefoonnummer 1]: He waar ben je?

[telefoonnummer 2]: Hm onder.

[telefoonnummer 1]: Onderweg

[telefoonnummer 1]: Hoe lang ongeveer.

[telefoonnummer 2]: vijf

[telefoonnummer 1]: Oké is goed, schiet op.

Het gesprek van 20:30 uur hield onder meer in:

[telefoonnummer 2]: Yo

[telefoonnummer 1]: Klaar?

[telefoonnummer 2]: He?

[telefoonnummer 1]: is het klaar?

[telefoonnummer 2]: Klaar wat?

[telefoonnummer 1]: Nee ik zeg is het gelukt dat wou ik eigenlijk weten

[telefoonnummer 2]: ehhhhhh jajajaja

[telefoonnummer 1]: Klaar ik bel je zo

Het gesprek van 21:49 uur hield onder meer in:

[telefoonnummer 1]: Is het heet?

[telefoonnummer 2]: Wat denk jij dan?

[telefoonnummer 1]: Ja?

[telefoonnummer 2]: Ja natuurlijk kill

[telefoonnummer 1]: Heet heet?

[telefoonnummer 2]: Uhuh.

[telefoonnummer 1]: Oke. Oke, dat wou ik even weten man.

[telefoonnummer 2]: Is gewoon AK.

[telefoonnummer 1]: Watte watte?

[telefoonnummer 2]: Hij, je weet zelf. Jullie die (ntv) toch

[telefoonnummer 1]: Ja, ik begreep het al. Ik begreep het al. Ik begreep het al

[telefoonnummer 2]: Ja

[telefoonnummer 1]: Ja, ja nog steeds?

[telefoonnummer 2]: Hmhm.

[telefoonnummer 1]: Had ie gecheckt?

[telefoonnummer 2]: Hmm hmm.

[telefoonnummer 1]: Maar is hij wel met heet of niet, die AK?

[telefoonnummer 2]: Maaruh.

[telefoonnummer 1]: Heb je die ding uhh wel netjes gezet? Die andere ding, weetje wat ik vroeg?

[telefoonnummer 2]: Je weet waar nu bro, ik ga het wel wegbrengen.

[telefoonnummer 1]: Kan je niet even deze kant opkomen of niet?

[telefoonnummer 2]: Waar dan?

[telefoonnummer 1]: Dort (fon), als het kan alleen he, als het kan alleen.

[telefoonnummer 2]: Ja. Komt goed.

Notities in agenda en schrift van de verdachte en bevindingen dienaangaande

Na zijn aanhouding in de woning aan de [adres 1] te Leiderdorp zijn bij de doorzoeking van die woning naast de telefoon van de verdachte, een schrift, een agenda en een autosleutel in beslag genomen. Dit schrift en deze agenda zijn van de verdachte en hij had deze altijd bij zich. In de agenda zijn onder meer het kenteken van de auto van [slachtoffer] ([kenteken 1]) en het imei-nummer van het peilbaken dat is aangetroffen onder die auto genoteerd. In het schrift is onder meer het volgende genoteerd:

“[adres 3]”; [slachtoffer] woonde op het adres [adres 4]. De tekening die onder genoemde notitie is gemaakt met de tekst “[naam 2]” komt overeen met een plattegrond van de flat waar [slachtoffer] woonde en de [plek] ‘[naam 2]’ waarop hij vanuit zijn woning zicht had.

“[adres 5] 8:25 t/m 8:44 school”, zijnde het adres van de basisschool van de kinderen van [slachtoffer].

“[sport] dinsdag”; [slachtoffer] ging op dinsdag met zijn kinderen naar [sport].

De autosleutel hoorde bij een witte Peugeot met kenteken [kenteken 3], die door de verdachte vanaf 5 maart 2017 was gehuurd. Deze witte Peugeot is kort na de aanhouding van de verdachte aangetroffen in de parkeergarage van de flat waarvan de woning [adres 1] deel uitmaakt. In het navigatiesysteem van die auto was het adres [adres 5] te Amstelveen ingevoerd, zijnde zoals gezegd het adres van de school van de kinderen van [slachtoffer]. Rechtsvoor in de auto zijn drie verpakkingen plastic zeil aangetroffen met daarop onder meer een vingerafdruk van [medeverdachte 2]. In de achterbak lag een tas met fragmenten van zeil en tape en een stukje stof dat sterke overeenkomst vertoont met de gordijnstof in de woning van [medeverdachte 1].

Aanwezigheid van de verdachte in de [straat 2] te Leiden op 6 maart 2017

Op 6 maart 2017 om 14:07 uur heeft een getuige gezien dat drie mannen uit de hiervoor genoemde witte Peugeot met kenteken [kenteken 3] stapten en naar het portiek [adres 2] te Leiden liepen. De getuige heeft foto’s gemaakt van de witte Peugeot en de drie mannen. De verdachte is door een opsporingsambtenaar en door de medeverdachte [medeverdachte 3] herkend als een van de mannen op deze foto’s. Het hof ziet geen reden aan deze herkenningen te twijfelen en gaat er dus van uit dat de verdachte toen en daar aanwezig was.

3. Uiterlijke verschijningsvorm: medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, poging tot doodslag en zware mishandeling

Uit het voorgaande volgt samenvattend:

de verdachte heeft de auto gehuurd waarmee [slachtoffer] op 9 maart 2017 is ontvoerd vanaf de [straat 3] in Amstelveen;

de telefoon van de verdachte was ten tijde van de wederrechtelijke vrijheidsberoving nabij de [straat 3] in Amstelveen en ten tijde van het voortduren daarvan in Leiden in de directe nabijheid van het slachtoffer [slachtoffer];

de verdachte heeft op 9 maart 2017 veelvuldig contact gehad met de medeverdachte [medeverdachte 2], zowel voorafgaand aan als ten tijde van en kort na de wederrechtelijke vrijheidsberoving;

in die gesprekken communiceren [medeverdachte 2] en de verdachte evident in versluierende bewoordingen met elkaar, terwijl de inhoud van die communicatie – ook wat betreft het tijdsverloop: kort voor het tijdstip waarop [slachtoffer] is vrijgelaten wil de verdachte van [medeverdachte 2] de bevestiging dat ‘het klaar is’, dat ‘het gelukt is’, welke bevestiging hij heeft gekregen – kan passen bij de jegens [slachtoffer] gepleegde wederrechtelijke vrijheidsberoving met als doel van hem iets waardevols te bemachtigen;

met de telefoon van de verdachte is nog tijdens de duur van de wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer] een nieuwsbericht daarover bekeken, alsook daarna nog tweemaal;

de verdachte was in het bezit van een agenda en een schrift met daarin aantekeningen waaraan, in samenhang beschouwd met het aangetroffen peilbaken, sterke aanwijzingen kunnen worden ontleend dat de verdachte enige tijd voorafgaand aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer] diens gangen heeft gevolgd;

[slachtoffer] is door de daders geconfronteerd met informatie omtrent zijn gezinsleven die in het schrift van de verdachte is genoteerd;

de verdachte is drie dagen voor de wederrechtelijke vrijheidsberoving gesignaleerd samen met de medeverdachte [medeverdachte 2] in de [straat 2] te Leiden waar de woning is gelegen waar [slachtoffer] op 9 maart 2017 is vastgehouden;

op die zesde maart 2017 werd gebruik gemaakt van een óók door de verdachte gehuurde auto die ook door andere bevindingen (voornoemd adres in het navigatiesysteem, de gordijnstof) is te koppelen aan de ontvoering van [slachtoffer];

[medeverdachte 3] wist dat [medeverdachte 2] bezig was met de ontvoering, de zaak van Amstelveen, en dat de verdachte daarbij betrokken was.

Naar de uiterlijke verschijningsvorm zijn deze feiten en omstandigheden in hun onderlinge samenhang beschouwd in hoge mate redengevend voor het bewijs van het feit dat de verdachte nauw betrokken is geweest bij de voorbereiding van de wederrechtelijke vrijheidsberoving (bij het regelen van de benodigde vervoermiddelen, het in kaart brengen van de gangen van [slachtoffer] en bij het checken van de woning waarin hij zou worden vastgehouden) en bij de feitelijke uitvoering daarvan (het in Amstelveen ontvoeren van [slachtoffer], het vasthouden van [slachtoffer] in Leiden en het onderhouden van contact met [medeverdachte 2] om te weten of het met de wederrechtelijke vrijheidsberoving beoogde resultaat was bereikt).

De vraag is vervolgens of de verdachte een verklaring heeft gegeven die de redengevendheid van deze feiten en omstandigheden kan ontzenuwen.

4. Schets door de verdachte van een alternatief scenario

De verdachte heeft zich in zijn (eerste) verhoren door de politie op 10 en 11 maart en 31 mei 2017 op zijn zwijgrecht beroepen. Op 21 maart 2018 heeft de verdachte bij de politie een inhoudelijke verklaring afgelegd, die hij op hoofdlijnen ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep heeft herhaald. Deze verklaring komt op het volgende neer.

De verdachte was gedurende de wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer] niet in het bezit van de Peugeot waarmee deze werd ontvoerd en evenmin van zijn eigen telefoon. De verdachte huurde vaker auto’s om deze vervolgens uit te lenen; hij fungeerde als een soort katvanger. Dit was ook het geval met de Peugeot met kenteken [kenteken 2]. Deze werd op 9 maart 2017 door een ander gebruikt. Wel heeft de verdachte zich die dag door die ander met de Peugeot rond 15:20 uur laten afzetten bij station Leiden Centraal, waarbij de verdachte per ongeluk zijn telefoon in die auto heeft laten liggen. Reden om naar Leiden te gaan, was gelegen in het feit dat zijn aan de [adres 1] te Leiderdorp woonachtige ex-vriendin hem had verzocht te helpen met de kinderen, omdat zij zich niet lekker voelde. De verdachte heeft tot in de avond wat rondgehangen in de buurt van Leiden CS en is toen naar zijn ex gegaan. Omdat deze bezoek had, is hij “uit respect” niet eerder naar haar woning gegaan. Bij die woning heeft hij later op de avond zijn telefoon teruggekregen. Dat een ander kennelijk die dag van zijn in de auto achtergelaten telefoon gebruik heeft gemaakt ondanks dat deze met een code ontgrendeld moest worden, kwam omdat hij zijn telefoon vaak door anderen liet gebruiken en iedereen zijn code kende.

De hiervoor vermelde aantekeningen in zijn schrift heeft de verdachte op verzoek van een medeverdachte gemaakt, die hem ook vroeg om het peilbaken uit te lezen. Dit hield verband met het controleren van de gangen van een beoogde drugshandelspartner om te checken of deze geen undercoveragent was. Dat het kenteken van de auto van [slachtoffer] in zijn agenda stond, komt door het volgende. Verdachtes broer [broer verdachte] maakte regelmatig gebruik van de auto van [slachtoffer]. Toen zijn broer op vakantie was, heeft de verdachte tijdelijk gebruik gemaakt van die auto. Omdat de verdachte gebruik maakt van de parkeer-app Parkmobile, heeft hij het kentekennummer van die auto genoteerd, zodat hij op deze manier het juiste kenteken in de app kon invoeren.

5. Beoordeling van het geopperde alternatieve scenario en de gevoerde verweren

De verklaring van de verdachte komt, zowel wat de onwaarschijnlijke inhoud betreft als wat betreft het moment waarop deze is afgelegd, over als een poging om – rekening houdend met de inmiddels verkregen onderzoekresultaten – uit alle macht een alternatief scenario te verzinnen. Overtuigen doet die verklaring dan ook niet, mede gelet op het volgende.

Het door de verdachte geschetste alternatieve scenario is op de cruciale onderdelen daarvan (het uitlenen van de Peugeot op 9 maart 2017, het daarin vergeten van zijn telefoon en later terugkrijgen daarvan, de gang van zaken rond het uitlezen van het peilbaken en noteren van gegevens) niet dan wel onvoldoende onderbouwd en ontbeert toereikende (objectieve) aanknopingspunten aan de hand waarvan het geverifieerd zou kunnen worden. De verdachte heeft geen concrete gegevens willen verstrekken over de persoon aan wie hij de auto zou hebben uitgeleend op 9 maart 2017, wie zijn telefoon zou hebben gebruikt, van wie hij zijn telefoon zou hebben teruggekregen, voor wie hij het peilbaken onder de auto van [slachtoffer] heeft uitgelezen en de aantekeningen in het schrift zou hebben gemaakt. Daar komt bij dat de verdachte de pogingen van het hof en de advocaat-generaal om zijn verklaring te toetsen door daaromtrent nadere vragen te stellen voor een belangrijk deel heeft gefrustreerd door zich op zijn zwijgrecht te beroepen, ook bij vragen waarvan de beantwoording slechts zou zien op het eigen handelen van de verdachte, zodat daarbij niet het excuus gold van vrees voor represailles van degene die de verdachte met zijn antwoorden zou kunnen belasten.

Inhoudelijk strookt het door de verdachte geschetste scenario op verschillende cruciale punten niet met de bevindingen van het opsporingsonderzoek of is om andere redenen onwaarschijnlijk. Dat geldt met name voor de verklaringen van de verdachte over het gebruik van zijn telefoon. Dat de verdachte op 9 maart 2017 (vóór 20:00 uur) niet de gebruiker was van zijn telefoon strijdt met de verklaring van [medeverdachte 2] over het door hem op die datum om 19:53 uur gevoerde gesprek, welke verklaring inhoudt dat hij ‘99% zeker is dat hij met de verdachte heeft gesproken’. Het hof stelt gezien de intensiteit van het contact en de inhoud van de gesprekken de resterende 1% als een louter theoretische mogelijkheid ter zijde. Dat de verdachte op 9 maart 2017 om 19:53 uur de gebruiker van zijn telefoon was, blijkt ook uit het proces-verbaal van bevindingen ‘vaststellen gebruiker [telefoonnummer 1]’ van 4 mei 2017, waarin staat dat de verbalisant de stem van de gebruiker van dit nummer tussen 9 maart 2017 vanaf 19:53 uur en 10 maart 2017 tot 01:00 uur heeft vergeleken. Met uitzondering van één gesprek om 19:55 uur, heeft de verbalisant op basis van alle beluisterde gesprekken – inclusief een gesprek van 23:38 uur met [naam 3], de vriendin van de verdachte, over welk gesprek de verdachte heeft verklaard dat hij dat heeft gevoerd – geconcludeerd dat sprake is van één en dezelfde gebruiker. Het hof heeft geen reden te twijfelen aan de juistheid van de bevindingen van de verbalisant en betrekt daarbij uitdrukkelijk de verklaring van [medeverdachte 2] die op dit punt de bevindingen ondersteunt. De lezing van de verdachte zou overigens inhouden dat de onbekend gebleven gebruiker van diens telefoon om 18:38 uur toevallig dezelfde interesse had in een nieuwsbericht over de ontvoering van [slachtoffer] als de verdachte zelf later die avond om 21:45 uur en 23:27 uur, hetgeen het hof – mede in het licht van het voorgaande – ook uiterst onwaarschijnlijk acht. Tot slot heeft de verdachte verklaard dat hij zijn telefoon terugkreeg op enig moment nadat hij al in de woning van zijn ex was. Deze heeft verklaard dat de verdachte, hoewel zij zich het tijdstip niet precies kan herinneren, rond 22:00 uur die avond bij haar thuis is gekomen.

Dit laatste, in verband met de overige bevindingen ten aanzien van de telefoon, leidt ook tot de conclusie dat van het alibi waarover de raadsvrouw spreekt, geen sprake is. Veeleer is aannemelijk dat de verdachte na afloop van de wederrechtelijke vrijheidsberoving (en dus ruim na 20:00 uur) de woning aan de [adres 1] te Leiderdorp is binnengegaan zonder te zijn gezien door de opsporingsambtenaren die het complex observeerden waarin die woning is gelegen. Daar komt bij dat het hof, gelet op de ligging van de [adres 1] te Leiderdorp ten opzichte van de [straat 1] in Leiden en op de telecomgegevens in het dossier (tussen 9 maart 2017 om 21:23 uur en 10 maart 2017 om 01:10 uur worden enkel paallocaties geregistreerd in Leiderdorp, nabij de [adres 1], terwijl op 9 maart 2017 tussen 17:49 uur en 20:30 uur een zendmast aan de [straat 1] te Leiden werd aangestraald), het niet aannemelijk acht dat vanuit de woning aan de [adres 1] de zendmast aan de [straat 1] is aangestraald.

Verder is de inhoud van de verklaring van de verdachte onder meer onwaarschijnlijk wat betreft (a) het door zijn ex-vriendin wegens haar onwel bevinden gevraagd zijn hulp te bieden, daaraan gehoor geven, maar vervolgens uren dralen rond Leiden CS, (b) het noteren en bij zich houden van gegevens over de gangen van [slachtoffer], als dat noteren zou zijn geschied op verzoek van een ander die over die gegevens wilde beschikken, (c) de stelling dat iedereen de ontgrendelingscode van de telefoon van de verdachte kende.

Het hof schuift de verklaring van de verdachte dan ook als ongeloofwaardig terzijde. Dat betekent ten eerste dat de verdachte niet erin is geslaagd een aannemelijke de redengevendheid van het hem belastende bewijs ontzenuwende verklaring te geven en dat het hof mitsdien bewezen acht dat hij nauw bij de wederrechtelijke vrijheidsberoving van [slachtoffer] betrokken is geweest. Ten tweede betekent dit dat de door de raadsvrouw gevoerde verweren falen voor zover deze zijn gegrond op die door het hof ongeloofwaardig geoordeelde verklaring van de verdachte. De door de raadsvrouw in haar onder (i) bedoelde verweer als contra-indicaties voor de betrokkenheid van de verdachte opgevoerde omstandigheden, zoals het gebruik door de verdachte van zijn eigen telefoon en naar hem traceerbare auto’s, het ontbreken van overige te verwachten aanwijzingen voor of sporen van de verdachte op de plaatsen delict, alsmede het feit dat de broer van de verdachte in de auto zat met [slachtoffer] op het moment van de ontvoering, brengen het hof niet tot een ander oordeel.

6. Oordeel van het hof ten aanzien van het medeplegen van de wederrechtelijke vrijheidsberoving en de zware mishandeling van [slachtoffer]

Het hof herhaalt dat op grond van het voorgaande bewezen kan worden dat de verdachte nauw betrokken is geweest bij de voorbereiding van de wederrechtelijke vrijheidsberoving (bij het regelen van de benodigde vervoermiddelen, het in kaart brengen van de gangen van [slachtoffer] en bij het checken van de woning waarin hij zou worden vastgehouden) en bij de feitelijke uitvoering daarvan (het in Amstelveen ontvoeren van [slachtoffer], het vasthouden van [slachtoffer] in de woning in Leiden en het onderhouden van contact met [medeverdachte 2] om te weten of het met de wederrechtelijke vrijheidsberoving beoogde resultaat was bereikt). Ten aanzien van de aanwezigheid van de verdachte in deze woning in Leiden overweegt het hof dat de telefoon van de verdachte urenlang nabij de plaats waar [slachtoffer] werd vastgehouden uitstraalt. Het hof acht het uiterst onaannemelijk dat de bezitter van die telefoon – dus de verdachte – aldaar zo lang aanwezig zou zijn geweest, zonder die woning te hebben betreden. Aldus staat ook vast dat de verdachte tijdens de vrijheidsberoving in de woning in Leiden is geweest.

Dat de verdachte als medepleger van de wederrechtelijke vrijheidsberoving moet worden aangemerkt, staat daarmee als een paal boven water.

Het door de raadsvrouw gevoerde verweer ten aanzien van de zware mishandeling mist feitelijke grondslag nu dat is gestoeld op een door het hof verworpen lezing van de feitelijke gang van zaken waarin de verdachte zich niet in de woning aan de [straat 2] heeft bevonden toen [slachtoffer] daar werd vastgehouden en zijn vinger werd afgeknipt of -gesneden. Ten aanzien van het medeplegen van de zware mishandeling overweegt het hof nog als volgt.

Het hof is van oordeel dat de verdachte, van wie hiervoor is vastgesteld dat hij ten tijde van de vrijheidsberoving van [slachtoffer] in de woning is Leiden is geweest, ook als medepleger van zware mishandeling kan worden aangemerkt. Daarbij heeft het hof gelet op de prominente rol van de verdachte bij de voorbereiding van de wederrechtelijke vrijheidsberoving en op de klaarblijkelijk in dat kader getroffen maatregelen die kunnen worden geacht in verband te staan met het toegebrachte zwaar lichamelijk letsel. In dat verband wijst het hof in het bijzonder op het afdekken met zeil van de vloer van de kamer waarin het slachtoffer is vastgehouden en het beschikbaar hebben van een knip- of snij-instrument waarmee een deel van de pink van het slachtoffer kon worden verwijderd. Vastgesteld kan worden dat deze handelwijze door elk van de in de woning aanwezige daders was voorzien en aanvaard, ook omdat aanwijzingen voor het tegendeel ontbreken. Dat vindt bevestiging in het feit dat blijkens de aangifte geen discussie of overleg heeft plaatsgevonden tussen de daders voordat de pink van [slachtoffer] werd afgeknipt en dat niet blijkt dat een van hen zich, na deze buitengewoon gruwelijke handeling, heeft willen distantiëren van de verdere uitvoering van het kennelijk vooraf gemaakte plan. Ook kan nog worden gewezen op de aard van het delict in het kader waarvan de zware mishandeling plaatsvond. Het doel was immers [slachtoffer] te bewegen tot het betalen van een extreem groot geldbedrag, waarbij te verwachten en ingecalculeerd was dat de druk op hem tot grote hoogte zou moeten worden opgevoerd.

Daarmee resteert de vraag of de verdachte – in weerwil van het door de raadsvrouw gevoerde verweer op dat punt – als medepleger van de in het verband van deze wederrechtelijke vrijheidsberoving gepleegde poging tot doodslag op [slachtoffer] kan worden aangemerkt.

7. Medeplegen poging doodslag

Het hof stelt voorop dat het schieten door de autoruit waarbij de kogel rakelings langs [slachtoffer] is gegaan moet worden gekwalificeerd als een poging tot doodslag. Naar het oordeel van het hof heeft de schutter de aanmerkelijke kans in het leven geroepen dat [slachtoffer] door dat schot zou komen te overlijden, doordat de van zeer korte afstand afgevuurde kogel [slachtoffer], mede gelet op de schotbaan, bij de minste beweging of bij een (geringe) verandering van baan of bij afketsen had kunnen raken op plekken waar zich vitale delen van het lichaam bevinden. Uit het gedrag van de schutter volgt dat deze die aanmerkelijke kans ook bewust heeft aanvaard. Hoewel niet kan worden vastgesteld dat de verdachte de gemaskerde man is geweest die het pistool heeft afgevuurd, is het hof van oordeel dat hij ook ten aanzien van dit feit als medepleger moet worden aangemerkt. Het hof baseert dat oordeel op de volgende overwegingen.

Vast staat dat de verdachte heeft deelgenomen aan de voorbereiding en uitvoering van een plan dat inhield dat [slachtoffer] op klaarlichte dag in de openbare ruimte zou worden ontvoerd om hem vervolgens vast te houden in een woning en hem daar met gebruik van grof geweld en dreiging met verder geweld tegen hem en zijn familieleden te bewegen geld te betalen. Kortom, een zeer gewelddadige vorm van een wederrechtelijke vrijheidsberoving waarbij de betrokkenen niet de verwachting konden koesteren dat [slachtoffer] vrijwillig in Amstelveen zou meegaan. Dat bij de ontvoering te Amstelveen ook met geweld gedreigd zou moeten worden en mogelijk geweld zou moeten worden toegepast, kan daarom niet anders dan onderdeel van het plan zijn geweest. Dat het daarbij zou gaan om dreiging met vuurwapengeweld en, meer specifiek, om de toepassing van het onderhavige vuurwapengeweld beschouwt het hof tegen de achtergrond van hetgeen omtrent de aard en strekking van het plan voor het overige is komen vast te staan niet als zo uitzonderlijk of zo afwijkend, dat dit geacht moet worden uitsluitend een spontane ingeving te zijn geweest van de schutter die aan zijn mededaders niet kan worden toegerekend.

Sterker nog, gelet op de voorziene plaats en wijze van uitvoering van de ontvoering – overdag op een openbaar parkeerterrein – die een snelle overmeestering van het slachtoffer des te belangrijker maakte, en (dreiging met) geweld dat dit kon bewerkstelligen dan zeer voor de hand ligt, kan het naar het oordeel van het hof niet anders zijn dan dat de verdachte erop heeft gerekend dat bij de – mede door hem georganiseerde ontvoering van [slachtoffer] – sprake zou zijn van vuurwapenbezit en dat hij de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dit wapen zou worden gebruikt zoals dat is gebeurd. Daar komt bij dat aanwijzingen ontbreken dat bij de uitvoering van de ontvoering te Amstelveen wezenlijk zou zijn afgeweken van het vooraf door de daders gemaakte plan. In dat verband is ook van betekenis dat geen van de daders zich heeft gedistantieerd nadat van het vuurwapen gebruik was gemaakt. Elk van hen is zijn rol blijven vervullen en voortgegaan met de uitvoering van het ontvoeringsplan.

Het enkele gegeven dat de broer van de verdachte ook in de auto bleek te zitten brengt het hof niet tot een ander oordeel.

8. Conclusie

In het licht van al het vorenstaande komt het hof tot de conclusie dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, het medeplegen van poging doodslag en het medeplegen zware mishandeling. Dat leidt tot de volgende bewezenverklaring.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. subsidiairhij op 9 maart 2017 te Amstelveen en te Leiden, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, welk feit zwaar lichamelijk letsel (te weten een afgesneden of afgeknipte linker pink) ten gevolge heeft gehad voor [slachtoffer], immers hebben verdachte en zijn mededaders, toen [slachtoffer] als bijrijder in een auto zat waarvan de portieren waren afgesloten, nadat hij, verdachte, en zijn mededaders hadden geschreeuwd dat zij de portieren moest openmaken,

- een pistool op [slachtoffer] gericht en (vervolgens)

- met dat vuurwapen op de ruit van het portier aan de kant van die [slachtoffer] geslagen en die portierruit met dat vuurwapen stuk geschoten en vervolgens

- [slachtoffer] onder bedreiging van dat pistool uit de auto getrokken en

- dreigend tegen [slachtoffer] geschreeuwd "uitstappen, uitstappen", en

- [slachtoffer] met dat pistool tegen zijn hoofd geslagen en de ogen van [slachtoffer] afgeschermd met een geblindeerde skibril en een zak over zijn hoofd gedaan en- [slachtoffer] laten plaatsnemen in een andere auto en [slachtoffer] naar een andere locatie gereden en

- [slachtoffer] in een kamer gebracht en [slachtoffer] tot aan zijn onderbroek ontkleed en [slachtoffer], terwijl zijn handen op zijn rug waren vastgemaakt met tie-wraps, op zijn buik laten liggen op een zeil en

- [slachtoffer] vervolgens toegevoegd de woorden: "hé luister, het is aan jou hoe dit gaat aflopen, we weten alles van jou, je vrouw en kinderen. Je zoon die zit op [naam 1] toch, ik volg je al een tijdje. Het is aan jou hoe dit gaat aflopen. Als je straks je kind naast je ziet liggen... het is aan jou hoe dit gaat aflopen" en "Je gaat binnen een uur een miljoen regelen", en

- de mond van [slachtoffer] volgestopt en zijn voeten vastgetaped en nadat [slachtoffer] had gezegd dat hij niet wist hoe hij het miljoen moest regelen, [slachtoffer] geslagen en met een vuurwapen geslagen en

- vervolgens een deel van de linker pink van [slachtoffer] afgeknipt en [slachtoffer] toegevoegd dat zij het deel van de pink zouden opsturen naar zijn vrouw en dat hij nog een half uur had om een miljoen te regelen;

2.hij op 9 maart 2017 te Amstelveen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet met zijn mededaders, terwijl [slachtoffer] in een afgesloten auto (VW Golf) zat, met een pistool door een portierruit van die auto heeft geschoten;

3.hij op 9 maart 2017 te Leiden tezamen en in vereniging met anderen aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een afgesneden of afgeknipte linker pink, heeft toegebracht, door met een mes of een knipschaar, althans een scherp en/of puntig voorwerp de linker pink van [slachtoffer] af te snijden of te knippen.

Hetgeen onder 1 subsidiair, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van poging tot doodslag.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van zware mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 subsidiair, 2 en 3 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor ten laste gelegde onder 1 subsidiair, 2 en 3 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren.

De raadsvrouw heeft primair vrijspraak bepleit, maar subsidiair verzocht bij een veroordeling een gevangenisstraf korter dan drie jaren op te leggen. Aan de medeverdachte [medeverdachte 2] is in eerste aanleg een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren opgelegd. De verdediging stelt dat aan de verdachte een lagere straf dient te worden opgelegd dan aan [medeverdachte 2], nu zijn rol vele malen kleiner is dan die van [medeverdachte 2]. Daar komt bij dat de verdachte vader is van twee jonge kinderen en hij graag betrokken wil blijven bij de gedeelde zorg voor zijn kinderen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Op 9 maart 2017 is [slachtoffer] op klaarlichte dag voor een sportschool in Amstelveen met grof geweld ontvoerd. Hij is levensgevaarlijk beschoten in zijn auto en vervolgens onder bedreiging van een pistool uit zijn auto getrokken. Hij is geslagen en geblinddoekt meegenomen in een andere auto en daarna urenlang vastgehouden in een woning, waar hij op ernstige wijze is geïntimideerd en daarna op gruwelijke wijze is mishandeld: hij is tot op zijn onderbroek ontkleed, moest op een zeil gaan liggen met zijn handen gebonden, waarna een deel van zijn pink is afgeknipt of afgesneden. Dit alles als instrumenteel gedrag om hem ertoe te bewegen een zeer groot geldbedrag aan de daders ter beschikking te stellen. De verdachte was niet alleen gedurende de gehele ontvoering aanwezig, maar heeft ook een grote rol gespeeld in de voorbereiding daarvan. En hoewel het hof niet precies kan vaststellen welke feitelijke handelingen de verdachte heeft verricht, is hij samen met zijn mededaders ten volle verantwoordelijk voor dit alles wat [slachtoffer] is aangedaan. Het hof ziet evenals de rechtbank de poging tot doodslag en de zware mishandeling van [slachtoffer] als onderdelen van het plan van deze ontvoering.

Hiermee hebben de verdachte en zijn mededaders ernstig inbreuk gemaakt op het fundamentele recht van het slachtoffer om in vrijheid te gaan en staan waar hij wil en hebben zij zijn leven in de waagschaal gesteld en hem voor de rest van zijn leven fysiek verminkt. Bij elke blik op zijn linkerhand zal het slachtoffer herinnerd worden aan hetgeen hem op 9 maart 2017 door de verdachte en zijn mededaders is aangedaan.

De verdachte heeft er ook in hoger beroep blijk van gegeven geen enkel respect te hebben voor de persoonlijke en lichamelijke integriteit van [slachtoffer]. De ontvoering heeft grote onrust en angst teweeg gebracht bij het slachtoffer en zijn naasten. Omdat de ontvoering overdag heeft plaatsgevonden op het parkeerterrein van een sportschool waar veel mensen aanwezig waren, kan het niet anders dan dat dit geweld ook bij de omstanders gevoelens van grote onveiligheid teweeg heeft gebracht. De verdachte heeft deze gevolgen kennelijk voor lief genomen met het motief van financieel gewin. De precieze achtergrond van de ontvoering is tot op heden niet duidelijk geworden. De daders lijken zich in het drugsmilieu op te houden en meenden kennelijk dat het slachtoffer hun een groot geldbedrag moest geven. Hoe dan ook gaat het om een zeer zware vorm van professioneel crimineel gedrag.

Voorts is vast komen te staan dat de verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 23 mei 2019 eerder onherroepelijk is veroordeeld. Hij liep zelfs in een proeftijd in het kader van een voorwaardelijke invrijheidstelling van een hem eerder opgelegde meerjarige gevangenisstraf. Dit heeft hem er niet van weerhouden onderhavige feiten te plegen. Dat de verdachte wel zijn afspraken met de reclassering is nagekomen die hem hielp zijn leven op een vruchtbare manier inhoud te geven en intussen betrokken blijkt bij de onderhavige feiten, vindt het hof uiterst zorgelijk. Kennelijk weet de verdachte er een soort dubbelleven op na te houden. Enerzijds laaft de verdachte zich aan de zorg van de overheid, terwijl hij anderzijds er niet voor terugdeinst voort te gaan op het eerder ingeslagen pad van zware criminaliteit. Het hof houdt hier ten nadele van de verdachte rekening mee. Het gaat hier ook niet om een incidentele impulsieve terugval in crimineel gedrag, maar om planmatig handelen dat blijk geeft van een weloverwogen keuze van de verdachte voor een levenswandel in de zware criminaliteit.

Gelet op het voorgaande komt alleen de oplegging van een langdurige gevangenisstraf in aanmerking, terwijl niet is gebleken van persoonlijke omstandigheden van de verdachte waar ten voordele van hem rekening mee gehouden dient te worden. Het hof is – alles afwegend – van oordeel dat de in eerste aanleg door de rechtbank opgelegde noch de door de advocaat-generaal gevorderde straf zelfs niet bij benadering recht doet aan de aard en ernst van de door de door het hof bewezen geachte misdrijven. Het hof acht een gevangenisstraf van negen jaren passend en geboden.

Beslag

Het hof is van oordeel dat de onder de verdachte in beslag genomen goederen aan hem dienen te worden geretourneerd.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 14.380,00 aan materiële schade en € 18.000,00 aan immateriële schade. De materiële schade is opgebouwd uit een bedrag van € 13.680,00 aan gederfde inkomsten en € 700,00 aan betaald eigen risico over de jaren 2017 en 2018. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 5.000,00 aan immateriële schade en voor het overige is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 subsidiair, 2 en 3 bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 700,00. Uit de door de benadeelde partij overgelegde declaratieoverzichten van zijn zorgverzekeraar over 2017 en 2018 volgt dat een bedrag van € 770,00 is betaald aan eigen risico. Nu slechts € 700,00 is gevorderd, zal dit bedrag worden toegewezen.

Verder is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. Het hof zal de omvang van de immateriële schade op de voet van het bepaalde in artikel 6:106 BW naar maatstaven van billijkheid schatten op € 10.000,00. Daarbij is in het bijzonder gelet op de aard en de ernst van het handelen van de verdachte, de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, onder meer bestaande uit een posttraumatische stressstoornis en onherstelbaar letsel aan zijn pink. De verdachte is voor deze schade, samen met zijn mededaders ([medeverdachte 2] reeds is veroordeeld een bedrag van € 5.000,00 te betalen wegens immateriële schade) hoofdelijk aansprakelijk.

Ten aanzien van de gevorderde inkomensderving is het hof van oordeel dat deze vordering onvoldoende is onderbouwd. Zonder nader onderzoek kan niet worden vastgesteld of sprake is van (rechtstreekse) schade. Het verrichten van dergelijk onderzoek zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren, zodat de benadeelde partij voor dit deel van de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Het toe te wijzen bedrag zal, zoals verzocht, vermeerderd worden met de wettelijke rente. Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Kosten rechtsbijstand

Het hof verwijst de verdachte in de proceskosten van de benadeelde partij. Het gaat daarbij om de proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep. Het hof bepaalt die kosten aan de hand van het liquidatietarief kanton. Het hof kent drie punten (à € 200,00 per punt) toe voor de behandeling in eerste aanleg, te weten één punt voor het opstellen en indienen van de vordering bij de rechtbank en twee punten voor de behandeling van de vordering ter terechtzitting, aangezien die zitting verschillende dagen heeft geduurd. Ten aanzien van de gevorderde kosten in hoger beroep zal het hof twee punten toekennen, te weten één punt voor de voeging in hoger beroep en toesturen van aanvullende stukken en één punt voor de behandeling ter terechtzitting. Dit betekent dat er in totaal een bedrag ter hoogte van € 1.000,00 aan kosten voor rechtsbijstand wordt toegewezen.

Voorlopige invrijheidstelling (zaaknummer 99/000433-13)

De veroordeelde is bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 9 april 2015 onder parketnummer

10-750198-14 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden met aftrek van het voorarrest. Deze uitspraak is onherroepelijk. De veroordeelde is bij besluit van 29 augustus 2016 voorwaardelijk in vrijheid gesteld, onder de algemene voorwaarde dat de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) kan worden herroepen als de verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De officier van justitie heeft op 30 maart 2017 een vordering tot herroeping van de v.i. ingediend bij de griffie van de rechtbank Amsterdam. Deze vordering strekt tot de gehele herroeping (360 dagen) van de v.i. in verband met de tenlastegelegde feiten.

Standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting gevorderd de vordering tot herroeping van de v.i. toe te wijzen.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw begrijpt dat een veroordeling in de strafzaak tot de conclusie leidt dat de algemene voorwaarde van de v.i. is overtreden. De verdachte wenst echter na zijn detentie zo snel mogelijk een normaal leven te beginnen en heeft ook zicht op een baan. Gelet hierop en op het geringe aandeel van de verdachte in de ten laste gelegde feiten, verzoekt de verdediging de v.i. slechts voor de helft te herroepen.

Oordeel van het hof

In hoger beroep is komen vast te staan dat de veroordeelde de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De veroordeelde heeft immers de in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feiten begaan, terwijl de aan de v.i. verbonden proeftijd nog niet was verstreken. De vordering van het openbaar ministerie tot herroeping van de v.i. is derhalve gegrond, zodat het hof op grond van het bepaalde in artikel 15j, eerste lid, Sr kan gelasten dat het gedeelte van de vrijheidsstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van de v.i. niet ten uitvoer is gelegd, alsnog geheel of gedeeltelijk moet worden ondergaan. Voor de effectiviteit van de regeling van de v.i. is van belang dat aan het door een veroordeelde overtreden van de aan hem gestelde voorwaarden strenge gevolgen worden verbonden. Aan de hand van de omstandigheden van het geval zal moeten worden bepaald welke reactie op de overtreding van de voorwaarden passend en geboden is. Uitgangspunt is dat het gedeelte van de vrijheidsstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van de v.i. niet ten uitvoer is gelegd, alsnog geheel dient te worden ondergaan, tenzij de ernst van het feit dat tot de vordering tot herroeping heeft geleid de (volledige) herroeping disproportioneel zou doen zijn of bijzondere omstandigheden zijn gebleken op grond waarvan van dit uitgangspunt dient te worden afgeweken.

De aard en de ernst van de onderhavige feiten rechtvaardigt de volledige herroeping van de v.i.. Het hof ziet geen aanleiding om ten gunste van de verdachte van dit uitgangspunt af te wijken. Gelet op het voorgaande zal het hof de vordering toewijzen en gelasten dat de vrijheidsstraf van 360 dagen, die als gevolg van de toepassing van de regeling van v.i. niet ten uitvoer is gelegd, alsnog moet worden ondergaan.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 15j, 36 f, 45, 47, 57, 282, 287 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 1 stk adapter (Sandisk)

- 1 stk USB-stick (memorykaart) (Kingston)

- 1 stk Adapter (Kingston)

- 1 stk USB-stick (memorykaart) (Sandisk)

- 1 stk USB-stick (memorykaart)

- 1 stk USB-stick (memorykaart) (Lexar)

- een geldbedrag van € 695,00

- 1 stk sleutel (BUVA)

- 1 stk sleutelbos

- 4 stk Document.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het onder 1 subsidiair, 2, 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 10.700,00 (tienduizend zevenhonderd euro), bestaande uit € 700,00 (zevenhonderd euro) aan materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) aan immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 1.000,00 (duizend euro).

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer], ter zake van het onder 1 subsidiair, 2, 3 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van

€ 10.700,00 (tienduizend zevenhonderd euro), bestaande uit € 700,00 (zevenhonderd euro) aan materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) aan immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 88 (achtentachtig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de schade op 9 maart 2017.

Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling

Wijst de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe en gelast dat het gedeelte van de bij vonnis van rechtbank Rotterdam van 9 april 2015 onder parketnummer 10-750198-14 opgelegde vrijheidsstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, te weten 360 dagen, alsnog geheel wordt ondergaan.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. R. Kuiper en mr. J. Piena, in tegenwoordigheid van

mr. S.W.H. Bootsma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

7 juni 2019.

=========================================================================

[adres 1]


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature