E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:GHAMS:2019:1501
Gerechtshof Amsterdam, 17/00351

Inhoudsindicatie:

Inkomstenbelasting, terbeschikkingstelling deel van winkelruimte aan onderneming echtgenote, stakingsresultaat. De inspecteur mag navorderen, omdat hij beschikt over een nieuw feit; er is geen sprake van een ambtelijk verzuim. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat belanghebbende het aan hem toekomende deel van de winkelruimte aan zijn echtgenote ter beschikking heeft gesteld in de zin van art. 3.91 Wet IB 2001. Dit deel vormt voor belanghebbende derhalve werkzaamheidsvermogen waarover bij staking van de werkzaamheid (de terbeschikkingstelling) moet worden afgerekend. De toepassing van art. 3.91 Wet IB 2001 is onder meer bedoeld voor een situatie, zoals in casu, waarin een (gedeelte van een) pand dat in mede-eigendom is van twee echtgenoten, dat niet tot de huwelijksgoederengemeenschap behoort en dat in de onderneming van de echtgenote in gebruik is. Er is geen sprake van een schending van het vertrouwens- of het (verdragsrechtelijke) gelijkheidsbeginsel. De inspecteur heeft de boekwinst waarover belanghebbende moet afrekenen op de juiste wijze en daarmee niet hoog berekend.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie