E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:GHAMS:2018:4913
Gerechtshof Amsterdam, 17/00484

Inhoudsindicatie:

Erflater is in 2010 overleden en heeft aangifte IB/PVV 2010 gedaan waarbij geen inkomen uit AB is aangegeven. Vast staat dat belanghebbende zelf geen aandeelhouder was in [X] B.V. - de vennootschap van haar echtgenoot -, maar dat de huwelijksgemeenschap voor haar resulteerde tot het hebben van een aanmerkelijk belang in die vennootschap. Het Hof stelt vast dat zowel in de aangifte van belanghebbende als in de aangifte van haar echtgenoot melding wordt gemaakt van het aanmerkelijk belang in [X] B.V.Het Hof is van oordeel dat de inspecteur bij het vaststellen van de aanslag niet bekend was met de omstandigheid dat tussen belanghebbende en haar echtgenoot een huwelijksgemeenschap bestond. De vermelding van het aanmerkelijk belang in de aangifte kon betekenen dat belanghebbende een aanmerkelijk belang had, maar kon evengoed betekenen dat dit het geval was voor haar echtgenoot, die het aanmerkelijk belang immers ook in zijn aangifte had vermeld. Onder deze omstandigheden is naar oordeel van het Hof geen aanleiding voor twijfel over de in de aangifte vermelde gegevens, omdat de niet onwaarschijnlijke mogelijkheid aanwezig was dat de in de aangifte opgenomen gegevens juist zijn. Er is geen sprake van een ambtelijk verzuim.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie