E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:GHAMS:2018:4429
Gerechtshof Amsterdam, 200.238.759/01 NOT en 200.241.279/01 NOT

Inhoudsindicatie:

Klacht tegen een notaris. Gelijktijdige behandeling twee klachten. Handelwijze notaris in hoedanigheid van bewindvoerder houdt zodanig verband met gedragsniveau dat van een notaris mag worden verwacht, dat notaris zich voor zijn handelen als bewindvoerder tuchtrechtelijk moet verantwoorden. Beroep notaris op ne-bis-in-idem-beginsel slaagt niet want het betreft geen beoordeling door tuchtrechter van dezelfde feiten. Klager ontvankelijk in beide klachten.

In zijn klacht SHE/2017/85 verwijt klager de notaris - in de kern - dat:

1. hij heeft nagelaten de beheersregeling en het bewind over de woning, alsmede de gevolgen van de beslissing van het hof van 12 juli 2016 in te schrijven in de Spaanse openbare registers;

2. hij, nadat hij zijn functie per 1 juli 2016 had neergelegd, geen verslag heeft gedaan van zijn werkzaamheden;

3. hij niet heeft gereageerd op informatie die klager hem heeft verstrekt met betrekking tot zijn uitgaven ten behoeve van de woning;

4. hij niet heeft gereageerd op het verzoek van klager om bij zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekering te melden dat klager hem aansprakelijk had gesteld vanwege zijn slechte bewind;

5. hij zich schuldig heeft gemaakt aan laster en smaad door tegen klager aangifte te doen van ‘stalking’, althans dat hij onbetamelijk heeft gehandeld door te beweren dat hij daarvan aangifte had gedaan terwijl daarvan geen sprake is.

In zijn klacht SHE/2017/110 verwijt klager de notaris - in de kern - dat:

1. hij als bewindvoerder heeft nagelaten de beheersregeling en het bewind in te schrijven in de Spaanse registers;

2. de woning niet zonder bemoeienis van de notaris had kunnen worden overgedragen, omdat de bevoegdheid met betrekking tot de woning bij de bewindvoerder lag, zodat de akte van overdracht van de (Spaanse) notaris nietig is;

3. hij nog steeds geen verslag heeft gemaakt inzake zijn geëindigde werkzaamheden.

Daarnaast heeft klager onder verwijzing naar artikel 162 Wetboek van Strafvordering (Sv) verzocht de zaak aan te bieden aan het Openbaar Ministerie.

De kamer heeft in de zaak met nummer SHE/2017/85 de klacht ongegrond verklaard en in de zaak met nummer SHE/2017/110 klager niet ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Het hof bevestigt beide bestreden beslissingen. Het hof zijn geen concrete feiten en/of omstandigheden gebleken die tot een verwijzing als bedoeld in artikel 162 Sv nopen.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie