< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Rijden onder invloed

Uitspraak



afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003947-17

datum uitspraak: 11 juli 2018

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 3 november 2017 in de strafzaak onder parketnummer

96-095500-17 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

27 juni 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de strafoplegging - in zoverre zal het vonnis worden vernietigd - en met dien verstande dat:

- het hof de juiste inhoud van de bewezenverklaring vaststelt door deze verbeterd te lezen door daarin tussen “microgram” en “bleek te zijn” in te voegen de ten laste gelegde woorden “alcohol per liter uitgeademde lucht", die als gevolg van een kennelijke vergissing in de bewezenverklaring ontbraken en

- de door de politierechter gebezigde bewijsmiddelen worden vervangen door de navolgende.

Bewijsmiddelen

1. Een proces-verbaal met nummer 210520172344033237 van 21 mei 2017, opgemaakt in de wettelijke vorm door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] (dienstnummer 33237) en

[verbalisant 2] (dienstnummer 19641). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Ik, verbalisant [verbalisant 1], zag op 21 mei 2017 (het hof begrijpt: op 20 mei 2017) om 23.44 uur te Amsterdam op de Van der Pekstraat [verdachte] als bestuurder van een bromfiets optreden. Het eerste contact was om 23.46 uur. Aanleiding voor een vordering ademtest vormde het rijgedrag van [verdachte]. De adem van verdachte rook naar alcohol en zijn ogen waren bloeddoorlopen. [verdachte] blies bij de ademtest op 21 mei 2017 (het hof begrijpt: 20 mei 2017) om 23.48 uur een F-indicatie. Op 21 mei 2017 om 00.23 uur is [verdachte] door de verbalisant [verbalisant 1] aan een ademanalyse onderworpen, met als resultaat een promillage van 730 µg/l (testnummer: 170521730).

De verdachte werd gehoord door verbalisant [verbalisant 2] en erkende dat hij na het nuttigen van alcoholhoudende drank als bestuurder is opgetreden. Hij verklaarde verder: “Of ik gedronken heb? Wat is dat voor stomme vraag? Dat kan je zo zien toch? Ik geef ook gewoon eerlijk toe dat ik gedronken heb en neem de volledige verantwoordelijkheid”.

Bij controle (bij de) RDW (bleek dat er) geen rijbewijs (op naam van [verdachte] is) afgegeven.

2. Een geschrift, te weten een afdruk van een uitslag van een ademanalysetest. Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Testnummer: 170521730

Startdatum en -tijd: 21-05-2017 – 00:23

Verdachte: [verdachte]

Bedienaar: [verbalisant 1]

Ademonderzoekresultaat: 730 µg/l

Het onder 2 opgenomen bewijsmiddel – een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 5° van het Wetboek van Strafvordering – is slechts gebezigd in verband met de inhoud van het

andere bewijsmiddel.

Oplegging van straffen

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 600,00 subsidiair 12 dagen hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft deelgenomen aan het verkeer op zijn bromfiets terwijl hij onder invloed was van een zeer aanzienlijke hoeveelheid alcohol. Met zijn gedrag heeft de verdachte zijn eigen veiligheid, maar bovenal die van andere weggebruikers in gevaar gebracht. Alcohol in het verkeer leidt jaarlijks tot vele ongelukken, met schade, letsel of soms zelfs de dood tot gevolg.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 13 juni 2018 is hij eerder onherroepelijk veroordeeld wegens het weigeren van zijn medewerking aan een ademonderzoek alsmede het rijden zonder rijbewijs. Dat hij hieruit geen lering heeft getrokken wordt in het nadeel van de verdachte meegewogen.

Het hof heeft acht geslagen op straffen die in soortgelijke gevallen bij een gemeten ademalcoholgehalte als hier aan de orde aan beginnend bestuurders van brom- en snorfietsen plegen te worden opgelegd en die hun weerslag hebben gevonden in de Oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Daarin wordt als straffencombinatie genoemd, met toepassing van de naast hogere schaal in verband met de recidive, een geldboete ter hoogte van € 600,00 en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden. Tegen die achtergrond acht het hof de straffencombinatie, als door de politierechter opgelegd, in beginsel op zijn plaats. Ter terechtzitting in hoger beroep is echter naar voren gekomen dat de financiële draagkracht van de verdachte zeer gering is. Hij komt rond van een Wajong-uitkering en heeft een aanzienlijke schuldenlast. Het hof acht het om die reden passend om een taakstraf in plaats van een geldboete op te leggen. Volstaan met een matiging van de geldboete, zoals door de raadsvrouw is verzocht, zou te zeer voorbij gaan aan de ernst van het bewezenverklaarde en het strafblad van de verdachte.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf voor de duur van 40 uren en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 maanden passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994 .

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. Kuiper, mr. J.J.I. de Jong en mr. M. Senden, in tegenwoordigheid van R. Rasink, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 juli 2018.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature