E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2023:95
Centrale Raad van Beroep, 22/186 NOW

Inhoudsindicatie:

De rechtbank wordt gevolgd in het oordeel dat ook in de gevallen dat niet is voldaan aan de vaste gedragslijn, een belangenafweging als bedoeld in artikel 3:4, tweede lid, van de Awb moet plaatsvinden. De rechtbank wordt echter niet gevolgd in het oordeel dat het belang van betrokkene in dit geval zwaarder moet wegen dan het belang van de minister. De door de minister voor de situatie van betrokkene gemaakte berekening laat zien dat, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, geen sprake is van een extra korting, en dat het vaststellen van de subsidie volgens de berekeningswijze van artikel 7, tweede lid, van de NOW-1, niet onredelijk bezwarend uitpakt voor betrokkene. Betrokkene heeft dit ook niet bestreden en ook geen andere omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat het financiƫle nadeel als onevenredig moet worden beoordeeld. Hierbij wordt ook in aanmerking genomen dat betrokkene bij de aanvraag kon weten dat de gedaalde loonsom gevolgen zou hebben voor de uiteindelijk subsidievaststelling en dat betrokkene het teruggevorderde bedrag inmiddels geheel heeft terugbetaald. Afweging van de nadelige gevolgen van het besluit in verhouding tot het doel daarvan leidt dan ook tot de conclusie dat het vaststellen van de subsidie op een lager bedrag dan bij het besluit van 10 april 2020 is verleend, niet onevenredig is. Het hoger beroep slaagt. De aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, zal worden vernietigd. Het beroep tegen het bestreden besluit zal ongegrond worden verklaard.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie