< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Weigeren een WIA-uitkering toe te kennen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft inzichtelijk en toereikend gemotiveerd waarom de in hoger beroep ingebrachte informatie van de neuroloog geen aanleiding heeft gegeven om het eerder ingenomen standpunt te wijzigen. Inzichtelijk is gemotiveerd dat in de geselecteerde functies geen sprake is van overschrijding ten aanzien van het gebruik van de handen en ten aanzien van het reiken.

Uitspraak



21 4496 WIA

Datum uitspraak: 11 januari 2023

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 4 november 2021, 20/3001 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J. van de Wiel, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 november 2022. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Van de Wiel. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.W. van Schaik.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant is laatstelijk werkzaam geweest als fulltime servicemonteur. Op 21 oktober 2010 heeft hij zich ziek gemeld met psychische klachten. Na een hersteldmelding op 15 november 2011 is appellant op 8 december 2011 uitgevallen met lichamelijke klachten als gevolg van een bedrijfsongeval. Appellant is per 10 november 2012 in aanmerking gebracht voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Bij besluit van 3 juli 2014 heeft het Uwv de WIA-uitkering van appellant per 4 september 2014 beëindigd, omdat de mate van zijn arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op minder dan 35%. Deze beslissing is in rechte komen vast te staan met de uitspraak van de Raad van 21 december 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:5124.

1.2.

Bij besluit van 22 maart 2018 heeft het Uwv geweigerd aan appellant met ingang van 1 september 2016 een WIA-uitkering toe te kennen, omdat hij met ingang van die datum nog steeds minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Dit besluit is in bezwaar in stand gelaten. Er is geen beroep ingesteld.

1.3.

Bij brief van 27 juni 2019 heeft appellant opnieuw een aanvraag om een WIA-uitkering ingediend. Appellant heeft gesteld dat zijn klachten zijn toegenomen. Hij heeft een rapport van 27 november 2018 ingediend van M.T.M. Melis, bedrijfsarts bij VerzuimConsult. Op 12 augustus 2019 heeft appellant het spreekuur bezocht van een arts van het Uwv. Deze arts heeft vastgesteld dat appellant belastbaar is met inachtneming van de beperkingen die hij heeft neergelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 16 augustus 2019, geldig vanaf 1 november 2018. Een arbeidsdeskundige heeft vervolgens functies geselecteerd en op basis van de drie functies met de hoogste lonen de mate van arbeidsongeschiktheid berekend. Bij besluit van 3 september 2019 heeft het Uwv geweigerd aan appellant met ingang van 1 november 2018 een WIA-uitkering toe te kennen, omdat hij met ingang van die datum minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit heeft het Uwv bij besluit van 17 september 2020 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Aan het bestreden besluit liggen rapporten van 8 september 2020 van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en van 17 september 2020 van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ten grondslag.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat de medische beoordeling door het Uwv op een voldoende zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Uit de rapporten van de (verzekerings)artsen blijkt dat zij voldoende op de hoogte waren van de klachten van appellant. De door appellant ingebrachte informatie is bij de beoordeling betrokken. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om te oordelen dat het Uwv de belastbaarheid van appellant onjuist heeft ingeschat. Uit de rapporten van de (verzekerings)artsen blijkt dat de fysieke beperkingen van appellant niet veranderd zijn. In verband met een toename van beperkingen op psychisch gebied is appellant aanvullend beperkt geacht ten aanzien van veelvuldige deadlines of productiepieken, hoog handelingstempo, horeca of horeca gerelateerde werkomgeving en solitair werk. Daarbij is uitgegaan van 1 november 2018 als datum van de toename van de beperkingen. De rechtbank heeft geen reden gezien om aan de juistheid van deze conclusies te twijfelen. De rechtbank heeft daarom geen reden gezien voor het benoemen van een deskundige. Tevens heeft de rechtbank overwogen dat de arbeidsdeskundigen voldoende hebben gemotiveerd dat de voorgehouden functies in overeenstemming zijn met de belastbaarheid van appellant.

3.1.

In hoger beroep heeft appellant herhaald dat zijn fysieke en psychische klachten zijn toegenomen ten opzichte van de WIA-beoordeling in 2014. De pijnklachten in de nek en schouders stralen uit naar de armen. Beide duimen zijn bovendien niet te gebruiken. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft appellant een brief van 15 februari 2022 ingediend van een neuroloog, informatie van een pijnspecialist van 17 februari 2021, een verslag MRI van 10 maart 2022 en een bevestiging aanmelding van 21 maart 2022 voor een intake bij GGzE Direct. Appellant acht het onwaarschijnlijk dat hij grotendeels normaal kan functioneren. Hij heeft verwezen naar de informatie van bedrijfsarts Melis. Deze bedrijfsarts heeft vastgesteld dat de combinatie van een psychische aandoening, pijnklachten en middelengebruik van appellant ertoe leidt dat er geen kan sprake zijn van structurele inzet voor arbeid. Appellant was door de huisarts in mei 2019 verwezen naar de GGZ. Hij is nog niet onder behandeling geweest en staat opnieuw op de wachtlijst. Appellant verzoekt om een deskundige (psychiater) te benoemen. Met betrekking tot de geselecteerde functies heeft appellant herhaald dat de geselecteerde functies niet passend zijn, gelet op de beperkingen ten aanzien van de beide armen en handen.

3.2.

Het Uwv heeft een rapport ingediend van 8 november 2022 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en een rapport van 24 november 2022 van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. Het Uwv heeft verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen.

4. De Raad oordeelt als volgt.

4.1.

Op grond van artikel 57, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet WIA herleeft het recht op een WGA-uitkering op de dag dat de verzekerde weer arbeidsongeschikt wordt, als hij op de dag hieraan voorafgaand een mate van arbeidsongeschiktheid had van minder dan 35% en de gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid voortkomt uit dezelfde oorzaak op grond waarvan hij eerder recht had op een WGA-uitkering.

4.2.

In geschil is de vraag of het Uwv naar aanleiding van de melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant in de zin van de Wet WIA terecht met ingang van 1 november 2018 heeft vastgesteld op minder dan 35% en terecht heeft geweigerd aan appellant een WIA-uitkering toe te kennen.

4.3.

Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd vormt in essentie een herhaling van zijn gronden in beroep. De rechtbank heeft die gronden afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De overwegingen van de rechtbank worden volledig onderschreven. Voor een andersluidend oordeel in hoger beroep zijn geen aanknopingspunten. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft met het rapport van

8 november 2022 inzichtelijk en toereikend gemotiveerd waarom de in hoger beroep ingebrachte informatie van de neuroloog geen aanleiding heeft gegeven om het eerder ingenomen standpunt te wijzigen. De neuroloog heeft op 15 februari 2022, net zoals eerder op 5 september 2019, geen verklarend neurologisch substraat gezien voor de pijnklachten. Verder heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep vanuit de ingebrachte medische gegevens geen argumenten gezien voor verdergaande functionele belemmeringen (zowel mentaal als fysiek) in de FML met betrekking tot de op datum in geding, 1 november 2018. Het vorenstaande betekent dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische grondslag berust en dat voor een medisch onderzoek door een deskundige geen aanleiding wordt gezien.

4.4.

Het oordeel van de rechtbank dat appellant, gelet op de voor hem vastgestelde belastbaarheid, geschikt moet worden geacht tot het vervullen van de aan de schatting ten grondslag gelegde functies medior soldering operator (SBC-code 111180), kasten/afbouwmonteur (SBC-code 267041), medewerker logistiek (SBC-code 111220), wordt eveneens onderschreven. In hoger beroep heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in het rapport van 24 november 2022, onder verwijzing naar de eerder uitgebrachte rapporten van 17 september 2020 en 21 september 2021, een reactie op de beroepsgronden gegeven. Hierin is inzichtelijk gemotiveerd dat in de geselecteerde functies geen sprake is van overschrijding ten aanzien van het gebruik van de handen en ten aanzien van het reiken. Daarbij komt dat in de FML van 16 augustus 2019 met betrekking tot repetitieve hand/vingerbewegingen en tastzin uitsluitend een beperking is aangenomen ten aanzien van de linkerhand, in verband met letsel van de linker duim.

4.5.

Uit 4.2 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door S. Wijna, in tegenwoordigheid van S. Pouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2023.

(getekend) S. Wijna

(getekend) S. Pouw


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature