E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2022:953
Centrale Raad van Beroep, 20/2081 ANW

Inhoudsindicatie:

De Svb heeft op goede gronden de aanspraak op compensatie van appellante niet laten herleven na haar terugkeer naar Marokko. Toen appellante in oktober 2017 in Nederland kwam wonen, verkeerde zij niet meer in de situatie waarop de uitspraak van de Raad van 13 december 2019, ECLI:NL:CRVB: 2019:4114, betrekking had. Zij was vanaf dat moment volledig vergelijkbaar met andere in Nederland wonenden met een nabestaandenuitkering die een kind verzorgen, en van wie de partner voor of na 1 januari 2015 is overleden. Voor hen geldt dat zij, zolang zij recht op kinderbijslag hebben en aan de overige voorwaarden voldoen, aanspraak kunnen maken op een verhoging van het kindgebonden budget. Als zij, bijvoorbeeld als gevolg van verhuizing naar het buitenland, geen recht meer hebben op kinderbijslag, vervalt ook het kindgebonden budget. Dit feit levert geen verboden discriminatie op (zie de uitspraak van de Raad van 14 februari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:510, punt 4.6.1 tot en met 4.6.7). Gelet hierop was ten aanzien van appellante ook na haar terugkeer naar Marokko geen sprake meer van discriminatie. Zij was rechtens niet meer vergelijkbaar met personen die vanaf 31 december 2014 onafgebroken in Marokko zijn blijven wonen. Bij appellante is het feit dat zij niet meer wordt gecompenseerd voor het vervallen van het halfwezenkopje een gevolg van het feit dat zij heeft gekozen voor terugkeer naar Marokko en daarmee het recht op kindgebonden budget verloor.

Schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie