E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2022:791
Centrale Raad van Beroep, 21/1484 AW

Inhoudsindicatie:

Bij de beantwoording van de vraag of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat appellant misbruik van recht heeft gemaakt neemt de Raad het volgende in aanmerking. Nadat de Raad in zijn uitspraak van 8 juli 1993 had geoordeeld dat het ontslagbesluit niet onrechtmatig is, heeft appellant herhaaldelijk verzocht om vergoeding van de door hem in verband met het verlies van zijn werk geleden schade. Over de afwijzing van deze verzoeken heeft hij herhaaldelijk geprocedeerd tot aan de Raad. Op 10 april 2019 heeft appellant andermaal een verzoek om schadevergoeding ingediend zonder daarbij nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te noemen. Daarmee ligt opnieuw de rechtsvraag voor die al keer op keer door de Raad is beantwoord. Dit betekent dat het appellant met het instellen van bezwaar niet daadwerkelijk te doen kan zijn om het verkrijgen van duidelijkheid over zijn rechtspositie, want die duidelijkheid is er al vele jaren. Het ontbreekt dan ook aan een reëel, in de zin van nog niet beslecht, geschilpunt in de rechtsverhouding tussen appellant en het college. Hieruit volgt dat appellant de bevoegdheid om bezwaar te maken zodanig evident heeft aangewend zonder redelijk doel of voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is gegeven, dat het aanwenden van die bevoegdheid blijk geeft van kwade trouw. Hij heeft hiermee misbruik gemaakt van zijn bevoegdheid om bezwaar te maken. Hieruit volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie