E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2022:724
Centrale Raad van Beroep, 19/4630 WMO15

Inhoudsindicatie:

De beroepsgrond dat appellant geen onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, slaagt niet. Tussen partijen is niet in geschil dat de ouders van appellant geen professionele hulpverleners en aanbieders als bedoeld in het besluit van 25 april 2017 zijn. Als gevolg hiervan is het pgb dat besteed had moeten worden aan begeleiding door professionele hulpverleners en aan dagbesteding inclusief vervoer te leveren door een professionele aanbieder, ten onrechte uitbetaald aan zijn ouders. Appellant was hiervan op de hoogte en heeft hiervoor bewust gekozen. Het betoog dat het college de leveringsvorm niet heeft mogen wijzigen, slaagt evenmin. De Raad is van oordeel dat niet kan worden gezegd dat het college zich onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van appellant. Aan appellant is dezelfde maatwerkvoorziening verstrekt, maar dan in de vorm van ondersteuning in natura. De beroepsgrond dat appellant niet opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, faalt. Uit wat is overwogen volgt dat het college de onder 1.2 en 1.3 vermelde besluiten heeft kunnen nemen. Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

Overschrijding van de redelijke termijn ambtshalve getoetst. De redelijke termijn is met afgerond 6 maanden overschreden en die is geheel aan de bestuurlijke fase toe te rekenen zodat het college moet worden veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade aan appellant tot een bedrag van € 500,-.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie