E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2022:669
Centrale Raad van Beroep, 20/3212 WW

Inhoudsindicatie:

In artikel 47, eerste lid, van de WW is bepaald op welke wijze de hoogte van de WW-uitkering wordt berekend en dat inkomen in verband met arbeid in mindering wordt gebracht op de WW-uitkering. Op grond van het tweede lid wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald wat onder inkomen in verband met arbeid wordt verstaan. Dat is gebeurd in het AIB. Het prepensioen dat appellant vanaf 1 juni 2018 maandelijks ontving is een uitkering als bedoeld in artikel 3:5, vierde lid, aanhef en onder a, van het AIB. Deze uitkering ontving appellant al voordat hij werkloos werd. Hij voldeed dus aan de eerste in artikel 3:5, vijfde lid, van het AIB gestelde voorwaarde. Uit de door appellant verstrekte informatie is gebleken dat de waarde van de bij [Naam B.V. 1] opgebouwde pensioenaanspraak geheel is overgedragen aan [Naam N.V. 1] , de pensioenverzekeraar van [Naam B.V. 2] , en is gevoegd bij de pensioenaanspraken die appellant bij [Naam B.V. 2] heeft opgebouwd. Gelet hierop is ook voldaan aan de tweede in artikel 3:5, vijfde lid, gestelde voorwaarde dat het prepensioen samenhangt met het eerdere verlies van arbeidsuren. Uit voorgaande volgt dat de vraag of aan de in artikel 3:5, vijfde lid, van het AIB gestelde voorwaarden is voldaan, bevestigend moet worden beantwoord. Het hoger beroep van appellant slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal het beroep gegrond worden verklaard en het bestreden besluit worden vernietigd. Voorts wordt aanleiding gezien om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zelf in de zaak te voorzien door het besluit van 14 januari 2019 te herroepen. Het Uwv heeft ten onrechte vanaf 1 januari 2019 het prepensioen van appellant in mindering gebracht op zijn WW-uitkering en zal de – als gevolg van het in mindering brengen van het prepensioen – niet-betaalde WW-uitkering alsnog moeten nabetalen. Vergoeding wettelijke rente. Aanleiding bestaat het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de kosten die appellant in bezwaar, beroep en hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie