E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2022:1189
Centrale Raad van Beroep, 19/3196 PW

Inhoudsindicatie:

Beëindiging bijstandverlening aan minderjarigen. Geen sprake meer van zeer dringende redenen. Gewenningsperiode te kort.

Appellanten hebben niet langer recht hebben op bijstand in de vorm van een pleegvergoeding voor hun verblijf bij hun grootouders, nu, gelet op de gewijzigde financiële omstandigheden van de grootouders, niet langer sprake is van zeer dringende redenen als bedoel in artikel 16, eerste lid, van de PW . De grootouders zorgden samen feitelijk voor appellanten. Het college diende daarom de financiële mogelijkheden van de grootouders, waaronder het inkomen van de grootvader uit het pgb, bij de beoordeling te betrekken. Het college heeft aan appellanten gedurende een lange periode, te weten elf jaar, ononderbroken bijstand verleend. Voor de hoogte van de bijstand heeft het college aansluiting gezocht bij de basisbedragen van de pleegvergoeding op grond van de jeugdzorg-wetgeving. Onweersproken is dat bij de toekenning van de bijstand de informatie is verstrekt dat het inkomen van de grootouders als pleegouder geen invloed had op de te verlenen bijstand. Gelet op deze bijzondere omstandigheden had het college in dit geval appellanten een langere termijn dan de verleende vier maanden moeten gunnen om zich in te stellen op de gevolgen van het nieuwe en gewijzigde inzicht van het college. In dit geval wordt een gewenningsperiode van zes maanden redelijk geacht.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie