E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2021:893
Centrale Raad van Beroep, 19/3992 WIA

Inhoudsindicatie:

Dwangsom. De rechtbank heeft op goede gronden geoordeeld dat de Awb alleen een dwangsomregeling kent voor beslissingen op aanvraag en besluiten op bezwaar, maar niet voor het niet tijdig nemen van een gewijzigde beslissing op bezwaar. De daaraan ten grondslag liggende overwegingen van de rechtbank, onder 2.2 weergegeven, worden onderschreven. Uit 2.2 volgt dat appellante aan de rechtbank desgevraagd heeft aangegeven de voorkeur te gegeven aan aanhouding van de procedures in afwachting van een gewijzigd besluit op bezwaar. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat zij geen dwangsom kan vaststellen wegens niet tijdig beslissen door het Uwv. Proceskosten. Voor het indienen van de drie beroepsschriften worden twee punten toegekend. Uit de aangevallen uitspraak, onder Verder Procesverloop, alsook uit het uittreksel van het proces-verbaal van de zitting van 20 november 2017, volgt dat sprake was van een zitting en niet van een (inlichtingen)comparitie. Daarom moet voor het verschijnen ter zitting één punt worden toegekend en niet een half punt zoals de rechtbank heeft gedaan. Verder heeft de rechtbank met juistheid voor het geven van de nadere reacties na de gewijzigde beslissingen op bezwaar twee maal een half punt toegekend. Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld moeten in beroep dus vier punten worden vergoed. Hieruit volgt dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden vernietigd voor zover daarbij de veroordeling in de vergoeding de proceskosten is gebaseerd op twee en halve punt en is vastgesteld op een bedrag van € 1.252,50. Omdat in zoverre het hoger beroep slaagt moet het Uwv de door appellante in hoger beroep gemaakte proceskosten vergoeden.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie