E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2021:2154
Centrale Raad van Beroep, 20/3376 AW

Inhoudsindicatie:

Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat de bezwaarprocedure door de staatssecretaris niet correct is doorlopen. De staatssecretaris had appellant voorafgaand aan het bestreden besluit moeten horen, alvorens een beslissing te nemen ten aanzien van de terugvordering. In de kern komt het betoog van appellant erop neer dat de bedragen niet inzichtelijk zijn, omdat niet duidelijk is waar de bedragen aan zijn ontleend. Die onduidelijkheid wordt vergroot door de latere correcties. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat het op de weg van appellant ligt om die berekeningen gemotiveerd te betwisten (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 1 juni 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1986). Appellant heeft vraagtekens geplaatst bij de genoemde bedragen, maar heeft de bedragen onvoldoende gemotiveerd betwist. Verder overweegt de Raad dat appellant al eerder, in 2017, een terugvordering heeft ontvangen vanwege neveninkomsten naast zijn wachtgelduitkering. Desondanks heeft hij niet uit zichzelf de gegevens gestuurd die van invloed konden zijn op zijn wachtgelduitkering. Appellant had er daarom rekening mee moeten houden dat een deel van zijn neveninkomsten op zijn wachtgelduitkering zou worden gekort. Het hoger beroep slaagt niet. Omdat het hoger beroep niet slaagt, moet aangevallen uitspraak worden bevestigd. Dit zal plaatsvinden met verbetering van gronden omdat de rechtbank geen toepassing heeft gegeven aan artikel 6:22 van de Awb . Gelet op wat is overwogen onder 4.1 en 4.5 zal de Raad de staatssecretaris veroordelen in de proceskosten van appellant.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie