E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2021:2149
Centrale Raad van Beroep, 18/6531 WLZ

Inhoudsindicatie:

Appellante verblijft in een zorginstelling. De echtgenoot en gemachtigde van appellante, [X] , is op [datum] 2021 overleden. Bij beschikking van 9 april 2021 heeft de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant een bewind ingesteld over alle goederen die (zullen) toebehoren aan appellante vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand en [Y] en [Z] tot bewindvoerders benoemd. De Raad stelt vast dat het hier aan de orde zijnde valt onder dit bewind. Niet gebleken is dat zich een opvolgend gemachtigde heeft gesteld, dat de bewindvoerders appellante in deze procedure vertegenwoordigen en dat appellante tot een redelijke waardering van haar belangen in staat kan worden geacht. De Raad heeft de bewindvoerders van appellante meermalen verzocht aan te geven of zij appellante toestemming geven onderhavige beroepsprocedure voort te zetten. De bewindvoerders hebben geen toestemming gegeven. Gelet op het vorenstaande zal het hoger beroep en het verzoek om herziening niet-ontvankelijk worden verklaard.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie