E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2021:2135
Centrale Raad van Beroep, 17/4860 WIA

Inhoudsindicatie:

Deskundige heeft gewerkt voor het Uwv. Geen reden voor twijfel onafhankelijkheid. Het rapport van de door de Raad ingeschakelde deskundige Rammeloo geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek en is inzichtelijk en consistent. In hetgeen appellant heeft aangevoerd ziet de Raad geen reden aan de onafhankelijkheid van de deskundige te twijfelen. In het rapport van 1 december 2020 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep van het Uwv desgevraagd te kennen gegeven de deskundige te volgen in haar standpunt voor wat betreft persoonlijk risico. Het vervallen van de beperkingen op herinneren en inzicht is ten nadele van appellant en het zou leiden tot het duiden van meer geschikte functies die pas per toekomende datum aangezegd kunnen worden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft op 3 december 2020 de FML aangepast op het punt persoonlijk risico. Vervolgens heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in haar rapport van 8 januari 2021 gemotiveerd dat in geen van de geduide functies sprake is van een verhoogd persoonlijk risico. Het bestreden besluit is, gelet op de aanpassing van de FML en de nadere motivering door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep, pas in hoger beroep voorzien van een toereikende medische en arbeidskundige onderbouwing. Deze schending van artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zal onder toepassing van artikel 6:22 van de Awb worden gepasseerd, omdat aannemelijk is dat appellant hierdoor niet is benadeeld. Ook als het gebrek in het bestreden besluit zich niet zou hebben voorgedaan, zou een besluit met gelijke uitkomst zijn genomen. Dit leidt ertoe dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak, met verbetering van gronden, moet worden bevestigd. De toepassing van artikel 6:22 van de Awb geeft aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep. De redelijke termijn is met afgerond 1,5 jaar overschreden. De overschrijding van de redelijke termijn is geheel gelegen in de rechterlijke fase. Er is aanleiding om de Staat te veroordelen in de proceskosten van appellant ter zake van het verzoek om schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie