E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2021:1441
Centrale Raad van Beroep, 20/541 AW

Inhoudsindicatie:

Vooropgesteld wordt het volgende. Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 11 december 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:4155) is sprake van toerekenbaar plichtsverzuim als de betrokkene de ontoelaatbaarheid van het verweten gedrag heeft kunnen inzien en overeenkomstig dat inzicht heeft kunnen handelen. Ontbreekt dit inzicht of het vermogen ernaar te handelen, dan kan het verweten gedrag de betrokkene niet worden toegerekend. Het overwogene hiervoor leidt tot de conclusie dat, hoe zeer in beginsel ook geldt dat een werkgever mag afgaan op adviezen van zijn bedrijfsarts, in dit geval niet valt uit te sluiten dat de dienstdoende bedrijfsarts de psychische problematiek van betrokkene heeft onderschat en dat de twijfel dienaangaande met de nadere motivering van het bestreden besluit naar aanleiding van de tussenuitspraak niet is weggenomen. Het college heeft er immers voor gekozen het door Van der Veer geadviseerde nadere onderzoek niet uit te laten voeren. De rechtbank heeft daarmee terecht geconstateerd dat het vastgestelde gebrek door het college niet is hersteld. De rechtbank heeft het bestreden besluit dan ook terecht vernietigd. De Raad volgt de rechtbank ook in haar oordeel dat er geen aanleiding is om het college nogmaals het gebrek te laten herstellen. De rechtbank heeft dus eveneens terecht het primaire ontslagbesluit herroepen. De aangevallen uitspraak zal daarom worden bevestigd. Er is aanleiding het college te veroordelen in de kosten van betrokkene in hoger beroep.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie