< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Verrekening inkomsten met bijstand. Bevoegdheidsgrondslag.

Op grond van artikel 58 lid 4 van de PW is het college bevoegd tot verrekening van de in de voorafgaande zes maanden ontvangen middelen met de algemene bijstand. Het college had dan ook een geldige rechtstitel om de in de maand september 2017 door appellant ontvangen inkomsten in de maand februari 2018 te verrekenen met zijn algemene bijstand.

Uitspraak



19 232 PW

Datum uitspraak: 18 mei 2021

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van

6 december 2018, 18/3180 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. Z.M. Nasir, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Onder toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een onderzoek ter zitting achterwege gebleven, waarna de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb heeft gesloten.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1.

Appellant ontvangt sinds 23 juni 2017 bijstand op grond van de Participatiewet (PW) met toepassing van de kostendelersnorm.

1.2.

Naar aanleiding van een signaal van het inlichtingenbureau dat appellant over de periode van 4 september 2017 tot en met 24 september 2017 looninkomsten heeft verworven bij werkgever X heeft een medewerker van de gemeente Rotterdam een onderzoek ingesteld naar de rechtmatigheid van de aan appellant verleende bijstand. In dat kader heeft appellant loonoverzichten en bankafschriften overgelegd.

1.3.

Bij twee afzonderlijke besluiten van 5 februari 2018, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 4 mei 2018 (bestreden besluit), heeft het college de bijstand van appellant over de maand september 2017 ingetrokken en meegedeeld dat in de maand februari 2018 een bedrag van € 580,16 met de algemene bijstand van appellant wordt verrekend. Het college heeft aan de besluitvorming ten grondslag gelegd dat appellant inkomsten uit arbeid heeft ontvangen die minstens zo hoog zijn als de voor hem van toepassing zijnde bijstandsnorm.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellant zich op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

In geschil is of het college bevoegd was de in september 2017 teveel ontvangen bijstand in februari 2018 te verrekenen met de algemene bijstand.

4.2.

Appellant heeft aangevoerd dat het college geen geldige rechtstitel had om tot verrekening over te gaan. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft appellant verwezen naar de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 16 februari 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:1131. Deze beroepsgrond slaagt niet. Daartoe wordt het volgende overwogen.

4.3.

In artikel 58, vierde lid, van de PW is bepaald dat het college bevoegd is tot verrekening van in de voorafgaande zes maanden ontvangen middelen met de algemene bijstand. Gelet hierop had het college een geldige rechtstitel om de in de maand september 2017 door appellant ontvangen inkomsten in de maand februari 2018 te verrekenen met zijn algemene bijstand. Het beroep op de in 4.2 genoemde uitspraak treft geen doel, alleen al omdat in die zaak geen sprake was van verrekening van eerder ontvangen middelen zoals hier aan de orde.

4.4.

Uit 4.2 en 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal daarom worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van R.B.E. van Nimwegen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 mei 2021.

(getekend) E.C.R. Schut

(getekend) R.B.E. van Nimwegen


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature