E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2021:1018
Centrale Raad van Beroep, 18/3568 AOW

Inhoudsindicatie:

Tussen partijen is niet geschil dat aan appellante ten onrechte een tweede ouderdomspensioen is toegekend. De Svb heeft beleid geformuleerd voor het terugkomen van besluiten ten nadele van een betrokkene met terugwerkende kracht, waarbij rekening is gehouden met algemene rechtsbeginselen zoals het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel. De Raad stelt vast dat de Svb aan het bestreden besluit ook artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ten grondslag heeft gelegd. In het onderhavige geval is niet zichtbaar getoetst aan het beleid. Om die reden kleeft aan het bestreden besluit een motiveringsgebrek. Appellante was bij de Svb voor haar nabestaandenpensioen en het in 2004 toegekende ouderdomspensioen bekend onder registratienummer [kenmerk 1] . Voor appellante kon niet duidelijk zijn dat dit tevens haar sofinummer of burgerservicenummer was. Het is de Svb die in gang heeft gezet dat aan appellante een nieuw burgerservicenummer is toegekend zonder dat appellante daar om heeft gevraagd. Tot slot weegt mee dat de hoogte van het tweede ouderdomspensioen ruim verschilt van de hoogte van het eerst toegekende ouderdomspensioen. Het bestreden besluit kan wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb niet in stand blijven. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd en het bezwaar en beroep dienen gegrond te worden verklaard. De Svb moet met inachtneming van deze uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar nemen. Aanleiding bestaat de Svb te veroordelen in de proceskosten van appellante.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie