< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

In de verordening dient te worden vermeld op welke wijze de hoogte van een pgb wordt vastgesteld. Hieraan is voldaan met artikel 12, derde lid, van de Verordening wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Lochem. In de Wmo 2015 en de geschiedenis van de totstandkoming daarvan zijn onvoldoende aanknopingspunten te vinden voor de stelling van appellant dat de hoogte van het pgb ook toereikend moet zijn om de geïndiceerde maatwerkvoorziening aan te kunnen schaffen bij een andere aanbieder of leverancier dan de door de gemeente gecontracteerde aanbieder. Het staat appellant vrij om het pgb te besteden bij een aanbieder of leverancier naar zijn keuze, maar appellant dient de extra kosten die die keuze met zich brengt zelf te betalen voor zover het pgb ontoereikend is.

Uitspraak



18 2757 WMO15

Datum uitspraak: 26 februari 2020

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 18 april 2018, 17/2147 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Lochem (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.F. Vermaat, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend en een nader stuk overgelegd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 januari 2020. Namens appellant zijn opvolgend gemachtigde mr. K. Wevers en [naam echtgenote], de echtgenote van appellant, verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door A. van Dijk en A. Vulkers.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1.

Het college heeft bij besluit van 6 september 2016 aan appellant op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) een maatwerkvoorziening verstrekt voor een handbewogen rolstoel, in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) van € 1.167,62. Dit pgb bestaat uit de aanschafkosten van een rolstoel van € 995,42 en de onderhoudskosten van € 172,20, waarbij is uitgegaan van een looptijd van zeven jaar. De hoogte van het pgb heeft het college bepaald op de kosten die het college zou moeten maken als de rolstoel in natura zou zijn geleverd. 1.2. Bij besluit van 13 april 2017 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellant tegen het besluit van 6 september 2016 ongegrond verklaard. Hieraan is ten grondslag gelegd dat appellant met het toegekende pgb in staat is om de benodigde Rea Focus LX aan te schaffen en te onderhouden bij de door de gemeente gecontracteerde aanbieder Welzorg.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft, voor zover van belang en kort samengevat, onder verwijzing naar de artikelen 2.1.3 en 2.3.6 van de Wmo 2015 en de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepalingen overwogen dat gemeenten de hoogte van een pgb mogen maximeren op de kostprijs van de maatwerkvoorziening in natura, mits de belanghebbende met het pgb in staat is bij ten minste één leverancier daadwerkelijk de benodigde ondersteuning in te kopen. Die leverancier mag de door de gemeente gecontracteerde aanbieder zijn. De rechtbank heeft vastgesteld dat niet in geschil is dat de Rea Focus LX een passende maatwerkvoorziening voor appellant is. Uit een offerte van Welzorg en de werk- en prijsafspraken tussen Welzorg en de gemeente blijkt dat appellant met het verstrekte pgb in staat is om bij Welzorg deze rolstoel te kopen en een onderhoudscontract van zeven jaar af te sluiten. Hiermee is aan appellant een toereikend pgb verstrekt. Het college is niet gehouden om een pgb te verstrekken waarmee appellant in staat wordt gesteld te kiezen uit meerdere aanbieders of leveranciers.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Hij heeft aangevoerd dat in de Verordening wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Lochem (Verordening) niet voldoende is vastgelegd op welke wijze de hoogte van een pgb wordt bepaald. Appellant heeft verder aangevoerd dat het college voor de hoogte van het pgb is uitgegaan van een gemiddelde categorieprijs (lump sum financiering) van de maatwerkvoorziening in natura. Hierdoor is de hoogte van het pgb gebaseerd op kosten die niet in verhouding staan tot de kosten van diezelfde maatwerkvoorziening bij een andere, niet gecontracteerde, leverancier. Volgens appellant is daardoor gehandeld in strijd met de door de wetgever beoogde keuzevrijheid. Uit opgevraagde offertes blijkt dat andere aanbieders een substantieel hoger bedrag voor hetzelfde type rolstoel en het onderhoud vragen. Appellant betwist dat Welzorg hem de geïndiceerde rolstoel zou kunnen leveren.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

Artikel 2.1.3, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wmo 2015 bepaalt dat in de verordening in ieder geval wordt bepaald op welke wijze de hoogte van een pgb wordt vastgesteld waarbij geldt dat de hoogte toereikend moet zijn.

4.2.

Artikel 2.3.6, eerste lid, van de Wmo 2015 bepaalt dat, indien de cli ënt dit wenst, het college hem een pgb verstrekt dat de cliënt in staat stelt de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken.

4.3.

In artikel 12, derde lid, van de Verordening is bepaald dat de hoogte van het pgb voor een zaak wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en toereikend is voor de aanschaf daarvan.

4.4.

Zoals eerder overwogen in de uitspraken van 17 mei 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1803 en 7 februari 2019, ELCI:NL:CRVB:2019:467, dienen de essentialia van het voorzieningenpakket te worden vastgelegd in de verordening. Gelet op deze uitspraken dient in de verordening te worden vermeld op welke wijze de hoogte van een pgb wordt vastgesteld. Naar het oordeel van de Raad is hieraan voldaan met artikel 12, derde lid, van de Verordening. In dit artikellid is voldoende concreet bepaald op welke wijze de hoogte van het pgb wordt vastgesteld (vergelijk de uitspraak van 27 november 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3759).

4.5.

Het betoog dat het college bij het vaststellen van de hoogte van het pgb heeft gehandeld in strijd met de keuzevrijheid die de Wmo 2015 biedt, slaagt niet. Uit de gedingstukken blijkt dat de hoogte van het verstrekte pgb toereikend is om appellant in staat te stellen de benodigde rolstoel, inclusief het onderhoud daarvan, bij een derde, te weten Welzorg, te kunnen betrekken. In de Wmo 2015 en de geschiedenis van de totstandkoming daarvan zijn onvoldoende aanknopingspunten te vinden voor de stelling van appellant dat de hoogte van het pgb ook toereikend moet zijn om de geïndiceerde maatwerkvoorziening aan te kunnen schaffen bij een andere aanbieder of leverancier dan de door de gemeente gecontracteerde aanbieder. Het staat appellant vrij om het pgb te besteden bij een aanbieder of leverancier naar zijn keuze, maar appellant dient de extra kosten die die keuze met zich brengt zelf te betalen voor zover het pgb ontoereikend is. Wat appellant verder heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel.

4.6.

Uit 4.4 en 4.5 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door L.M. Tobé als voorzitter en H.J. de Mooij en N.R. Docter als leden, in tegenwoordigheid van R.H. Koopman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2020.

(getekend) L.M. Tobé

(getekend) R.H. Koopman


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature