E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2020:2974
Centrale Raad van Beroep, 18/5736 PW

Inhoudsindicatie:

Als gevolg van de erkenning door het college is tussen partijen komen vast te staan dat uit het Arrest van het Hof volgt dat de eigendom van de aangetroffen geldbedragen in het safeloket van appellanten aan de kinderen van appellanten toebehoort. De bewijslast om vervolgens aannemelijk te maken dat appellanten niettemin over die geldbedragen konden beschikken, ligt bij het college. Het college is daarin niet geslaagd. Er is geen enkel aanknopingspunt dat appellanten de aan hen in bewaring gegeven geldbedragen vrijelijk mochten besteden of feitelijk hebben besteed aan hun eigen kosten van levensonderhoud. Dit alles leidt ertoe dat niet aannemelijk is geworden dat de in het safeloket aangetroffen geldbedragen tot het vermogen van appellanten behoren. Dit betekent dat een feitelijke grondslag ontbreekt voor de intrekking en terugvordering van de bijstand van appellanten over de periode van 15 augustus 2012 tot en met 30 april 2017.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie