E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2020:2498
Centrale Raad van Beroep, 19/3913 WIA

Inhoudsindicatie:

Met de rechtbank wordt geoordeeld dat het medisch onderzoek door het Uwv zorgvuldig is geweest en dat geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan de juistheid van de conclusie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De rechtbank heeft de beroepsgronden van appellant afdoende besproken en met juistheid geoordeeld dat de desbetreffende gronden niet slagen. De overwegingen die aan het oordeel van de rechtbank ten grondslag liggen worden geheel onderschreven. Wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd vormt geen aanleiding anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. Appellant heeft in hoger beroep geen wezenlijk nieuwe of andere gronden naar voren gebracht of onderbouwde redenen gegeven waarom de rechtbank tot een ander oordeel had moeten komen. Hij heeft zijn stelling dat er in de FML onvoldoende beperkingen zijn aangenomen ten aanzien van persoonlijk en sociaal functioneren ook in hoger beroep niet met medische stukken onderbouwd. Ook wordt de rechtbank gevolgd in haar oordeel dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat de aan de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht voor appellant geschikt zijn. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie