E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2020:2191
Centrale Raad van Beroep, 18/3044 AKW

Inhoudsindicatie:

De Svb heeft terecht 1) de kinderbijslag met ingang van het tweede kwartaal van 2015 beëindigd en 2) weer toegekend met ingang van het tweede kwartaal van 2017. Verblijfsvergunning met ingang van 23 maart 2017 verleend. Voor een langere terugwerkende kracht wordt geen aanleiding gezien.

1) Door partijen wordt niet betwist dat de kennisgeving/aanvraag van 24 november 2014 om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking “familieleven op grond van artikel 8 EVRM” niet dezelfde grond is die de staatssecretaris eerder bewoog tot de instemming met het bestendig verblijf van appellant als kennismigrant. Met de aanvraag van 24 november 2014 is dan ook geen aanvraag gedaan om “voortgezette toelating” als bedoeld in artikel 10, eerste lid, aanhef en onder a, van KB 746, maar een nieuwe aanvraag op een andere grond. Appellant was daarom in ieder geval vanaf het tweede kwartaal van 2015 geen verzekerde meer bij of krachtens de AKW. Op grond van het nationale recht heeft de Svb het recht op kinderbijslag daarom terecht met ingang van dat kwartaal beëindigd.

2) Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat de Svb terecht weer kinderbijslag heeft toegekend met ingang van het tweede kwartaal van 2017. De verblijfsvergunning regulier onder de beperking “arbeid als zelfstandige” is door de staatssecretaris toegekend bij besluit van 18 april 2017 met ingang van 23 maart 2017 en deze ingangsdatum staat in rechte vast. Pas vanaf die datum was appellant niet meer uitgesloten van de verzekering op grond van artikel 6, tweede lid, van de AKW. Als appellant zich niet kon vinden in de ingangsdatum van zijn verblijfsvergunning dan had hij die in de vreemdelingrechtelijke kolom moeten aanvechten. In het geval van appellant, waarbij geen sprake is van een rechtstreeks uit het Unierecht te ontlenen verblijfsrecht, is er geen ruimte voor de Svb de kinderbijslag op grond van de AKW met ingang van een eerdere datum toe te kennen dan uit de vreemdelingrechtelijke besluitvorming volgt.

3) Beroep op verdragsbepalingen slaagt niet. Uit het internationale recht kan niet worden afgeleid dat hij niet mag worden uitgesloten van de verzekering voor de AKW.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie