E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2020:2007
Centrale Raad van Beroep, 19/562 WMO15

Inhoudsindicatie:

Zoals eerder overwogen in de uitspraak van de Raad van 25 januari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:283, is er geen sprake van het op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit, indien geen aanvraag is ingediend. Met juistheid heeft de rechtbank overwogen dat dit betekent dat, gelet op het bepaalde in artikel 8:1, eerste lid, van de Awb , geen beroep kon worden ingesteld. Appellant heeft in hoger beroep wederom aangevoerd dat de melding van 15 december 2017 wel degelijk als aanvraag moet worden aangemerkt, omdat hij dit zo bedoeld heeft en bovendien hierin bevestiging heeft gevonden in de e-mail van een medewerker van het college van 14 maart 2018 waarin wordt gesproken van een aanvraag en niet van een melding. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat deze grond niet slaagt. De overwegingen van de rechtbank worden volledig onderschreven. Nu ter zitting van de Raad is gebleken dat appellant tegen het besluit van 6 december 2018 inmiddels beroep heeft ingesteld bij de rechtbank, is reeds daarom uit oogpunt van rechtsbescherming geen reden om dit besluit op grond van artikel 6:20 van de Awb mee te nemen bij de beoordeling van dit hoger beroep. Het hoger beroep slaagt niet.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie