E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2020:1960
Centrale Raad van Beroep, 19/2856 AW

Inhoudsindicatie:

De korpschef heeft in het bij de rechtbank ingediende verweerschrift uiteengezet dat de beoordeling van aanvragen op grond van de RAAF geschiedt in een zeer complexe procedure. Gezien deze bijzondere, complexe procedure, het feit dat bij een positieve beslissing de functie met terugwerkende kracht wordt toegewezen aan de ambtenaar, alsmede de grote hoeveelheid aanvragen die werd verwacht, is met de politievakorganisaties een beslistermijn van 26 weken overeengekomen. Deze termijn is gelet ook op de grote aantallen die de korpschef heeft ontvangen een redelijke termijn. Gelet op de gegeven toelichting kan de Raad de rechtbank volgen in haar oordeel dat de door de korpschef voor aanvragen op grond van de RAAF gehanteerde beslistermijn van 26 weken niet onredelijk lang is te achten. De korpschef heeft afdoende toegelicht dat deze termijn redelijkerwijs nodig is geweest om de verwachte grote hoeveelheid aanvragen op verantwoorde wijze te kunnen behandelen. Appellant heeft de korpschef op 7 februari 2018 voor het einde van de beslistermijn, en dus prematuur, in gebreke gesteld. De korpschef is dan ook ten aanzien van de aanvraag op grond van de RAAF geen betaling van een dwangsom verschuldigd. Het voorgaande betekent dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, zal worden bevestigd.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie