< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

In verzet heeft verzoekster te kennen gegeven dat zij de nota voor betaling van het griffierecht heeft ontvangen nadat de termijn voor voldoening van het griffierecht was verstreken. Zij verzoekt de Raad om een nieuwe termijn om het griffierecht alsnog te voldoen. De Raad is van oordeel dat verzoekster in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest. Verzoekster heeft de late ontvangst van de nota niet geconcretiseerd en evenmin met bewijsstukken onderbouwd. Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.

Uitspraak



Datum uitspraak: 31 juli 2020

19/4020 AOW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, in verbinding met artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 17 mei 2019, 18/3669 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[verzoekster] te [woonplaats], Marokko (verzoekster)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 in verbinding met artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht van 15 januari 2020 heeft de Raad het door verzoekster ingediende verzoek om herziening van de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Verzoekster heeft verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 19 juni 2020. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 15 januari 2020 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoekster niet in verzuim is geweest.

In verzet heeft verzoekster te kennen gegeven dat zij de nota voor betaling van het griffierecht heeft ontvangen nadat de termijn voor voldoening van het griffierecht was verstreken. Zij verzoekt de Raad om een nieuwe termijn om het griffierecht alsnog te voldoen.

De Raad is van oordeel dat verzoekster in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest. Verzoekster heeft de late ontvangst van de nota niet geconcretiseerd en evenmin met bewijsstukken onderbouwd.

Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.

Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van C.I. Heijkoop als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2020.

(getekend) C.H. Bangma

(getekend) C.I. Heijkoop

IvR

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale), déclare l erecours non fondé

Par conséquent, décidée par C.H. Bangma en présence de C.I. Heijkoop en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 31 juillet 2020.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature