E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2020:126
Centrale Raad van Beroep, 17/3907 PW

Inhoudsindicatie:

Intrekking en terugvordering vanwege niet gemelde inkomsten uit werkzaamheden. Een door de bestuursrechter uitgesproken verlaging van het boetebedrag leidt niet tot geslaagd beroep op de onschuldpresumptie. Het beroep op de onschuldpresumptie slaagt alleen al niet omdat de rechtbank in de boete-uitspraak aan de verlaging van de boete uitsluitend ten grondslag heeft gelegd dat het college naar haar oordeel “onvoldoende [heeft] onderbouwd dat als gevolg van de schending van de inlichtingenplicht tot het benadelingsbedrag onverschuldigd is betaald”. Gelet hierop heeft de rechtbank in die uitspraak dan ook niet geoordeeld dat het college niet heeft aangetoond dat appellante en X hun inlichtingenverplichting hebben geschonden. Het in artikel 18a, tweede lid, van de PW omschreven benadelingsbedrag speelt voor de vaststelling van de hoogte van de terugvordering geen rol.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie