E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2020:1238
Centrale Raad van Beroep, 20/1702 WMO15-VV

Inhoudsindicatie:

Verzoek om voorlopige voorziening is voldoende spoedeisend. De voorzieningenrechter betwijfelt of de overweging van de rechtbank dat onvoldoende duidelijk is hoe ’s avonds en ’s nachts het toezicht bij [Naam kleinschalig wooninitiatief] is geregeld, juist is. Uit wat verzoeker en [Naam kleinschalig wooninitiatief] onweersproken naar voren hebben gebracht voldoet het aan de eisen die in het door het college voor aanbieders gehanteerde Productenboek sinds 2019 voor beschermd wonen worden gesteld. In de beroepsfase heeft het college zijn standpunt dat de zorg die verzoeker bij [Naam kleinschalig wooninitiatief] wil inkopen niet veilig, doeltreffend en cliëntgericht voor hem is, nader onderbouwd. De complexe vraag welke kwaliteitseisen het college aan een niet-gecontracteerde instelling zoals [Naam kleinschalig wooninitiatief] mag stellen en de vraag of aan deze eisen in dit geval is voldaan, leent zich echter niet voor een beoordeling in het kader van een verzoek om een voorlopige voorziening. De betrokken belangen afwegende komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat het college aan verzoeker met ingang van de datum waarop het pgb is beëindigd (17 maart 2020) tot en met de datum waarop het geschil in de bodemzaak is beslist een pgb ter hoogte van € 40.500,- op jaarbasis dient te verstrekken. Dit is voldoende om de ondersteuning aan verzoeker te kunnen voortzetten en houdt in enige mate rekening met het restitutierisico. Er is aanleiding om het college te veroordelen in de door verzoeker en [Naam kleinschalig wooninitiatief] gemaakte kosten. Samenhangende zaken.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie