< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Buiten behandeling gestelde aanvraag. Leef- en woonsituatie vóór de aanvraag onduidelijk gebleven.

Uitspraak



18 1829 PW-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 30 maart 2018, 17/2499 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Zwolle (college)

Datum uitspraak: 29 oktober 2019

Zitting heeft: A.B.J. van der Ham

Griffier: Y. Itkal

Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. E. Schriemer. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door N.J.J. Massier.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

Het gaat in deze zaak om de buitenbehandelingstelling van een aanvraag van 6 september 2016 omdat appellant niet alle gevraagde gegevens heeft ingeleverd. De ontbrekende gegevens zijn bankafschriften van een ABN AMRO‑rekening en een verklaring waaruit overigens blijkt hoe appellant voorafgaande aan de aanvraag in zijn levensonderhoud heeft kunnen voorzien.

Artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat het bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen. Van een onvolledige of ongenoegzame aanvraag is onder andere sprake indien onvoldoende gegevens of bescheiden worden verstrekt om een goede beoordeling van de aanvraag mogelijk te maken. Gelet op artikel 4:2, tweede lid, van de Awb gaat het daarbij om gegevens die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Voor de beoordeling van de vraag of de aanvrager in bijstandbehoevende omstandigheden verkeert, zijn de financiële situatie van de aanvrager en de wijze waarop hij (overigens) voorafgaande aan de aanvraag in zijn levensonderhoud heeft kunnen voorzien essentiële gegevens. De aanvrager is gehouden die gegevens over te leggen.

Appellant heeft verklaard dat hij in de periode voordat hij in Zwolle woonde vanaf 2010 een zwervend bestaan heeft geleid. Hij heeft een globale schets gegeven van in welke steden hij in welke periode heeft geleefd. Hij heeft geen vaste verblijfadres gehad maar heeft op verschillende adressen gelogeerd, alwaar hij onderdak, voedsel en wel eens andere spullen kreeg. Appellant beschikte over adres- en telefoongegevens van de personen bij wie hij verbleef. Hij heeft die gegevens niet aan het college verstrekt omdat dit die personen in de problemen zou kunnen brengen in verband met hun uitkeringen, toeslagen, belastingen en dergelijke. Appellant heeft daarmee niet de hem door het college gevraagde verklaring verstrekt waaruit blijkt waarvan hij de zes maanden voorafgaande aan de aanvraag heeft geleefd, wie hem heeft onderhouden, welke bedragen hij heeft ontvangen, op welke wijze hij deze bedragen heeft ontvangen en wat de reden is waarom dit niet kan voortbestaan. De gevolgen van de keuze van appellant om gegevens van derden niet te verstrekken komen geheel voor zijn rekening en risico.

Appellant heeft derhalve onvoldoende informatie verschaft voor de beoordeling van de aanvraag als bedoeld in artikel 4:5, eerste lid, aanhef en sub c, van de Awb . Het gaat daarbij immers om gegevens die voor de beslissing op de aanvraag van belang kunnen zijn.

Hieruit volgt dat in beginsel was voldaan aan de in artikel 4:5, eerste lid, aanhef en sub c, van de Awb gestelde voorwaarden om de aanvraag niet te behandelen. Niet is gebleken van omstandigheden, waaruit volgt dat het college niet redelijkerwijs gebruik kon maken van zijn bevoegdheid tot buitenbehandelingstelling

Omdat alleen al het niet verstrekken van de gevraagde verklaring voldoende grondslag vormt voor het bestreden besluit, behoeft wat is aangevoerd met betrekking tot de ABN AMRO‑rekening geen bespreking meer.

De beroepsgrond dat appellant een half jaar na de buitenbehandelingstelling wel bijstand heeft gekregen, terwijl de omstandigheden niet zijn veranderd is een herhaling van wat appellant in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank heeft die grond in de aangevallen uitspraak verworpen omdat na dat half jaar voor het college duidelijk was dat appellant op dat moment in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde. De Raad kan zich geheel vinden in het oordeel van de rechtbank en in de overwegingen waarop dat oordeel rust.

Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal daarom worden bevestigd.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer

(getekend) Y. Itkal (getekend) A.B.J. van der Ham

lh


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature