< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Terecht ouderdomspensioen voor gehuwden toegekend. Geen sprake van duurzaam gescheiden leven.

Uitspraak



16 3956 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van

4 mei 2016, 16/124 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

Datum uitspraak: 3 oktober 2019

PROCESVERLOOP

De Svb heeft hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft mr. L.H.J.M. Cilissen, advocaat, een verweerschrift ingediend en nadere stukken ingezonden.

Met een brief van 20 februari 2018 heeft de Svb vragen van de Raad beantwoord.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 mei 2019. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S. Herder. Betrokkene is, met bericht van verhindering, niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1.1.

Betrokkene heeft een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) aangevraagd, daarbij aangevend dat zij gehuwd is met [X] (X), maar dat zij permanent gescheiden wonen. Met een besluit van 22 juni 2015 heeft de Svb aan betrokkene een ouderdomspensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde toegekend met ingang van 17 juli 2015. De Svb is van mening dat uit de gegeven informatie niet valt af te leiden dat sprake is van duurzaam gescheiden leven en dat, nu betrokkene niet mee wil werken aan verder onderzoek, zij in aanmerking komt voor een gehuwdenpensioen. In een beslissing van 7 december 2015 (bestreden besluit) is het bezwaar hiertegen ongegrond verklaard.

1.2.

Ter zitting van de rechtbank heeft betrokkene onder andere aangegeven dat er een convenant is gesloten in 1998, toen de feitelijke samenwoning tussen haar en X is verbroken. In dit convenant zijn afspraken gemaakt over de financiële verhouding tussen hen en met betrekking tot de gezamenlijke echtelijke woning. Hieruit blijkt naar haar mening dat zij als duurzaam gescheiden levend aangemerkt dient te worden en dat het bedrag dat zij maandelijks van X ontvangt, als partneralimentatie gezien moet worden.

2. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene aangemerkt moet worden als duurzaam gescheiden levend van X. In haar beoordeling heeft de rechtbank leidend geacht dat niet volgehouden kan worden dat betrokkene en X niet leefden op een wijze vergelijkbaar met een gescheiden echtpaar. Daarbij heeft de rechtbank betrokken dat de contacten tussen betrokkene en X zien op overleg omtrent de gezamenlijke kinderen, dat de voormalige echtelijke woning weliswaar nog in gezamenlijke eigendom is, maar dat alleen X daar sinds 1998 heeft gewoond. Voorts is de financiële bijdrage van X niet anders dan een alimentatie bij scheiding . De rechtbank heeft bij haar oordeel betrokken wat betrokkene heeft verteld over de inhoud van het gesloten convenant. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en zelf in de zaak voorzien door te bepalen dat betrokkene in aanmerking dient te worden gebracht voor een ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde per 17 juli 2015.

3.1.

De Svb bestrijdt in hoger beroep de aangevallen uitspraak in essentie door te stellen dat de rechtbank een onjuiste beoordelingsmaatstaf heeft toegepast bij de vraag of er sprake is van duurzaam gescheiden leven. Tevens stelt de Svb dat de rechtbank ten onrechte bij de beoordeling heeft betrokken hetgeen betrokkene heeft verteld over een afgesloten convenant. Dit convenant bevindt zich niet onder de gedingstukken en de Svb heeft het gestelde dus niet kunnen controleren of kunnen betrekken bij de besluitvorming.

3.2.

Ter onderbouwing van haar stelling dat sprake is van duurzaam gescheiden leven, heeft betrokkene in hoger beroep een beschikking van scheiding van tafel en bed, uitgesproken door de Arrondissementsrechtbank ’s Hertogenbosch op 3 oktober 1997, ingezonden, alsmede de inschrijving daarvan in het huwelijksgoederenregister door de Arrondissementsrechtbank Almelo op 23 oktober 1997.

3.3.

Naar aanleiding van vragen van de Raad heeft de Svb laten weten, in de beschikking van scheiding van tafel en bed geen aanleiding te zien het hoger beroep in te trekken. Volgens de Svb moet worden beoordeeld of op 17 juli 2015 sprake was van duurzaam gescheiden leven, niet of deze situatie zich daarvoor heeft voorgedaan.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1.

De Svb heeft in de eerste plaats aangevoerd dat de rechtbank onzorgvuldig heeft gehandeld door de inhoud van het gestelde convenant bij haar oordeel te betrekken. Deze grief slaagt. Het convenant behoorde niet tot de procestukken en de Svb heeft het niet kunnen inzien voordat de rechtbank uitspraak deed. De rechtbank heeft aldus de goede procesorde, in het bijzonder het beginsel van hoor en wederhoor, geschonden, nu de Svb ter zitting bij de rechtbank weliswaar aangaf dat een convenant van belang kon zijn, maar zich er niet van heeft kunnen vergewissen dat het convenant bestaat en zo ja, wat daarvan de inhoud is.

4.2.

Inhoudelijk is tussen partijen in geschil of de rechtbank terecht het standpunt van betrokkene heeft onderschreven dat zij vanaf 17 juli 2015 moet worden aangemerkt als duurzaam gescheiden levend als bedoeld in artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW. Namens betrokkene is medegedeeld dat vanaf 1 september 2016 door verzoening geen sprake meer is van scheiding van tafel en bed. De te beoordelen periode is dus van 17 juli 2015 tot 1 september 2016.

4.3.1.

Artikel 1, derde lid, van de AOW luidt:

3. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt:

a. (...);

b. als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.

4.3.2.

Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 25 september 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2918) is van duurzaam gescheiden leven eerst sprake indien ten aanzien van gehuwden de toestand is ontstaan dat, na de door beide betrokkenen, of één van hen, gewilde verbreking van de echtelijke samenleving ieder afzonderlijk zijn eigen leven leidt als ware hij niet met de ander gehuwd en deze toestand door ten minste één van hen als bestendig is bedoeld. Dit zal moeten blijken uit de feitelijke omstandigheden.

4.3.3.

Het gegeven dat betrokkenen hun hoofdverblijf niet hebben in dezelfde woning is niet voldoende om duurzaam gescheiden leven aan te nemen. Zoals de Raad eerder heeft overwogen (uitspraak van 9 oktober 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX9932) kan de echtelijke samenleving bestaan zonder dat van samenwonen sprake is. De motieven op grond waarvan de echtelijke samenleving niet, nog niet, niet langer of niet opnieuw is verbroken, zijn voor de beoordeling van de vraag of sprake is van duurzaam gescheiden leven niet relevant (vergelijk de uitspraken van de Raad van 2 april 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1277 en 3 april 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1093).

4.3.4.

Bij scheiding van tafel en bed is geen sprake van ontbinding van het huwelijk. De AOW-gerechtigde ontvangt in zo’n geval een ouderdomspensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde tenzij sprake is van duurzaam gescheiden leven.

4.4.

Vaststaat dat betrokkene en X ten tijde hier van belang gehuwd waren. Bij gehuwden is de status van gehuwd zijn leidend, tenzij uit de feiten volgt dat betrokkene en X duurzaam gescheiden leven. Dit betekent dat de Svb, met inachtneming van het feit dat betrokkene en X van tafel en bed gescheiden zijn, door toetsing aan het criterium of zij in de te beoordelen periode duurzaam gescheiden leefde van X, een juiste maatstaf heeft aangelegd. In haar beoordeling heeft de rechtbank leidend geacht dat niet volgehouden kan worden dat betrokkene en X niet leefden op een wijze vergelijkbaar met een gescheiden echtpaar. Zoals hiervoor omschreven is dat niet de juiste maatstaf, nu betrokkene en X immers niet gescheiden zijn.

4.5.

Met betrekking tot de vraag of betrokkene vanaf 17 juli 2015 duurzaam gescheiden leefde van X, wordt als volgt overwogen. Betrokkene heeft rond het tijdstip in geding verklaard dat X en zij een vriendschappelijke relatie hadden en elkaar eenmaal per week een uurtje spraken. Zij ontmoetten elkaar bij de kinderen op verjaardagen en feestdagen. Ook zagen zij elkaar op eigen verjaardagen. X woonde in de gezamenlijke koopwoning en betrokkene in een huurhuis. Volgens zijn verklaring bij de rechtbank betaalde X maandelijks aan betrokkene hogere bedragen dan waartoe hij krachtens de in het kader van hun scheiding van tafel en bed overeengekomen alimentatieregeling gehouden was.

4.6.

De Raad constateert dat betrokkene en X elkaar onderling het nodige verschaften, aangezien X woonde in een woning die mede aan betrokkene toebehoorde en X aan betrokkene meer betaalde dan waartoe hij zich in het kader van de scheiding van tafel en bed had verbonden. Verder hadden betrokkene en X regelmatig contact. Onder die omstandigheden was er naar het oordeel van de Raad op en na 15 juli 2015 geen sprake van een situatie dat ieder afzonderlijk zijn eigen leven leidde als ware hij niet met de ander gehuwd. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

4.7.

Uit 4.1 tot en met 4.6 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep ongegrond verklaren.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

- vernietigt de aangevallen uitspraak;

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid van

M. Graveland als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 oktober 2019.

(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum

(getekend) M. Graveland

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH

’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip duurzaam gescheiden leven.

md


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature