< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Appellant is overleden. Daarmee is zijn belang bij voortzetting van het geding komen te vervallen.

Uitspraak



17 5410 WIA

Datum uitspraak: 2 oktober 2019

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant

van 21 juni 2017, 16/1147 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

wijlen [appellant], in leven laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

[werkgeefster] B.V. (werkgeefster)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Namens werkgeefster heeft arts-gemachtigde H.E. Wonnink als belanghebbende aan het geding deelgenomen.

Het Uwv heeft bij brief van 1 juli 2019 bericht dat appellant op [datum] 2017 is overleden.

Gelet op het bepaalde in artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht , is in de Staatscourant van 1 augustus 2019 behandeling van de zaak op de zitting van 12 september 2019 aangekondigd.

Van de zijde van de erfgenamen van appellant is niemand ter zitting verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigd door mr. R.E.J.P.M. Rutten. Werkgeefster heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

1. Appellant is op [datum] 2017 overleden. Daarmee is zijn belang bij voortzetting van het geding komen te vervallen.

2. Niet gebleken is van erfgenamen die appellant als partij in dit geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten. Ook na de aankondiging in de Staatscourant hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding te mogen deelnemen.

3. Uit het voorgaande volgt dat het processuele belang aan de beoordeling van het hoger beroep is te komen ontvallen. Het hoger beroep zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.

4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van

R.H. Koopman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2019.

(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen

(getekend) R.H. Koopman

RB

» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



∧ naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature