E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2019:3013
Centrale Raad van Beroep, 18/5133 WW

Inhoudsindicatie:

Aanvraag WW-uitkering terecht afgewezen omdat appellante in de 36 weken voorafgaande aan het intreden van haar werkloosheid niet ten minste 26 weken als werknemer heeft gewerkt. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat appellante in de periode van 19 mei 2014 tot en met 31 augustus 2014 doorgaans minder dan vier dagen per week werkte. Nog daargelaten wat de gevolgen zijn van het gebruik van een opting-in regeling, was er gelet op artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, en het tweede lid van de WW in deze periode geen sprake zijn van werknemerschap. Op grond van artikel 17, eerste lid, van de WW in verbinding met artikel 1a, eerste lid, van de WW wordt deze periode daarom niet meegewogen voor de wekeneis. Hieruit volgt dat appellante niet voldeed aan de wekeneis en om die reden geen recht heeft op een WW-uitkering per 20 januari 2017.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie