E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2019:1710
Centrale Raad van Beroep, 17-6361 AW

Inhoudsindicatie:

Weigering appellant te plaatsen in zijn belangstellingsfunctie onvoldoende gemotiveerd.

Aan appellant is in beroep bij de rechtbank en in bezwaar ten onrechte kennisneming van een deel van de processtukken onthouden, wat een schending oplevert van een fundamenteel beginsel van procesrecht.

De korpschef heeft de ranking niet opnieuw ingezonden. Dit betekent dat de korpschef niet heeft voldaan aan de op grond van artikel 8:42, eerste lid, in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb voor een bestuursorgaan geldende verplichting om de op de zaak betrekking hebbende stukken in te zenden.

De korpschef heeft zijn standpunt dat appellant op basis van de uitkomst van de ranking, waarbij aansluiting is gezocht bij artikel 55lb, tweede lid, van het Barp zoals dat luidde tot 1 juni 2016, niet wordt geplaatst in zijn belangstellingsfunctie, niet inzichtelijk gemaakt. Appellant heeft van meet af aan de uitkomst van de ranking betwist, zodat de Raad niet zonder meer kan uitgaan van de juistheid ervan. Dit betekent dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit niet in stand kunnen blijven, omdat een deugdelijke motivering ontbreekt.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie