E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2014:4429
Centrale Raad van Beroep, 12-5790 WMO

Inhoudsindicatie:

Verhuizing. Afwijzing aanvraag woonvoorziening. Aanpassing garage. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat betrokkene in dit geval niet kan worden tegengeworpen dat hij niet vooraf toestemming heeft gevraagd en dat het college (appellant) in de bijzondere omstandigheden van dit geval aanleiding had moeten zien om toepassing te geven aan de hardheidsclausule in de Verordening. Zoals appellant heeft vastgesteld in het bestreden besluit, is tussen partijen niet in geschil dat de schoolloopbaan van betrokkene leidend voor de verhuizing ... is geweest. Ter zitting van de Raad is namens betrokkene toegelicht dat pas in mei 2010 duidelijk werd dat betrokkene niet langer op De Trappenberg kon blijven en dat hij het beste naar Werkenrode kon gaan. De ouders van betrokkene zijn vanaf dat moment actief op zoek gegaan naar een geschikte woning binnen een straal van vijftien kilometer om Groesbeek met de bedoeling om nog voor de start van het nieuwe schooljaar op 1 september 2010 een andere, voor betrokkene geschikte woning te vinden. Daarbij hebben zij meerdere woningen bekeken, zo blijkt uit het overzicht dat de vader van betrokkene op 16 augustus 2010 naar de gemeente heeft gestuurd. De woning aan het [adres] bleek daarbij voor de ouders, nadat een andere woning van hun keuze niet meer beschikbaar was, de meest in aanmerking komende woning. Naar het oordeel van de Raad was, gezien de urgentie van dit geval zoals geschetst in 4.8, een gesprek op korte termijn waarom de vader van betrokkene op 3 juni 2010 heeft verzocht, op zijn plaats geweest, mede gelet op het aflopen van de ontbindende voorwaarden in het voorlopig koopcontract. Daar komt bij dat appellant betrokkene, zoals appellant ter zitting van de Raad heeft erkend, niet eerder dan bij brief van 20 september 2010 heeft geattendeerd op het toestemmingsvereiste, indien de gevonden woning aan de [adres] niet een op dat moment beschikbare meest geschikte woning zou zijn. Juist in de situatie waarin nog geen sprake was van een concrete aanvraag en de betrokkene vooraf actief contact zoekt met het college, had het op de weg van appellant gelegen om betrokkene op het toestemmingsvereiste te wijzen in een van de mondelinge of schriftelijke contacten tussen appellant en betrokkene die aan de aanvraag vooraf gingen. De beroepsgrond slaagt daarom niet.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie