E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:CRVB:2012:BY3801
LJN BY3801, Centrale Raad van Beroep, 12-887 WW

Inhoudsindicatie:

Appellante ontvangt vanaf 1 juli 2010 een WW-uitkering. Op 6 januari 2011 heeft het Uwv appellante een vacature ter vervanging van een directiesecretaresse bij een bedrijf op het gebied van sportieve recreatie voor de duur van vier maanden voorgelegd. Appellante heeft in reactie daarop te kennen gegeven dat “mijn voorkeur uitgaat naar een vaste functie (en dus geen tijdelijke) het liefst in de richting van communicatie. Eerder heb ik aan mijn werkcoach doorgegeven dat ik niet op tijdelijke functies inga en zij was daarmee akkoord. Daarnaast wil ik een functie in de communicatie aangezien ik hiervoor de opleiding heb. Als je een communicatiefunctie open hebt staan, hoor ik dat graag… ”.

Het Uwv heeft vervolgens appellantes WW-uitkering verlaagd, omdat appellante eisen stelt die het aanvaarden of verkrijgen van passende arbeid belemmeren in de zin van art. 24, lid 1, aanhef en onder b, ten vierde, van de WW. Volgens het Uwv is sprake van verhoogde verwijtbaarheid omdat de betreffende vacature zeer geschikt is voor appellante.

Raad: Het geschil in hoger beroep betreft alleen nog de vraag of sprake is van verhoogde ernst of verwijtbaarheid van het niet naleven van de hiervoor genoemde verplichting.

De Rb. heeft het Uwv ten onrechte gevolgd in de stelling van het Uwv dat appellante zich arrogant heeft gedragen. Die stelling mist feitelijke grondslag. Bij de in het verweerschrift herhaalde stelling dat de betreffende vacature waarop appellante was geattendeerd een uitermate passende functie betrof, wordt opgemerkt dat na meer dan zes maanden werkloosheid tijdelijke arbeid als directiesecretaresse ook op MBO-niveau passend voor appellante was. Dit betekent echter niet dat de hiervoor weergegeven reactie van appellante daarmee als buitengewoon laakbaar kan worden bestempeld. Bij de beoordeling van de mate van verwijtbaarheid is verder niet zonder betekenis dat appellante een HBO-opleiding communicatie bijna had voltooid en volgens het overgelegde overzicht van sollicitaties vanaf 23 juli 2010 zich ook op andere functies dan die van directiesecretaresse of communicatiemedewerker heeft gericht.

Opgelegde maatregel is derhalve niet in overeenstemming met de Beleidsregel.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie